Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 4
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hoofdstuk 4

Slide 1 - Slide

Wat is het tekstdoel?

Slide 2 - Slide

Wat is het tekstdoel?

Slide 3 - Slide

Voor vandaag: 
  • Ik kan een activerende tekst (en andere tekstdoelen) herkennen. 
  • Ik kan kritisch een tekst analyseren. 

Slide 4 - Slide

Aan de slag, H2! 
  • Tien minuten in stilte, daarna vijftien minuten in duo's. 
  • Eerder klaar? Lees 'Beeld en opmaak' (p. 22) en maak opdracht acht. 
  • Vragen? Na tien minuten. 

Opdracht: 4.3 Lezen opdracht 1d, 1e, 2, 3, 4, 5 en 6. 

Slide 5 - Slide

Aan de slag, V2!
  • Tien minuten in stilte, daarna vijftien minuten in duo's. 
  • Eerder klaar? 4.3 Lezen opdracht acht. 
  • Vragen? Na tien minuten. 

    Opdracht: 4.3 lezen opdracht 1d, 1e, 2, 4, 5, 6 en 7.

Slide 6 - Slide

Om mee te beginnen:
- Boek uitkiezen 

Slide 7 - Slide

Voor vandaag: 
- Oefenen met precies lezen
- Vragen over een tekst kunnen beantwoorden

Slide 8 - Slide

Aan de slag! 
Gezamenlijk lezen, daarna in duo's (twintig minuten) 
Vragen? Stel gerust
Eerder klaar? Fictie 4.1 opdracht zes en zeven

Opdracht: 
-
Fictie 4.1 opdracht 1, 2, 3 en 4. 

Slide 9 - Slide

Aan de slag, V2!
Gezamenlijk lezen, daarna in duo's (20 minuten)
Eerder klaar? 
Vragen? Stel gerust. 

Opdracht: 
- Fictie 4.1 opdracht 1, 2 en 3. 

Slide 10 - Slide

Om mee te beginnen:
Je kunt een boek beoordelen op grond van realistische argumenten, emotieve argumenten en  morele argumenten. 

1. Geef samen definities van de drie soorten argumenten. Kijk daarbij goed naar de bijvoeglijk naamwoorden. 

Slide 11 - Slide

Om mee te beginnen: 
1. Wat wordt er bedoeld met het onderwerp van een boek/film/serie?
2. Wat wordt er bedoeld met het thema van een boek/film/serie?
3. Wat is dan het verschil tussen onderwerp en thema?

Slide 12 - Slide

Onderwerp en thema
Onderwerp: beschrijft in een woord waar een verhaal over gaat. 

Thema: De kortst mogelijke samenvatting van een verhaal (in één zin).

Denkvraag: kan een verhaal met hetzelfde onderwerp een ander thema hebben? Leg je antwoord uit. 

Slide 13 - Slide

Aan de slag, H2!
Individueel en in stilte (10 minuten), daarna in duo's (10 minuten)
Vragen? Na tien minuten. 
Eerder klaar? Fictie 4.1 opdracht 11. 

Opdracht: 
Fictie 4.1 opdracht 6, 7 en 8. 

Slide 14 - Slide

Aan de slag, V2!
Individueel en in stilte (10 minuten), daarna in duo's (10 minuten)
Vragen? Na tien minuten. 
Eerder klaar? Fictie 4.1 opdracht 9

Opdracht: 
Fictie 4.1 opdracht 4, 6, 7 en 8.  

Slide 15 - Slide

Op verzoek:
Realistisch argument: het verhaal staat te ver van de werkelijkheid af, personages zijn niet realistisch uitgewerkt. 

Emotief argument: het verhaal raakt je niet, je leeft niet mee met de personages. 

Moreel argument: je bent het (niet) eens met de waarden en normen die in het verhaal terugkomen. 


Slide 16 - Slide

Voor vandaag: 
  • Ik weet hoe de presentatie eruit gaat zien 
  • Ik kan fictiebegrippen toepassen op de twee gelezen fragmenten (zie het huiswerk van de vorige lessen)

Slide 17 - Slide

Om mee te beginnen:
- Welke technieken worden ingezet om spanning te creëren? 
- Zou jij de film willen zien? Leg jouw antwoord uit. 

Slide 18 - Slide

Aan de slag!
In duo's (twintig minuten) 
Eerder klaar? Zie bord. 
Vragen? Stel gerust. 

Opdracht: 
Zoek op wat de volgende fictiebegrippen betekenen: 
spanning, personages, tijd, ruimte, genre, gebeurtenissen, fictie en vertelperspectief. Gebruik eventueel de online editie van Talent. Noteer de betekenissen van die begrippen in je schrift. 

Slide 19 - Slide

Aan de slag!
In duo's (dertig minuten) 
Eerder klaar? Zie bord. 
Vragen? Stel gerust. 

Opdracht: 
Kies drie begrippen uit en pas deze toe op Fictie 4.1 tekst twee. De begrippen: 
spanning, personages, tijd, ruimte, genre, gebeurtenissen, fictie en vertelperspectief. Werk per begrip een analyse uit in jouw schrift! 

Slide 20 - Slide