Les 12.1 - herhaling

Les 11.2
herhaling
Lesplanning:
  1. Klassikale herhaling activiteit
  2. Oefenopgave activiteit en halveringstijd
  3. Bespreken oefenopgave
  4. Oefenopgave dosis
  5. Bespreken oefenopgave
  6. Quantum in het nieuws
  7. Zelfstandig voorbereiden TW
  8. Afsluiting
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Les 11.2
herhaling
Lesplanning:
  1. Klassikale herhaling activiteit
  2. Oefenopgave activiteit en halveringstijd
  3. Bespreken oefenopgave
  4. Oefenopgave dosis
  5. Bespreken oefenopgave
  6. Quantum in het nieuws
  7. Zelfstandig voorbereiden TW
  8. Afsluiting

Slide 1 - Slide

This item has no instructions


Binas
tabel 35
Tabel B4 



Tabel E4 
 
                                   i.p.v.  
sin(αn)=dnλ
in kolom overige i.p.v. kolom VWO
λ=ph
λ=mvh

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Activiteit en halveringstijd

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Voor een medische behandeling wordt het verval van drie verschillende isotopen
vergeleken (zie diagram).
Welke isotoop heeft na 3,0 uur nog de
hoogste activiteit?
A
Isotoop van de bovenste grafiek.
B
Isotoop van de middelste grafiek.
C
Isotoop van de onderste grafiek.

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Activiteit 
De activiteit A (Bq) is het aantal deeltjes dat per seconde vervalt.
A=ΔtΔN

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Oefenopgave 1 - activiteit en halveringstijd
Voor een onderzoek aan de doorbloeding van de
hartpsier wordt Thalium-201 met een activiteit van
56 MBq gebruikt. Thallium-201 heeft een halveringstijd
van 3,04 dag.
  1. Bereken de massa van deze hoeveelheid thallium-201.
  2. Bereken na hoeveel tijd de activiteit is gedaald tot 15 MBq.
timer
8:00

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

A = 56 MBq 
t_1/2= 3,04 dag
m = ?
  1. Bereken de massa van deze hoeveelheid thallium-201.



  • invullen levert N =  2,122 * 10¹³ 
  • massa atoomkern:
      m = 200,97 u
           = 200,97 * 1,66 x 10⁻²⁷ kg
           = 3,336 * 10⁻²⁵ kg
  • m = 3,336 * 10⁻²⁵ *  2,122 * 10¹³
            = 7,1 * 10⁻¹² kg
N=t1/2ln(2)A

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

A_0 = 56 MBq 
t_1/2= 3,04 dag
m = ?
A = 15 MBq --> t = ?
  1. Bereken de massa van deze hoeveelheid thallium-201.
  2. Bereken na hoeveel tijd de activiteit is gedaald tot
    15 MBq.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Oefenopgave 2 - dosis
In sommige granaten is wat uranium aanwezig. Als een granaat op het slagveld ontploft, zal het aanwezige uranium als stof of damp in de lucht aanwezig zijn. Veronderstel dat een soldaat een stofdeeltje inademt dat U-236 bevat. Dit stofdeeltje nestelt zich in een longblaasje.
1.    Leg uit dat de activiteit van het U-236 tijdens een mensenleven nauwelijks
      afneemt.

Een stofdeeltje dat door een soldaat wordt ingeademd heeft een activiteit van
2,2 × 10⁻⁶ Bq. Bij het verval van één uraniumkern komt een energie van 6,7 × 10⁻¹³ J vrij. Deze vrijkomende energie wordt in 0,18 × 10⁻⁹ kg omringend weefsel geabsorbeerd.
  2.    Bereken de equivalente dosis die het bestraalde weefsel in een jaar ontvangt.

