In duo's (twintig minuten)
Eerder klaar? Zie bord.
Vragen? Stel gerust.
Opdracht:
Zoek op wat de volgende fictiebegrippen betekenen:
spanning, personages, tijd, ruimte, genre, gebeurtenissen, fictie en vertelperspectief. Gebruik eventueel de online editie van Talent. Noteer de betekenissen van die begrippen in je schrift.