NN7 - Meer dan lezen §4 - Argumenteren: tegenargument en weerlegging - 3H
Argumenteren: tegenargument en weerlegging
+ opdr. 1, 2, 3
NN7 - Meer dan lezen §4 - 3H
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3
This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Argumenteren: tegenargument en weerlegging
+ opdr. 1, 2, 3
NN7 - Meer dan lezen §4 - 3H
Slide 1 - Slide
Wat je gaat leren
Je leert tegenargumenten en weerleggingen herkennen en gebruiken.
Opgelet! Ingewikkelde stof vandaag....
Slide 2 - Slide
Voor deze les heb je je laptop, je lesboek en een pen nodig.
We lezen straks tekst 1 - Herkenbaar, niet moeilijk en spannend op blz. 26/27 van je boek.
Slide 3 - Slide
In een betogende tekst wil de schrijver de lezer overtuigen van zijn standpunt. Hij doet dat door argumenten voor zijn standpunt aan te voeren. Een schrijver kan zijn lezer ook overtuigen door te laten zien dat een mogelijk argument tégen zijn standpunt of een van zijn argumenten niet klopt. Dat noemen we het weerleggen of ontkrachten van een tegenargument.
Slide 4 - Slide
Een tegenargument en een weerlegging (of ontkrachting ) daarvan worden vaak aangekondigd met signaalwoorden voor een tegenstellend verband, zoals daarentegen, echter, hoewel, maar en toch. Het tegenargument zelf herken je aan de signaalwoorden waaraan je ook argumenten herkent: dat blijkt uit, immers, namelijk, omdat, de reden hiervoor is en want.
Slide 5 - Slide
Een voorbeeld:
In de krant van vorige week werd het elektriciteitsverbruik van e-fietsen vergeleken met dat van wasmachines. De conclusie was: zo groen zijn e-fietsen niet. Het positieve energie effect van e-fietsen wordt zo echterwel erg makkelijk vergeten. Er zijn namelijkveel e-fietsers die energie besparen door hun auto, brommer of scooter niet te gebruiken.
Slide 6 - Slide
In een betoog wordt aan een argument of aan een tegenargument plus weerlegging soms een hele alinea gewijd. In dat geval is het signaalwoord voor een (tegen)argument niet altijd nodig. Wanneer een auteur meerdere argumenten geeft of meerdere tegenargumenten weerlegt, kan hij signaalwoorden voor een opsomming gebruiken.
Slide 7 - Slide
apps.noordhoff.nl
Slide 8 - Link
Op de volgende dia's lees je een fragment uit een betoog van iemand die online winkelen een geweldige ontwikkeling vindt.
Elke alinea begint met een argument tegen het standpunt van de auteur. Vervolgens wordt dat argument in de rest van de alinea weerlegd. Let op de (onderstreepte) signaalwoorden.
Slide 9 - Slide
[4] Tegenstanders van online winkelen zeggen dat al die rondrijdende bestelbussen met pakketjes slecht zijn voor het milieu, maardaartegen valt wel wat in te brengen. Immers, als honderd personen de auto nemen om in de binnenstad te gaan shoppen (als ze in een stadswijk of dorp wonen), betekent dat honderd autoritten en misschien nog wel meer als de aankoop onverhoopt moet worden geruild. Een bestelbus levert al die pakjes op één dag in één of twee ritten af.
Slide 10 - Slide
[5] Een anderveelgehoord argument is dat je je buren opzadelt met het aannemen van pakjes. Ookdat kun je van een andere kant bekijken. Ten eerstekun je tegenwoordig bij je aankoop heel goed aangeven wanneer je thuis bent om een pakketje aan te nemen. Daarnaastbieden veel online verkopers de mogelijkheid om je bestelling op een centraal punt bij je in de buurt af te leveren, waar je die zelf lopend of op de fiets kunt ophalen op een moment dat jou uitkomt. En mocht dat een keer niet lukken en heb je de bezorger toch gemist, dan is er helemaal niets mis mee om af en toe bij je buren aan te bellen om een pakketje op te halen: dan spreek je ze tenminste ook nog eens.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Opdracht
In de tweede helft van de theorie hebben jullie een fragment gelezen uit een betoog.
Pak de groene theorie op blz. 25 er nog eens bij.
Welk standpunt zou de auteur van het betoog hebben?
Slide 13 - Slide
[4] Tegenstanders van online winkelen zeggen dat al die rondrijdende bestelbussen met pakketjes slecht zijn voor het milieu, maar daartegen valt wel wat in te brengen. Immers, als honderd personen de auto nemen om in de binnenstad te gaan shoppen (als ze in een stadswijk of dorp wonen), betekent dat honderd autoritten en misschien nog wel meer als de aankoop onverhoopt moet worden geruild. Een bestelbus levert al die pakjes op één dag in één of twee ritten af.
