This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 100 min
Items in this lesson
Reactiesnelheid
Slide 1 - Slide
Lesdoelen
Je leert welke 3 factoren nodig zijn voor een effectieve botsing en dus tot een reactie leiden.
Je leert welke 5 factoren invloed hebben op de reactiesnelheid.
Je leert om de reactiesnelheid te berekenen en dit in een diagram weer te geven.
Slide 2 - Slide
Deze les
Demo thee
Filmpje botsende deeltjesmodel
Uitleg botsende deeltjesmodel
Demo melkpoeder
Maken vragen 5, 13, 15, 17AB, 20
Uitleg reactiesnelheid berekenen
Maken vragen 6, 9, 11
Exit kaart
Slide 3 - Slide
Demo thee
Waarom kun je wel thee zetten met heet water, maar niet met koud water?
Slide 4 - Slide
Filmpje botsende deeltjesmodel
Let goed op tijdens het filmpje en beantwoord de vraag:
Wat is nodig voor een effectieve botsing, dus een reactie?
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Dus wat is nodig voor een effectieve botsing (3 factoren)?
Slide 7 - Open question
Voor een effectieve botsing:
Moeten de deeltjes in de gelegenheid zijn om tegen elkaar te botsen;
Moet de totale energie van de stoffen voldoende hoog zijn;
Moet de ruimtelijke oriëntatie van de deeltjes juist zijn.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Video
Filmpje botsende deeltjesmodel
Let goed op tijdens het filmpje en beantwoord de vraag:
2. Hoe kun je een reactie versnellen?
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Video
Welke factoren hebben invloed op de reactiesnelheid?
Slide 12 - Open question
Factoren die invloed hebben op de reactiesnelheid
Soort stof
Concentratie (volume, druk): meer deeltjes in ruimte om te botsen
Temperatuur: deeltjes hebben grotere snelheid
Verdelingsgraad: deeltjes hebben groter contactoppervlak
Aanwezigheid katalysator: deeltjes komen gedwongen bij elkaar
Slide 13 - Slide
Demo melkpoeder
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Leg uit met behulp van het botsende deeltjesmodel waarom melkpoeder wel brandt als het wordt gestrooid op de kaars, maar niet als het op een hoopje ligt en de lucifer erbij wordt gehouden.
Slide 16 - Open question
Reactiesnelheid berekenen
Gemiddelde reactiesnelheid
Uitgedrukt in mol per liter per seconde (mol L-1 s-1)
Snelheid s = molariteit (mol/L) / tijd (s)
Slide 17 - Slide
Reactiesnelheid berekenen
Benoem bij de reactiesnelheid vanuit welke stof je beredeneert OF corrigeer met de coëfficiënten.
Voorbeeld op volgende slide.
Slide 18 - Slide
Voorbeeld: 2 A (g) -> B (g)
Gegevens: [A] daalt in 8,40 minuten van 0,200 M naar 0,166 M.
Bereken de gemiddelde reactiesnelheid.
t = 8,40 min * 60 = 504 s
[A] = 0,200-0,166=0,034 M [B]=0,034/2=0,017 M
s (A)= 0,034 M / 504 s = 6,8 mol A L-1 s-1
s (B) = 0,017 M / 504 s = 3,4 mol B L-1 s-1
OF s=6,8/2=3,4 mol L-1 s-1 (maakt niet uit of je reactiesnelheid voor A of B geeft als je deelt door de coëfficiënt uit de reactievergelijking).
Slide 19 - Slide
Reactiesnelheid
Voorbeeld: 2 NH3 --> N2 + 3 H2
Begin reactie 0 mmol H2
Lijn q geeft mmol H2 aan op einde reactie.
Reactiesnelheid begint hoog, neemt af in de tijd. Bij q is reactiesnelheid 0.
Slide 20 - Slide
Voorbeeld: Mg + 2 H+ -> Mg2+ + H2
Bereken de gemiddelde reactiesnelheid tussen 10 en 20 seconden in mol H2 per seconde (T=298 K, p=p0).
Slide 21 - Slide
Op tijdstip t is de reactie klaar. Welk diagram geeft de juiste weergave?
A
Diagram A
B
Diagram B
C
Diagram C
D
Diagram D
Slide 22 - Quiz
Wat is de werking van stof X?
A
Reactiemengsel afkoelen
B
Werkt als katalysator
C
Levert ook zuurstof
D
Verbruikt zuurstof
Slide 23 - Quiz
Snelheidsvergelijking
Uit experimenten kun je bepalen van welke concentraties de reactiesnelheid afhangt.
Dit geef je weer in een snelheidsvergelijking.
Reactiesnelheid recht evenredig verband met stof A: s = k * [A]
k = constante
Slide 24 - Slide
Voorbeeld: 2 ICl + H2 -> I2 + 2 HCl
Verdubbeling [ICl] geeft verdubbeling van s (proef 1+2).
Halvering [H2] geeft halvering van s (proef 1+3)
Recht evenredig verband tussen snelheid en beide beginconcentraties.