prenatale screening zwangere bloedonderzoek

prenatale screening zwangere 
bloedonderzoek
1 / 16
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

prenatale screening zwangere 
bloedonderzoek

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

prenatale screening

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Bloedonderzoek zwangeren
                                                        HB ( ijzer ) 
                                                       Hepatitis 
                                         HIV
                                                             Syfilis ( lues) 
                                                                         Bloedgroep ( ABO )
                                                                                  Rhesus D en Rhesus C
                                                      Glucose 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

          NIPT

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Link

This item has no instructions

                Infectieziektes zwangere 
Rubella ​
Toxoplasmose​
Waterpokken ​
CMV ​(herpesvirussen)
Kinkhoest (vaccinatie zwangere)



Slide 6 - Slide

Rubella (schadelijke gevolgen, begin zwangerschap (aanleg), antistoffen). Zwangere vaak mild, encefalitis. GB. ​
Toxoplasmose (antistoffen, kattenbak, groente en fruit, tuin, vlees). Pre-, dysmatuur, encefalitis, oogafwijking. ​
Waterpokken (pneumonie en meningitis)​
CMV (gehoor- en ontwikkelingsschade) virus speeksel, urine e.d. ​
Kinkhoest vaccinatie zwangere: 22 wkn
Onderzoek naar bloedgroepen en bloedgroepantistoffen
In het bloed zitten stoffen (eiwitten) die bepalen welke bloedgroep iemand heeft. De bekendste bloedgroepen zijn die van het ABO systeem en de Rhesus-bloedgroepen.

Welke bloedgroepen?
Het laboratorium bepaalt:
welke ABO-bloedgroep u heeft. De bloedgroep kan A, B, AB of O zijn. Het is belangrijk uw ABO-bloedgroep te weten voor het geval u een bloedtransfusie nodig heeft.
uw Rhesus D-bloedgroep. U kunt Rhesus D-positief of Rhesus D-negatief zijn.
uw Rhesus c-bloedgroep. U kunt Rhesus c-positief of Rhesus c-negatief zijn.
of uw bloed antistoffen bevat tegen bloedgroepen die u zelf niet hebt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn antistoffen tegen bloedgroepen?
Uw lichaam kan antistoffen maken tegen bloedgroepen die u zelf niet heeft. Dat kan gebeuren als u in contact komt met bloed van iemand met een andere bloedgroep, bijvoorbeeld door een bloedtransfusie.

Tijdens de zwangerschap kan bloed van het kind in het bloed van de moeder komen. Bij de geboorte is de kans dat dit gebeurt zelfs vrij groot. Als het kind een andere bloedgroep heeft dan de moeder, kan de moeder antistoffen maken tegen de bloedgroep van het kind. Het kind kan dan bloedarmoede krijgen.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat merken u en uw kind van antistoffen tegen bloedgroepen?
Als u antistoffen hebt gemaakt, hebt u daar zelf geen last van. Wel kunnen deze antistoffen soms problemen geven tijdens een zwangerschap. De antistoffen van de moeder kunnen via de navelstreng in het bloed van het kind komen en het bloed van het kind afbreken. Het kind krijgt dan bloedarmoede. Soms gebeurt dat voor de geboorte al en soms pas erna.

Als u eenmaal antistoffen tegen bloedgroepen heeft gemaakt, dan raakt u deze niet meer kwijt. Bij een volgende zwangerschap kunnen deze antistoffen weer opspelen.

U heeft antistoffen tegen bloedgroepen. Wat nu?
Als het laboratorium antistoffen tegen bloedgroepen vindt, is soms verder onderzoek nodig. Uw verloskundige of gynaecoloog zal u hierover meer vertellen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Extra aandacht voor Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief
Er zijn twee groepen vrouwen die een iets grotere kans lopen om antistoffen tegen bloedgroepen te maken. Dat zijn vrouwen die Rhesus D-negatief zijn en vrouwen die Rhesus c-negatief zijn. Zij hebben tijdens de zwangerschap extra aandacht nodig. Het laboratorium bepaalt daarom tijdens het bloedonderzoek ook of u Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief bent. Van alle vrouwen is 15 procent Rhesus D-negatief en 18 procent Rhesus c-negatief.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Wanneer levert de rhesus-factor problemen op bij een zwangerschap?
A
Moeder: rh+ Kind: rh-
B
Moeder: rh+ Kind: rh+
C
Moeder: rh- Kind: rh-
D
Moeder: rh- Kind: rh+

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Rhesus D-negatief. Wat nu?
U krijgt in week 27 een extra bloedonderzoek. Dit onderzoek beantwoordt twee vragen:
Heeft u antistoffen tegen bloedgroepen gemaakt?
Het laboratorium onderzoekt nog een keer of u antistoffen tegen bloedgroepen heeft gemaakt. Als het laboratorium zulke antistoffen vindt, is verder onderzoek nodig. 

Wat is de bloedgroep van uw kind?
Het laboratorium bepaalt ook de Rhesus D-bloedgroep van het kind. Daarvoor gebruiken zij erfelijk materiaal (DNA(deoxyribonucleic acid )) van uw kind dat in kleine hoeveelheden aanwezig is in uw bloed. Uw verloskundige of gynaecoloog vertelt u welke Rhesus D-bloedgroep uw kind heeft.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Er zijn twee mogelijkheden:

Uw kind is Rhesus D-negatief. Wat nu?
U en uw kind hebben dezelfde Rhesus D-bloedgroep. U kunt geen antistoffen maken tegen de Rhesus D-bloedgroep van uw kind, dus hoeft er niets te gebeuren.
Uw kind is Rhesus D-positief. Wat nu?
U bent Rhesus D-negatief en uw kind is Rhesus D-positief. De kans bestaat dat u antistoffen maakt tegen het bloed van uw kind. U krijgt daarom in week 30 van uw zwangerschap een injectie met anti-Rhesus D-antistoffen. De injectie maakt de kans erg klein dat u zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. Uw baby merkt niets van deze injectie en loopt geen enkel risico. Na de bevalling krijgt u nog een keer een injectie.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Link

This item has no instructions

Slide 15 - Link

This item has no instructions

Beleid 
PSIE---> hepatitis B (hepB), syfilis (lues), HIV, Rhesus (D)-antigeen, Rhesus (c)-antigeen en irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA)
voor 13 weken
27e week
30e week 
Post Partum
ABO + bovenstaande 
IEA 
Foetale RhD typering
anti-D profylaxe 1000 IE
anti-D profylaxe 1000 IE
alle zwangeren
zwangere die RhD of Rhc negatief zijn
Als kind RhD-positief is 
Als kind RhD-positief is 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions