Les 8: Persoonlijke zorg

Persoonlijke zorg
Les 8: Vitale functies
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Persoonlijke zorg
Les 8: Vitale functies

Slide 1 - Slide

Lesinhoud
  • Module planning 
  • Ademhaling
  • Circulatie 
  • Lichaamstemperatuur 
  • Learnbeat
  • Vooruitblik

Slide 2 - Slide

Module planning (theorie)

Slide 3 - Slide

Module planning (praktijk)

Slide 4 - Slide




Ademhaling

Slide 5 - Slide

Een normale ademhaling wordt steeds dieper, neemt daarna even af en stopt dan even
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Ademhaling
Je observeert de ademhaling, zodat je afwijkingen kunt vaststellen. Dit wordt ook wel het observeren van de kwaliteiten van de ademhaling genoemd.

De vier kwaliteiten van de ademhaling:
  • Frequentie 
  • Diepte
  • Regelmaat
  • Ademhalingspatronen


Slide 7 - Slide

De normale ademfrequentie
  • Kinderen vanaf 12 jaar en volwassenen halen tussen 15 en 20 keer per minuut adem.
  • Kinderen van 5 tot 12 jaar halen tussen 20 en 25 keer per minuut adem.
  • Kinderen van 2 tot 5 jaar halen tussen de 25 en 30 keer per minuut adem.
  • Kinderen van 1 tot 2 jaar halen tussen de 25 en 35 keer per minuut adem
  • Kinderen jonger dan 1 jaar halen tussen 30 en 40 keer per minuut adem.
  • Pasgeborenen halen 30 tot 50 keer per minuut adem. 

Slide 8 - Slide

Terminologie 
  • Apneu
  • Dyspneu
  • Hyperventilatie
  • Ademhaling volgnes Kussmaul
  • Cheyne- Stokesademhaling
  • Zuchtende ademhaling

Slide 9 - Slide

Terminologie 
Apneu
Afwezigheid van ademhaling
Dyspneu
Moeite met ademhaling en maakt benauwde indruk
Hyperventilatie
Overademhaling
Ademhaling volgens kussmaul
Zeer diepe, ononderbroken en regelmatige ademhaling
Cheyne- Stokesademhaling
De diepte van de ademhaling neemt eerst toe, neemt daarna af en stopt dan even
Zuchtende ademhaling
Regelmatige ademhaling met af en toe een zucht

Slide 10 - Slide




Circulatie

Slide 11 - Slide

Kwaliteiten van de polsslag
  • De frequentie van de pols: wat is het aantal slagen per minuut?
  • De regelmaat van de pols: is de pols regelmatig of niet?
  • De gelijkmatigheid van de pols: zijn de polsslagen gelijk gevuld?
  • De kracht van de pols: is de polsslag al of niet heftig?

Slide 12 - Slide

Polsslag 
Een frequentie van meer dan 100 slagen per minuut heet tachycardie, bij een frequentie van minder dan 50 slagen spreken we van bradycardie.

Als de slagen regelmatig komen, noemen we de pols regulair. Bij onregelmatige slagen spreken we van een irregulaire pols.


Slide 13 - Slide

Plaatsen waar de hartslag te voelen is

Slide 14 - Slide

Bloeddruk
Om de circulatie te bewaken, kun je ook de bloeddruk meten. 

Een ander woord voor bloeddruk is tensie. Vaak staat bij de gemeten bloeddrukwaarden RR vermeld, dit staat voor Riva-Rocci.

Bovendruk= systolische druk
Onderdruk= diastolische druk


Slide 15 - Slide

Bloeddrukwaarden
Normaalwaarde
De normaalwaarde van de bloeddruk ligt rond de 120/ 80 mmHG

Hoge bloeddruk (hypertensie)
De bloeddruk is te hoog als de gemiddelde bovendruk hoger is dan 140 mmHG, of als de onderdruk hoger is dan 90mmHG.

Lage bloeddruk (hypotensie)
Er is sprake van een lage bloeddruk als de bloeddruk zo laag is dat het lichaam niet in staat is om normaal te functioneren.

Slide 16 - Slide




Lichaamstemperatuur

Slide 17 - Slide

Lichaamstemperatuur bewaken
Normale lichaamstemperatuur
Een normale lichaamstemperatuur is bij:
  • volwassenen en kinderen: tussen 36,5 °C en 37,5 °C
  • oudere zorgvragers: tussen 36,0 °C en 37,5 °C
  • pasgeborenen: tussen 35,5 °C en 37,5 °C


Slide 18 - Slide

Lichaamstemperatuur bewaken
Afwijkende lichaamstemperatuur
Er is sprake van een afwijking bij een temperatuur:


  • van 37,5 °C tot 38 °C (verhoging)
  • tussen 38 °C en 41 °C (koorts)
  • hoger dan 41 °C (hyperthermie)
  • lager dan 35 °C (hypothermie)

Slide 19 - Slide

Lichaamstemperatuur bewaken
Meetplaatsen
De lichaamstemperatuur kun je op verschillende plaatsen meten:
  • rectaal: meten van de lichaamstemperatuur in de anus
  • oraal: meten van de lichaamstemperatuur onder de tong
  • axillair: meten van de lichaamstemperatuur onder de oksel
  • tympanisch of auraal: meten van de lichaamstemperatuur in het oor

Slide 20 - Slide

Aan de slag
Maak in Learnbeat:
Hoofdstuk 19.10 B t/m E

Slide 21 - Slide

Vooruitblik
7 april
Slaap en waken

Huiswerk:
Hoofdstuk 19.10 B t/m E


Slide 22 - Slide