BEDRIJVENDE EN LIJDENDE VORM 3.4
VWO 2
This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
BEDRIJVENDE EN LIJDENDE VORM 3.4
VWO 2
Jara /laat/ de hond /uit.
Wat is het onderwerp? Jara
Jara doet iets-> ze laat de hond uit
Als het ONDERWERP de handeling verricht van het WG noem je de zin BEDRIJVEND of ACTIEF.
Het onderwerp ondergaat de handeling (het uitlaten).
Als het ONDERWERP de handeling ondergaat, noemen we de zin LIJDEND of PASSIEF.
Als een bedrijvende zin in de onvoltooide tijd (dus geen hebben of zijn in de zin!) staat, moet je in de lijdende zin het hulpwerkwoord worden gebruiken.
Als je een bedrijvende zin in de voltooide tijd (dus hebben of zijn in de zin!) omzet in een lijdende zin, moet je het hulpwerkwoord zijn gebruiken.
De tijd van de zin moet hetzelfde blijven!
De man heeft de computer gekocht. (v.t.t.)
De computer is door de man gekocht. (v.t.t.)
De man zal de computer kopen. (o.t.t.t.)
De computer zal door de man gekocht worden. (o.t.t.t.)
De man zou de computer gekocht hebben. (v.v.t.t.)
De computer zou door de man gekocht zijn. (v.v.t.t.)
We use cookies to improve your user experience and offer you personalized content. By using Lessonup you agree to our cookie policy.