This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
vrijdag 27 maart
Telefoonvrije opstart
Telefoon in je tas of in de box
Slide 1 - Slide
Zo voel ik mij vandaag
Slide 2 - Drag question
planning
9.30-10.00 uur binnenkomst/opstart
10.00- 10.15 uur leeractie 2D terugblik uitleg
10. 15 uur- 11.00 uur ZW 2D verder werken of opdrachten uit beginnersfase afronden.
11.00- 11.30 afsluiten
Slide 3 - Slide
Lesdoel
Je hebt je eigen planning vandaag behaald.
Je kunt vertellen wat er van je wordt verwacht in beroepstaak 2D.
De studenten die versnellen kunnen aan het einde van de les globaal uitleggen wat er wordt gevraagd in leeractie van 5b en 5C.
Slide 4 - Slide
Wat moet je doen voor de leeractie van 2D gevorderd?
Slide 5 - Open question
Wat doen we eigenlijk?
Slide 6 - Slide
Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker
Begeleiden
Observeren
Gesloten observeren met vraag/doel
Analyse/conclusie
Ontwikkelplan + evaluatie
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Het is Sara opgevallen dat een kind uit haar groep zich de laatste tijd anders gedraagt. Normaal is het kind erg vrolijk, maar de laatste weken komt het erg somber over. Ze besluit om het kind te observeren, maar wil dit niet te opvallend doen. Daarom gaat Sara het kind observeren terwijl ze samen bezig zijn met een knutselactiviteit. Ze besluit daarbij vooral te letten op hoe vaak het kind lacht tijdens de activiteit.
A
Participerende / gestructureerde observatie
B
Participerende / ongestructureerde observatie
C
Niet-participerende gestructureerde observatie
D
Niet - participerende / ongestructureerde observatie
Slide 9 - Quiz
Je wilt een kind observeren, omdat je de indruk hebt dat hij eenzaam is. Je wilt in verschillende situaties kijken op welke wijze hij contact makt met andere kinderen. Welke observatie is het meest geschikt?
A
continu
B
interval
Slide 10 - Quiz
Herhaal hier de 5 stappen die ik eerder heb genoemd, startend met 1. begeleiden
Slide 11 - Open question
Wat ga je deze les doen?
timer
1:00:00
Slide 12 - Open question
5B & 5C
Slide 13 - Slide
Waarom schrijf je een ontwikkelplan in de kinderopvang?
Slide 14 - Mind map
Pak pen en papier
Maak aantekeningen over de volgende dia's
Slide 15 - Slide
Waarom een ontwikkelplan schrijven
Kinderen die extra begeleiding nodig hebben
Kinderen die je een stapje verder wil helpen in hun ontwikkeling
Kinderen die opvallend gedrag vertonen
Slide 16 - Slide
Het ontwikkelplan
Ook wel plan van aanpak of begeleidingsplan genoemd
Wordt opgesteld als er bijzonderheden zijn bij het kind
Staat beschreven hoe je als organisatie gaat werken aan de ontwikkeling van de kinderen in de opvang
Gebruik verschillende bronnen om een helder en realistisch beeld te krijgen
Kinddossier: Algemene gegevens als: naam (letter), thuissituatie, thuistaal, culturele achtergrond, aantal dagen op de opvang, sinds wanneer op de opvang
Eerdere observaties/gesprekken en de hoofdpunten daarvan
Beschrijving van het kind per ontwikkelingsgebied
Gesprek met collega’s over: omgang met andere kinderen en pm’ers
Gesprek met ouders: gedrag thuis, plezier op de opvang etc
Tip: kijk of je informatie uit 2D kan gebruiken
Slide 18 - Slide
2. Probleemanalyse
Wat is het probleem/uitdaging?
Wie heeft het probleem/uitdaging?
Wat valt op, wie viel het op en waarom vind je het belangrijk om hier actie op te ondernemen.
Is het oplosbaar of neem je eerst een tussenstap
Slide 19 - Slide
Bedenk een mogelijke uitdaging voor jouw ontwikkelplan: bijv.: Kind A. kan nog niet zelfstandig eten. Kind A. kan nog niet zelfstandig naar het toilet Kind A. kan nog niet omrollen.
LET OP! het hoeft niet opgelost te worden in 2 weken, je kan er aan gaan werken
Slide 20 - Open question
3. Doel
SMART!
Beschrijf in 2 a 3 zinnen
Zorg voor een klein en haalbaar doel
Slide 21 - Slide
Maak hier je doel SMART op de eerdere vraag. Kind A. kan na 2 weken zelfstandig op de toiletpot zitten. Kind A. kan na 2 weken zelfstandig zijn vork vast houden. Kind A. kan na 2 weken met hulp omrollen.
Slide 22 - Open question
4. Aanpak
Hoe pak je het aan?
Welke activiteiten of handelingen ga je doen? minimaal 4 activiteiten.
Wie gaat het begeleiden?
Wie doet welke taken?
Andere bijzonderheden
elke activiteit a.d.h.v. de 5xW+H methode: wie, wat, waar, wanneer, waarmee, wanneer, hoe?
Slide 23 - Slide
5. Uitvoering
Bedenk meerdere activiteiten om het doel te behalen. Met één activiteit behaal je het doel niet.
4 activiteiten:
Slide 24 - Slide
Kind X. gaat bijna naar de basisschool, maar tijdens de observatie van beroepstaak 2D gevorderd heb je gezien dat hij de primaire kleuren nog niet kan benoemen. Kijkend naar de SLO- doelen, zou hij dit volgens zijn ontwikkeling straks wel moeten kunnen. Welke activiteiten kun je hierbij verzinnen?
Slide 25 - Open question
Kind Y. lust alleen banaan. Dit heb je gezien tijdens je observatie van 2D gevorderd. Zijn ouders en jullie zouden haar kennis willen laten maken met meerdere fruitsoorten, zodat zij haar smaak kan ontwikkelen en verschillende vitamines binnenkrijgt. Welke activiteiten kun je hierbij verzinnen?
Slide 26 - Open question
6. Evalueren
Einddoel behaald of moet het doel worden bijgesteld?