Opdracht Industriële Revolutie: Dagboek van een Arbeider

1 / 15
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welkom bij de werkvorm: Dagboek van een arbeider. 
Deze werkvorm is gericht om de stof van Tijdvak 10: Burgers en stoommachines te verbinden met de leefwereld van de leerling.
Bij deze opdracht gaat de leerling de volgende historische vaardigheden gebruiken:
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen
- gebeurtenissen in historische context zetten; 
- verbanden leggen tussen heden en verleden (analogie(dagboekdeel 6))

Wat gaan julle deze periode doen?
- Als afronding ga je een dagboek schrijven. Je schrijft vanuit een persoon die leefde in de tijd van de Industriële Revolutie. Deze persoon(met dezelfde leeftijd als jou) leefde vlak voor de Revolutie  op het platteland en werkte zowel in de agrarische sector als in de huisnijverheid. 

- Wat moet er in het dagboek verwerkt worden?

- Dagboek bestaat uit 6 delen:
+ 5 over een van de hoofdstukken uit het handboek
+ 1 over eigen bevindingen(Wat is je opgevallen?)(H6)


Slide 2 - Slide

Bij deze dia wordt een introductie gegeven bij deze werkvorm. Ook wordt er verteld wat de komende op de planning staat. De docent biedt structuur wat leerlingen nodig hebben. 
Schrijf elke week 1 deel van je dagboek en lever dit in vóór de les:
- Vóór les 2  lever je dagboek deel 1 in over H2: De Agrarische en Demografische Revolutie
- Vóór les 3 lever je dagboek deel 2 in over H3: Komst van de fabriek
- Vóór les 4 lever je dagboek deel 3 in over H4: Hongerloon
- Vóór les 5 lever je dagboek deel 4 in over H5: Europa zoekt naar markten
- Vóór les 6 lever je dagboek deel 5 in over H6: Het rode spook
- Vóór les 7 lever je dagboek deel 6 in over jou eigen visie op de Industriële Revolutie

Slide 3 - Slide

Hier wordt de planning aan de leerlingen gegeven die ze in hun agenda moeten opschrijven, zodat ze het overzicht bewaren. De docent legt kort uit wat er elke week moet gebeuren.
Dagboek deel 1: 
Context waar vanuit je schrijft:
Je bent evenoud als dat jij nu bent en leeft op het platteland. Je leeft in de tijd dat de Agrarische Revolutie in volle gang is. Er gebeurt veel op het platteland. Er worden allerlei nieuwe middelen gebruikt om het land te bewerken. Je schrijft hierover in je dagboek. Je schrijft over wat er allemaal veranderd is in de landbouw en beschrijft vervolgens de gevolgen zijn van deze nieuwe middelen op de landbouw. Vervolgens ga je schrijven over welke gevolgen deze veradering heeft op de samenleving.

Slide 4 - Slide

Het eerste dagboekdeel gaat over de industriële Revolutie. Bij dit dagboekdeel komende de volgende historische vaardigheden aan bod die de leerlingen moeten gebruiken:
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen
- gebeurtenis(sen)/begrippen in historische context zetten
 
Dagboek deel 1 wordt als voldoende gerekend als...
1. alle dikgedrukte woorden uit Hoofdstuk 2 in de juiste context in het dagboek zijn verwerkt. 

2.   er vanuit het perspectief van iemand met dezelfde leeftijd als jou is geschreven die ten tijde van de Agrarische en Demografische Revolutie op het platteland leefde

3. de gevolgen die de Agrarische en Demografische 
Revolutie duidelijk in de teskt naar voren komen

4. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen

Slide 5 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven. 
De context waarvanuit je schrijft:
Jij werkte voorgaande de Industiële Revolutie op het platteland als boer(in). Je deed naast het werk op het land ook aan huisnijverheid, dit werd wel vaker gedaan die tijd om rond te kunnen komen. Je richt je voornamelijk op het spinnen van draden voor de textiel industrie. Echter kwamen in die tijd ook nieuwe uitvindingen voor het spinnen van textiel. Vertel over deze en ander uitvindingen uit die tijd en schrijf over wat deze uitvindingen voor jou als dradenspinner voor gevolgen hebben. 
Dagboek deel 2: 

Slide 6 - Slide

Het tweede dagboekdeel gaat over de geleidelijke opkomst van steeds meer nieuwe uitvindingen in de textielindustrie, wat uiteindelijk tot de komst van de eerste fabrieken heeft geleid. De leerlingen gaan in dit dagboekdeel schrijven over het geleidelijke proces van mechanisering in de textielindustrie. 
Bij het schrijven van dit dagboekdeel maken de leerlingen gebruik van de volgende historische vaardigheden: 
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen:
- gebeurtenis(sen)/begrippen in historische context zetten
- verbanden leggen tussen gebeurtenissen(schietspoel--> Spinning Jenny--> waterframe--> stoommachine)
   
Criteria:
Het wordt als voldoende gerekend als...
1. alle dikgedrukte woorden uit Hoofdstuk 3 in de juiste context in het dagboek zijn verwerkt. 

