Lezen & Luisteren 3F 1.4 Opbouw en indeling van een tekst
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1,3,4
This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Centraal examen Lezen & Luisteren 3F
Slide 2 - Slide
Wat gaan we vandaag doen?
Herhalen: betrouwbaarheid van de bron.
Nieuwe theorie: 1.4 Opbouw van een tekst
Aan de hand van een examentekst gaan we onder andere klassikaal herhalen:
1.1 Tekstdoel
1.2 Hoofdgedachte/onderwerpen
1.3 Betrouwbaarheid van een tekst.
Slide 3 - Slide
Even herhalen: betrouwbaarheid van de bron.
Je krijgt zo een fragment te zien. Bepaal welke indicatoren voor het bepalen van de betrouwbaarheid van de bron van toepassing zijn.
Slide 4 - Slide
Indicatoren bepaling betrouwbaarheid van de bron
Is de auteur deskundig en onpartijdig? (opleiding, beroep)
Heeft de auteur hoor en wederhoor toegepast?
Wat is de bron van de tekst? (waar(in) staat de tekst)
Zijn de geïnterviewde mensen betrouwbaar?
Is de informatie in de tekst actueel?
Gebruikt de auteur sterke argumenten?
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Welke indicatoren zijn van toepassing?
Slide 7 - Open question
Nieuwe theorie
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Effect van signaalwoorden in een tekst
Jan gaat binnenkort werken. Hij is klaar met zijn studie. Hij vond het studentenleven mooi. Er breekt een tijd aan van minder lol en meer structuur. De ex-student zal zijn studievrienden minder zien. We zullen hem niet zo vaak in de kroeg aantreffen. Er gaat veel veranderen in zijn leven.
Jan gaat binnenkort werken, want hij is klaar met zijn studie. Hij vond het studentenleven mooi, maar nu breekt een tijd aan van minder lol en meer structuur. Ook zal de ex-student zijn studievrienden minder zien. We zullen hem vast niet meer zo vaak in de kroeg aantreffen. Kortom, er gaat veel veranderen in zijn leven.
Slide 11 - Slide
Door signaalwoorden te gebruiken wordt de tekst prettiger om te lezen +
de betekenis ervan wordt duidelijker.
Slide 12 - Slide
Wat is het signaalwoord in deze zin?
Ik lees elke dag de krant, zodat ik op de hoogte ben.
Slide 13 - Open question
Welk tekstverband geeft ZODAT aan?
Ik lees de krant elke dag, zodat ik op de hoogte ben.
A
een reden/argument
B
een tegenstelling
C
een conclusie
D
een oorzaak/gevolg
Slide 14 - Quiz
Welk tekstverband is er in deze zin?
Het is warm buiten, toch heb ik het koud.
A
een voorbeeld
B
een tegenstelling
C
een samenvatting
D
een opsomming
Slide 15 - Quiz
Wat is het tekstverband in deze zin?
Je krijgt vrijstelling voor het maken van de toetsen, als je dit schooljaar een diploma haalt. .
A
een voorbeeld
B
een tegenstelling
C
een voorwaarde
D
een opsomming
Slide 16 - Quiz
Oefenen met een examentekst 3F
Lees de tekst en maak de vragen (het begint met vraag 8).
Je krijgt zo eerst wat algemene vragen. Daarna volgen de vragen over de tekst.
timer
12:00
Slide 17 - Slide
1. Waar vind je meestal het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?
A
in de inleiding en het kern van de tekst
B
in de inleiding en het slot van de tekst
C
in de titel en inleiding van de tekst
D
in het middenstuk en het slot van de tekst
Slide 18 - Quiz
2. Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
A
Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.
B
Het vat de getailleerde inhoud in zinnen samen.
C
Het vertelt de kortst mogelijke versie van een samenvatitng.
Slide 19 - Quiz
3. Wat is het belangrijkste doel van de folder: Belastingaangifte, hoe doe ik dat?
A
informeren
B
instrueren
C
overhalen
D
overtuigen
Slide 20 - Quiz
4. Twee voorbeelden van een tekst met als doel OVERTUIGEN zijn:
A
Een bijdrage op een internetforum over koken.
B
Een folder over de opleiding tot automonteur.
C
Een gebruiksaanwijzing over het vervangen van een distributieriem.