[5] Een ander veelgehoord argument is dat je je buren opzadelt met het aannemen van pakjes. Ook dat kun je van een andere kant bekijken. Ten eerste kun je tegenwoordig bij je aankoop heel goed aangeven wanneer je thuis bent om een pakketje aan te nemen. Daarnaast bieden veel online verkopers de mogelijkheid om je bestelling op een centraal punt bij je in de buurt af te leveren, waar je die zelf lopend of op de fiets kunt ophalen op een moment dat jou uitkomt. En mocht dat een keer niet lukken en heb je de bezorger toch gemist, dan is er helemaal niets mis mee om af en toe bij je buren aan te bellen om een pakketje op te halen: dan spreek je ze tenminste ook nog eens.
Slide 14 - Slide
Juiste antwoord:
Ik vind online winkelen een geweldige ontwikkeling.
Met dit standpunt maak je de volgende opdracht.
Slide 15 - Slide
Bekijk het schema bij deze opdracht en vul het in.
Begin bovenaan met het standpunt 'Ik vind online winkelen een geweldige ontwikkeling.'
Gebruik de tegenargumenten en weerleggingen uit de tekst.
[4] Tegenstanders van online winkelen zeggen dat al die rondrijdende bestelbussen met pakketjes slecht zijn voor het milieu, maar daartegen valt wel wat in te brengen. Immers, als honderd personen de auto nemen om in de binnenstad te gaan shoppen (als ze in een stadswijk of dorp wonen), betekent dat honderd autoritten en misschien nog wel meer als de aankoop onverhoopt moet worden geruild. Een bestelbus levert al die pakjes op één dag in één of twee ritten af.
[5] Een ander veelgehoord argument is dat je je buren opzadelt met het aannemen van pakjes. Ook dat kun je van een andere kant bekijken. Ten eerste kun je tegenwoordig bij je aankoop heel goed aangeven wanneer je thuis bent om een pakketje aan te nemen. Daarnaast bieden veel online verkopers de mogelijkheid om je bestelling op een centraal punt bij je in de buurt af te leveren, waar je die zelf lopend of op de fiets kunt ophalen op een moment dat jou uitkomt. En mocht dat een keer niet lukken en heb je de bezorger toch gemist, dan is er helemaal niets mis mee om af en toe bij je buren aan te bellen om een pakketje op te halen: dan spreek je ze tenminste ook nog eens.
Slide 17 - Slide
Juiste antwoord:
Slide 18 - Slide
Hier eindigt deel 1.
Volgende keer gaan we verder met de tweede helft.
Slide 19 - Slide
Ga nu naar bladzijde 26/27 van je boek.
In tekst 1 zijn enkele woorden onderstreept. Leid de betekenis af uit de context.
Sleep de juiste betekenissen bij de woorden.
Slide 20 - Slide
moeiteloos; gemakkelijk
gemeden; uit de weg gegaan
ontwikkelingen; voorvallen; gebeurtenissen
ingewikkeld
boeken die zo spannend zijn dat je steeds verder wilt lezen
verhaallijnen
erover tobben; je er zorgen om maken
problematisch; niet goed
bezigheden
zonder slag of stoot (al. 2)
geschuwd (al. 2)
verwikkelingen (al. 3)
complex (al. 3)
pageturners (al. 4)
plots (al. 4)
er je hoofd over breken (al. 5)
bezwaarlijk (al. 6)
beslommeringen (al. 7)
Slide 21 - Drag question
We lezen nu samen Tekst 1 - Herkenbaar, niet moeilijk en spannend op blz. 26 en 27.
Slide 22 - Slide
Even herhalen uit de theorie van §3:
Als een auteur zijn standpunt met één argument onderbouwt, noemen we dat enkelvoudige argumentatie. Meestal gebruikt een auteur meer argumenten om zijn mening kracht bij te zetten. Dat heet nevenschikkende argumentatie. Tussen blokjes die samen hetzelfde standpunt (of hetzelfde argument) ondersteunen, kun je ‘en’ invullen.
Een schrijver kan een argument onderbouwen met een subargument: een argument dat een ander argument ondersteunt. Dit heet onderschikkende argumentatie.
Slide 23 - Slide
De tekst begint met twee argumentaties. Zijn die nevenschikkend of onderschikkend? Licht je antwoord toe.
Slide 24 - Open question
In alinea 2, 3 en 4 geeft de auteur een aantal argumenten.
Onderstreep in alinea 1 het standpunt (dus de stelling) waar deze argumenten bij horen.
(1) (...) Deze literatuur omvat eigenlijk alle genres – van historische romans tot thrillers en fantasy – en is speciaal geschreven voor lezers van 12 tot ongeveer 18 jaar: young adults of jongvolwassenen dus. Er zijn genoeg argumenten voor de stelling dat iedere jongere eens een youngadultboek moet lezen. Hier volgen er een paar.
Slide 25 - Slide
In alinea 2, 3 en 4 geeft de auteur een aantal argumenten.
Onderstreep in alinea 1 het standpunt (dus de stelling) waar deze argumenten bij horen.
(1) (...) Deze literatuur omvat eigenlijk alle genres – van historische romans tot thrillers en fantasy – en is speciaal geschreven voor lezers van 12 tot ongeveer 18 jaar: young adults of jongvolwassenen dus. Er zijn genoeg argumenten voor de stelling dat iedere jongere eens een youngadultboek moet lezen. Hier volgen er een paar.
Slide 26 - Slide
Onderstreep de argumenten in alinea 2, 3 en 4. Omcirkel de signaalwoorden waaraan je ze herkent.
Slide 27 - Slide
Onderstreep de argumenten in alinea 2, 3 en 4. Omcirkel in alinea 2 en 4 de signaalwoorden waaraan je ze herkent.
Juiste antwoord
(Alinea 2) Ten eerste zijn youngadultverhalen erg herkenbaar voor jongeren.
Slide 28 - Slide
Onderstreep de argumenten in alinea 2, 3 en 4. Omcirkel in alinea 2 en 4 de signaalwoorden waaraan je ze herkent.
Juiste antwoord
(Alinea 2) Ten eerste zijn youngadultverhalen erg herkenbaar voor jongeren.
(Alinea 3) Youngadultboeken zijn dus niet zo complex als sommige boeken voor volwassenen.
Slide 29 - Slide
Onderstreep de argumenten in alinea 2, 3 en 4. Omcirkel in alinea 2 en 4 de signaalwoorden waaraan je ze herkent.
Juiste antwoord
(Alinea 2) Ten eerste zijn youngadultverhalen erg herkenbaar voor jongeren.
(Alinea 3) Youngadultboeken zijn dus niet zo complex als sommige boeken voor volwassenen.
(Alinea 4) (4) Op de derde plaats zijn boeken in de categorie Young Adult echte pageturners.
Slide 30 - Slide
Vaak is zo’n boek onderdeel van een serie (...).’ (al. 5) Wat is daar handig aan?
Slide 31 - Open question
Onderstreep in alinea 6 en 7 twee tegenargumenten bij het standpunt uit alinea 1 (dat iedere jongere eens een youngadultboek moet lezen). Omcirkel de signaalwoorden, als die er zijn.
Slide 32 - Slide
Onderstreep in alinea 6 en 7 twee tegenargumenten bij het standpunt uit alinea 1 (dat iedere jongere eens een youngadultboek moet lezen). Omcirkel de signaalwoorden, als die er zijn.
(alinea 6) Sommige mensen vinden het bezwaarlijk dat er in sommige youngadultverhalen heftige dingen gebeuren, zoals gevechten op leven en dood. Dat zouden de jongere lezers misschien niet aankunnen.
Slide 33 - Slide
Onderstreep in alinea 6 en 7 twee tegenargumenten bij het standpunt uit alinea 1 (dat iedere jongere eens een youngadultboek moet lezen). Omcirkel de signaalwoorden, als die er zijn.
(alinea 6) Sommige mensen vinden het bezwaarlijk dat er in sommige youngadultverhalen heftige dingen gebeuren, zoals gevechten op leven en dood. Dat zouden de jongere lezers misschien niet aankunnen.
(alinea 7) Daarnaast hoor je vaak dat alle youngadultboeken hetzelfde zijn: wie ze veel leest, krijgt soms het gevoel alles al eens eerder te zijn tegengekomen.
Slide 34 - Slide
Onderstreep met een andere kleur de weerleggingen. Omcirkel signaalwoorden, als die er zijn.
Slide 35 - Slide
Onderstreep met een andere kleur de weerleggingen. Omcirkel signaalwoorden, als die er zijn.
(alinea 6) Tja, dat zou je van sprookjes ook kunnen zeggen, met al die boze stiefmoeders, heksen en hongerige wolven. Toch worden die nog steeds voorgelezen voor het slapengaan – en dan bestaat het publiek uit nog veel jongere kinderen dan young adults.
Slide 36 - Slide
Onderstreep met een andere kleur de weerleggingen. Omcirkel signaalwoorden, als die er zijn.
(alinea 6) Tja, dat zou je van sprookjes ook kunnen zeggen, met al die boze stiefmoeders, heksen en hongerige wolven. Toch worden die nog steeds voorgelezen voor het slapengaan – en dan bestaat het publiek uit nog veel jongere kinderen dan young adults.
(alinea 7) Maar ook dat is niet erg: naarmate je ouder wordt, ontgroei je de personages en hun beslommeringen en zo word je automatisch op het spoor gezet van boeken buiten de categorie Young Adult, die over andere onderwerpen gaan en die mogelijk anders zijn opgebouwd.
Slide 37 - Slide
Lees nog één keer het slot. Welke kenmerken van een slot herken je? (vraag op de volgende dia)
(8) Kortom, youngadultboeken zijn herkenbaar, niet moeilijk en spannend, en vaak zijn ze onderdeel van een serie, zodat je nooit lang hoeft na te denken over het volgende boek. Genoeg argumenten voor niet-lezers om er toch maar eens eentje te proberen. Wedden dat je er daarna nog een pakt?
Slide 38 - Slide
Welke kenmerken van een slot herken je in de laatste alinea? Noteer er twee. Kies uit: een conclusie – een samenvatting – een aanbeveling – een toekomstverwachting – een aansluiting bij de inleiding.