2.  het vanuit het perspectief van "een persoon" is geschreven die ten tijde komst van de fabriek leefde

3.  de nieuwe uitvindingen met de daarbij behorende gevolgen voor de huisnijverheid(en daarmee ook het leven van diegene waarvanuit je schrijft) worden beschreven.

4. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen.

Slide 7 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven. 
De context waarvanuit je schrijft:
In het derde deel van je dagboek ga je schrijven over de komst van de fabrieken. Na je baan verloren te hebben ben je als snel weer aan het werk gegaan. Je werkt nu in de fabriek en bent met je familie verhuisd naar de stad. Je vertelt hoe het eraan toe gaat in de fabriek en hoe jou nieuwe huis en buurt uitzien. Ook schrijf je kort over de verschillen die er zijn tussen de arbeiders in de fabrieken en de fabrikanten.
Dagboek deel 3: 

Slide 8 - Slide

Het derde dagboekdeel gaat over de opkomst van de fabrieken. De leerlingen moeten in dit dagboekdeel beschrijven hoe de situatie is in de fabrieken in vergelijking op het platteland (voorgaande werk). Ook gaan de leerlingen schrijven over de plaats waar ze leven en welke verschillen in deze situatie zijn ontstaan tussen de fabrikanten en de arbeiders.

Bij het schrijven van dit dagboekdeel maken de leerlingen gebruik van de volgende historische vaardigheden:
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen:
- gebeurtenis(sen)/begrippen in historische context zetten
- verbanden leggen tussen gebeurtenissen(komst fabriek--> meer en goedkopere productie --> kleine spinners niet meer rendabel--> gaan in fabriek werken om toch nog geld te verdienen--> veel werknemers--> weinig werkgevers--> veel werklozen-->etc.) 
   
Criteria:
Het wordt als voldoende gerekend als...
1. alle dikgedrukte woorden uit Hoofdstuk 4 in de juiste context in het dagboek zijn verwerkt. 

2.  het vanuit het perspectief van de persoon(waarvanuit je schrijft) is geschreven die zijn baan in de huisnijverheid heeft verloren en noodgedwongen moest gaan werk in één van de fabrieken.

3. de situatie in de fabrieken en de woningen moeten  geschetst zijn 

4. het verschil tussen de situatie waarin de arbeiders en een fabrikanten in leven duidelijk wordt   

5. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen.

Slide 9 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven. 
De context waarvanuit je schrijft:
In het vierde deel van je dagboek ga je schrijven over de na 1850 veranderende verhouding tussen West-Europa en de gebieden in Afrika en Azië. In de fabriek waar je werkt wordt er onder andere gewerkt met kartoen en jute. Deze grondstoffen komen niet uit Europa maar uit andere werelddelen. Leg aan de hand van de Industriële Revolutie en de andere oorzaken uit waarom er nu wel interesse is in het koloniseren van gebieden in Azië en Afrika en vroeger niet. 
Zie criteria voor de eisen.

Dagboek deel 4: 

Slide 10 - Slide

Het vierde dagboekdeel gaat over de veranderende verhoudingen tussen West-Europa en de gebieden in Afrika en Azië. De leerlingen moeten in dit dagboekdeel schrijven, aan de hand van de grondstoffen waarmee ze in de fabriek werken, over de opkomende kolonisatie van gebieden in Afrika en Azië. De leerlingen leggen uit waarom er nu wel opeens in deze gebieden koloniën worden gesticht en vroeger niet. Dit doen de leerlingen aan de hand van de opkomende industrialisatie in het westen en de grote vraag naar grondstoffen(en de andere motieven, zoals nationalisme etc.).
  
Bij het schrijven van dit dagboekdeel maken de leerlingen gebruik van de volgende historische vaardigheden:
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen:
- gebeurtenis(sen)/begrippen in historische context zetten
- verbanden leggen tussen gebeurtenissen
   
Criteria:
Het wordt als voldoende gerekend als...
1. alle dikgedrukte woorden uit Hoofdstuk 4 in de juiste context in het dagboek zijn verwerkt. 

2.  het vanuit het perspectief van de persoon(waarvanuit je schrijft) is geschreven die in werkt in een fabriek, waarin de grondstoffen kartoen en jute worden verwerkt.  

3. het helder wordt wat er is veranderd in de verhoudnigen tussen West-Europa & Afrika en Azië ten tijde van de opkomst van de fabrieken 

4. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen.

Slide 11 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven. 
De context waarvanuit je schrijft:
In het vijfde deel van het dagboek ga je schrijven over de belangengroep die de postitie van de arbeider wouden verbeteren en de belangengroep die de postitie van de fabrikanten verdedigden. 
- Je vertelt als arbeider over hoe het in de fabriek eraan toe gaat. Hoe jou werkdag eruit zien en onder welke werkomstandigheden je moet werken.  Waarna er wordt geschreven over welke  belangengroep er voor jou is en wat deze belangengroep de arbeider doet. 
- Je gaat vervolgens schrijven vanuit het perspectief van een fabrikant. In dit stuk ga je vertellen waarom je de mensen onder deze omstandigheden laat werken, hoe je werk eruit ziet en hoe je werkdag er over het algemeen uitziet.  
- Je gaat daarna schrijven vanuit de arbeider(van jou leeftijd) wat de verschillen zijn tussen deze groepen. 
- Je sluit dit dagboekdeel af met een losstaand stukje tekst waarin je je eigen visie(vanuit 2020) geeft op de vraag: "In 2020 zijn er nog steeds evengrote verschillen tussen arbeiders(werknemers) en fabrikanten(werkgevers)?" Ben je het eens of oneens geef 2 historische en hedendaagse voorbeelden die dit aantonen.  

Dagboek deel 5: 

Slide 12 - Slide

Het vijfde dagboekdeel gaat over de opkomst van de twee belangengroepen(liberalen(fabrikanten) en de socialisten(arbeiders)). De leerlingen gaan schrijven waarom deze belangengroepen zijn ontstaan en waar ze voor staan. De leerlingen leggen aan het einde van dit dagboekdeel in een losstaand stukje tekst uit welke elementen van deze ontwikkelingen nog steeds in 2020 terug zijn te vinden. Op deze manier leren de leerlingen wat het nut is van een belangenorganisatie en wat belangenorganisaties voor elkaar weten te krijgen.

Bij het schrijven van dit dagboekdeel maken de leerlingen gebruik van de volgende historische vaardigheden:
- standplaatsgebondenheid;
- inlevingsvermogen;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen;
- gebeurtenis(sen)/begrippen in historische context zetten;
- verbanden leggen tussen gebeurtenissen;
- Analogie maken tussen belangengroepen toen en nu.
   
Criteria:
Het wordt als voldoende gerekend als...
1. alle dikgedrukte woorden uit Hoofdstuk 4 in de juiste context in het dagboek zijn verwerkt. 

2.  het vanuit het perspectief van de persoon(waarvanuit je schrijft) is geschreven en duidelijk wordt hoe de situatie in de fabrieken is

3. de verschillen tussen de fabrikanten en de arbeiders duidelijk worden aan de hand van de twee stukjes tekst die je hebt geschreven. Eén vanuit een arbeider en de ander vanuit een fabrikant. 

4. de komst van de belangengroepen worden beschreven(Waaruit ontstaan? Waar hoort welke belangengroep bij? Waar staan ze voor?

5. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen.

Slide 13 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven. 
Dagboek deel 6:
Context waarin je gaat schrijven:
In het zesde en tevens laatste deel van het dagboek schrijf je vanuit 2020. Je hebt de afgelopen periode gewerkt aan het dagboek en je hebt kennis opgedaan over de Industriële Revolutie. In dit laatste deel ga je schrijven over de gevolgen van deze Revolutie die tegenwoordig nog te zien zijn en of je dit een positief of negatief gevolg vindt. 
Schrijf 2 of meer gevolgen van de Industriële Revolutie die in 2020 nog steeds te zien zijn. 
Vind je het gevolg positief of negatief? 
Gebruik per beredeniring(waarom je het positief of negatief vindt) 2 historische voorbeelden die je mening ondersteunen.

Slide 14 - Slide

In het zesde en tevens laatste dagboekdeel kijken de leerlingen terug op al de gemaakte dagboekdelen. Aan de hand van de kennis dat is opgedaan, gaan leerlingen kijken in het heden wat er over is gebleven van de veranderingen die zich hebben voorgedaan in de Industriële revolutie. De leerlingen gaan aan de hand van 2 gevolgen van de Industriële Revolutie die in 2020 nog steeds merkbaar zijn, verklaren of ze de Industriële Revolutie een positief of een negatief gebeurtenis/verschijnsel vinden. Dit moeten ze aan de hand van historische voorbeelden verklaren.

Bij het schrijven van dit dagboekdeel maken de leerlingen gebruik van de volgende historische vaardigheden:
- standplaatsgebondenheid;
- oorzaak-gevolgrelaties leggen
- gebeurtenissen in historische context zetten;
- verbanden leggen tussen heden en verleden (analogie)
- argumenteren
   
Criteria:
Het wordt als voldoende gerekend als...
1. de tekst een samenhangend geheel is.  Dus niet van punt naar punt springen.

2. er minimaal twee voorbeelden worden genoemd van de gevolgen die de Industriële Revolutie hebben gehad die in het heden(2020) nog steeds te zien zijn.

3. er wordt uitgelegd  wat het verband tussen de verschijnselen nu en de Industriële Revolutie zijn.

4. Er wordt per gevolg van de Industriële Revolutie een beredenering gegeven waarom het een vooruitgang of een achteruitgang is. Deze beredenering bevat 2 historische voorbeelden die deze mening ondersteunen.  

Slide 15 - Slide

Op deze dia wordt duidelijk beschreven voor de leerlingen waaraan het eerst dagboekdeel aan moet voldoen om een voldoende te kunnen krijgen. Het is belangrijk dat leerlingen weten wat ze moeten doen(referentiekader hebben) om het gemaakte werk aan te kunnen meten. Dit kan een leerling meer zelfvertrouwen geven.