D
Een pamflet van een politieke partij.
Slide 21 - Quiz
5. Welke twee teksten zijn het meest betrouwbaar?
A
De bijsluiter bij een penicillinekuur.
B
De beste actiefilm: Dark Knight. (internet: Film Vandaag)
C
Duurzame houtvervangers leveren meer winst op. (vaktijdschrijft: Bouw Totaal)
D
Artikel: Jan Smit thuis aan de COSTA (tijdschrift: Privé )
Slide 22 - Quiz
6. Welke uitspraken zijn juist?
Informatie in een tekst is betrouwbaarder als ....
A
de bron belang heeft bij de voorstelling van zaken.
B
de bron verstand heeft van zaken.
C
de bron van de tekst bekend is.
D
de informatie ouder is dan één week.
Slide 23 - Quiz
7. Wat is het MINST belangrijk bij het bepalen van de betrouwbaarheid van een tekst?
A
hoe de tekst is opgemaakt
B
of de tekst uit feiten bestaat
C
wat het doel van de tekst is
D
wie de tekst heeft geschreven
Slide 24 - Quiz
8. Wat is het onderwerp van de tekst?
A
doodsoorzaak Lucy
B
reconstructie Lucy
C
vondst skelet
D
wereldberoemd fossiel
Slide 25 - Quiz
9. Wat is het doel van deze tekst?
A
informeren
B
instrueren
C
overhalen
D
overtuigen
Slide 26 - Quiz
10. Waarom kreeg het fossiel de naam Lucy?
A
Ze is vernoemd naar een nummer van de Beatles,
B
Ze is vernoemd naar de vrouw van de onderzoeker die de botten vond.
C
Ze is vernoemd naar een nummer dat werd gedraaid om moment van de vondst.
D
In het Beatles-nummer Lucy werd gezongen over de eerste oervrouw.
Slide 27 - Quiz
11. In alinea 4 staat: 'ze stonden onder meer door....' Waarnaar verwijst 'ze'?
A
het aapmensje
B
de breuken
C
de documentatie
D
de fossielen
Slide 28 - Quiz
12. In alinea 8 staat: 'De uitkomsten van het onderzoek door de Texaanse onderzoekers worden niet VOOR ZOETE KOEK GESLIKT.' Wat bedoelt de schrijver hiermee?
A
Andere mensen geloofden het resultaat niet zomaar
B
Andere mensen wisten zeker dat de uitkomsten niet klopten.
C
De uitkomsten van het onderzoek verbaasden andere mensen.
D
Onderzoekers hebben andere bewijzen gevonden.
Slide 29 - Quiz
13. Om welke redenen twijfelen andere onderzoekers aan het resultaat van de Texaanse onderzoekers?
A
De meeste breuken zijn ontstaan in de afgelopen 40 jaar.
B
Er werd maar 40% van het skelet gevonden.
C
Lucy was het klimmen verleerd, dus ze kon niet hoog in een boom klimmen.
D
Ze hebben zich alleen gericht op breuken die gekoppeld konden worden aan de val.
Slide 30 - Quiz
14. Wat is de hoofdgedachte van de tekst? (kijk op je papier)
A
Amerikaanse wetenschappers ..... is gekomen.
B
Een wereldberoemd fossiel .... uit een boom.
C
Het wereldberoemde fossiel ...... is Lucy genoemd.
D
Wetenschappers denken antwoord ..... is omgekomen.
Slide 31 - Quiz
15. Welke uitspraak is juist? Deze tekst is .... (kijk op je papier)
A
betrouwbaar, omdat ...AD...
B
betrouwbaar, omdat .....resultaten worden gegeven.
C
niet betrouwbaar, omdat ....uitkomst .... in twijfel....
D
niet betrouwbaar, want ...niet controleren....resultaten....
Slide 32 - Quiz
16. In de inleiding staat de vraag: Hoe is oervrouw Lucy overleden? Wat is het antwoord volgens de onderzoeker die Lucy heeft gevonden in 1974?
A
Er is geen definitief bewijs gevonden voor de doodsoorzaak.
B
Er wordt geen antwoord op de vraag gegeven.
C
Lucy zou fatale botbreuken hebben door een vol van hoge hoogte.
D
Om er achter te komen hoe ze is overleden, is er een tijdmachine nodig.