Journaal: quiz 18, 19, 20 maart 2025 (met wisbordje)

Journaal: quiz
Dinsdag 18 maart tot en met donderdag 20 maart 2025
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Journaal: quiz
Dinsdag 18 maart tot en met donderdag 20 maart 2025

Slide 1 - Slide

Doelen
1) Je kunt bij een onderwerp de correcte woorden noemen.
2) Je kunt bij een onderwerp een samenvatting geven van maximaal vier zinnen.
3)  Je kunt respectvol samenwerken in een groepje.​

Slide 2 - Slide

Samenwerken
1)   Kies een voorzitter.​
2)  Kies een leerling die de antwoorden opschrijft.​
3)  Kijk naar de foto.​
4)  Lees mee als de docent voorleest.​
5)  Denk een halve minuut in stilte na.​
6)  Noem één woord als de voorzitter je naam noemt.​ Kies zelf een nummer.
7)  Praat samen over het woord.
8)  Schrijf het woord op bij het goede nummer.

Slide 3 - Slide

Taken van de voorzitter
1)   Geef eerst een beurt aan een leerling​,
      die nog niet zo lang in de isk zit.​
2)  Zorg ervoor dat alle leerlingen om de ​beurt
      een woord kunnen noemen. ​
3)  Zorg ervoor dat alle leerlingen meedoen.​

Slide 4 - Slide

Wat kan de voorzitter zeggen?
.... is aan de beurt.
…, jij bent aan de beurt.​​
…, wat denk jij?​
…, denk jij dat ook?​
..., ben je het ermee eens?

Slide 5 - Slide

Wat kun je zeggen?
Ik denk dat ook.​
Ik denk dat het goed is.​
Ik ben het ermee eens.
Ik denk dat het niet goed is.​
Ik ben het er niet mee eens.
Ik denk dat het ….. is.​

Slide 6 - Slide

Spelregels
1)   Voor elk goed antwoord krijgt een groepje
      één punt.​
2)  Het groepje met de meeste punten heeft
      gewonnen.​

Slide 7 - Slide

Doel: je kunt een correct woord noemen.
Twee 1)a__ zijn, veel later dan gepland, teruggekomen uit de 2)r__. Er waren problemen met hun 3)r__. Ze moesten wachten op een nieuwe 3)r__ om terug te keren naar de 4)a__.

Slide 8 - Slide

Antwoorden
Twee 1)astronauten zijn, veel later dan gepland, teruggekomen uit de 2)ruimte. Er waren problemen met hun 3)raket. Ze moesten wachten op een nieuwe 3)raket om terug te keren naar de 4)aarde.

Slide 9 - Slide

Doel: je kunt een correct woord noemen.
Uit 1)o__ is gebleken dat elk jaar ongeveer 7000 mensen 2)k__ krijgen door hun werk. Een deel van die mensen krijgt 3)h__, omdat ze 4)b__ werken. Een deel krijgt 5)l__, omdat ze met 6)g__ stoffen werken. Het KWF wil dat werkgevers ervoor zorgen dat 7)w__ beter 8)b__ worden. Ook wil het KWF dat de overheid vaker controleert of 9)w__ zich aan de 10)r__ houden.

Slide 10 - Slide

Antwoorden
Uit 1)onderzoek is gebleken dat elk jaar ongeveer 7000
mensen 2)kanker krijgen door hun werk. Een deel van die mensen krijgt 3)huidkanker, omdat ze 4)buiten werken. Een deel krijgt 5)longkanker, omdat ze met 6)gevaarlijke stoffen werken. Het KWF wil dat werkgevers ervoor zorgen dat 7)werknemers beter 8)beschermd worden. Ook wil het KWF dat de overheid vaker controleert of 9)werkgevers zich aan de 10)regels houden.

Slide 11 - Slide

Antwoorden
Mbo-studenten willen geld of meer geld voor hun 1)stage krijgen. De minister van 2)onderwijs zegt dat hij dat niet kan 3)verplichten. Hij vindt wel dat 4)bedrijven een vergoeding of een hogere vergoeding moet geven aan stagiaires.

Slide 12 - Slide

Doel: je kunt een correct woord noemen.
Mbo-studenten willen geld of meer geld voor hun 1)s__ krijgen. De minister van 2)o__ zegt dat hij dat niet kan 3)v__. Hij vindt wel dat 4)b__ een vergoeding of een hogere vergoeding moet geven aan stagiaires.

Slide 13 - Slide

Vragen?
Heb je nog vragen?

Slide 14 - Slide

Terugkijken naar de doelen
1)  Je kunt bij een onderwerp een samenvatting geven van maximaal vier zinnen.
2) Je kunt respectvol samenwerken in een groepje.​

Opdracht
Geef een samenvatting van maximaal vier zinnen.
Denk hier eerst in stilte over na (halve minuut).

Slide 15 - Slide

Ik heb alle afleveringen van het Jeugdjournaal minimaal één keer bekeken.
A
nee
B
ja

Slide 16 - Quiz

Ik kan bij elk onderwerp minimaal één woord noemen.
A
nee
B
ja

Slide 17 - Quiz

Ik kan bij een onderwerp een zin maken.
A
Ik kan het een beetje.
B
Ik kan het goed.

Slide 18 - Quiz

Ik kan bij een onderwerp een samenvatting van maximaal vier zinnen geven.
A
Ik kan het een beetje.
B
Ik kan het goed.

Slide 19 - Quiz

Ik kan respectvol samenwerken in een groepje.
A
Ik kan het een beetje.
B
Ik kan het goed.

Slide 20 - Quiz

Ik vind het leuk om in een groepje de quiz van het jeugdjournaal te doen.
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quiz