Slide 9 - Slide

A = 2,2 × 10 -6 Bq
E deeltje = 6,7 × 10 -13 J
De massa van het weefsel is:
m = 0,18 μg = 0,18 × 10 -9 kg
Δt = 365 × 24 × 60 × 60 = 3,1536 × 10 7 s
ΔN = A × Δt
ΔN = 2,2 × 10 -6 × 3,1536 × 10 7 = 69,379 deeltjes.
E str = ΔN × E deeltje
E str = 69,379 × 6,7 × 10 -13 = 4,6484 × 10 -11 J
D = E str / m
D = 4,6484 × 10 -11 / (0,18 × 10 -9 ) = 0,25824 Gy
Volgens BINAS zendt U-236 alfastraling uit. De stralingsweegfactor is dus gelijk aan 20.
H = w × D
❶ H = 20 × 0,25824 = 5,2 Sv
Oefenopgave 2 - dosis
Gegeven:
U-236
A = 2,2 × 10⁻⁶ Bq
E_kern = 6,7 × 10⁻¹³ J
m_weefsel = 0,18 × 10⁻⁹ kg
t = 1 jaar = 31536000 s
H = ?

Slide 10 - Slide

A = 2,2 × 10 -6 Bq
E deeltje = 6,7 × 10 -13 J
De massa van het weefsel is:
m = 0,18 μg = 0,18 × 10 -9 kg
Δt = 365 × 24 × 60 × 60 = 3,1536 × 10 7 s
ΔN = A × Δt
ΔN = 2,2 × 10 -6 × 3,1536 × 10 7 = 69,379 deeltjes.
E str = ΔN × E deeltje
E str = 69,379 × 6,7 × 10 -13 = 4,6484 × 10 -11 J
D = E str / m
D = 4,6484 × 10 -11 / (0,18 × 10 -9 ) = 0,25824 Gy
Volgens BINAS zendt U-236 alfastraling uit. De stralingsweegfactor is dus gelijk aan 20.
H = w × D
❶ H = 20 × 0,25824 = 5,2 Sv
Wetenschappers zijn erin geslaagd om licht te bevriezen

wat?!

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Lage temperaturen
Superfluïditeit

Slide 13 - Slide

Wat hebben lage temperturen met de plaats en impuls te maken? 
Lage temperatuur -> onzekerheid in impuls kleiner —> onzekerheid in plaats groter; deeltje kan overal tegelijkertijd zijn. 

Superfluiditeit: stromen zonder verlies aan kinetische energie (geen viscositeit)


Zelfstandig voorbereiden 
TW

  • Afsluitende opgaven (boek)
  •  Examenopgaven
  • Begrippenweb
  • Meerkeuzevragen quantum
  • ...
Tot 5 minuten voor het einde van de les.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De stof tritium (H-3) kan worden verkregen door lithium-6 te beschieten met een neutron. Bij deze stof komt naast tritium ook nog een ander deeltje vrij. Welk deeltje is dat?
Tip: noteer de vervalvergelijking.
A
alfa deeltje
B
bèta deeltje
C
proton
D
elektron

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Oefenopgave
Bij een bepaalde behandeling moet een stukje weefsel van 4,0 gram een stralingsdosis van 2 Gy ontvangen afkomstig van een iridiumpreparaat. De behandeling duurt 3,5 uur. De gemiddelde energie van de hierbij uitgezonden β-deeltjes is 0,6 MeV. Neem aan dat alle uitgezonden straling door het stukje weefsel wordt opgenomen.
Bereken de gemiddelde activiteit die het ingebrachte iridium moet hebben.

Tip
E_straling = E_deeltje * A * t

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

m_weefsel = 4,0 gram
                       = 0,004 kg 
D = 2 Gy
t = 3,5 uur
E_β-deeltjes =0,6 MeV. 
A = ?


  • E = D * m = 0,008 J
                         = 4,9938 *10¹⁰ MeV

  •  E_straling = E_deeltje * A * t
    4,9938 *10¹⁰ = 0,6 * A * (3,5*3600)
  • A = 6,6 MBq
Tip
E_straling = E_deeltje * A * t

Slide 17 - Slide

De dosislimiet voor iemand met een beroep met radioactief materiaal is 
20 mSv/jaar = 20 x 10-3 Sv/jaar.


D = H/w = 20 x 10-3 / 20 = 1,0 x 10-3 Gy
De massa van de persoon is 85 kg.
Estr = D x m
Estr = 1,0 x 10-3 x 85 = 85 x 10-3 J
85 x 10-3 / (1,6 x 10-19 ) = 5,31 x 1017 eV = 5,31 x 1011 MeV
Volgens BINAS heeft het alfadeeltje een energie van 4,52 MeV.
ΔN = Estr / Edeeltje
5,31 x 1011 / 4,52 = 1,18 x 1011 deeltjes