Les 6

Eenvoudige 
Basisgrammatica NT2 
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Eenvoudige 
Basisgrammatica NT2 

Slide 1 - Slide

Zijn we er allemaal?

Stop je je telefoon in je zakkie in je tas?

Heb je je spullen klaarliggen?

Heb je je huiswerk gemaakt?
De afspraken

Slide 2 - Slide

Les 6
Het meervoud van mensen en dingen (1)

Slide 3 - Slide

De kinderen spelen buiten.
... spelen buiten.

Slide 4 - Mind map

De man komt nog niet.
... komt nog niet. (Hij, Zij of Het)

Slide 5 - Open question

Wat zijn dit?

a, e, i, o, u, y
A
klinkers
B
medeklinkers

Slide 6 - Quiz

Wat zijn dit?

b, c, d, f, g
A
klinkers
B
medeklinkers

Slide 7 - Quiz

in de klas / Ahmed en Ali / zitten

Slide 8 - Mind map

na school/ de leerlingen/ naar het park/ gaan

Slide 9 - Open question

Het meervoud van mensen en dingen
meervoud= ?

Slide 10 - Slide

Het meervoud van mensen en dingen
meervoud = meer dan één

de docent - twee docenten
de cursist - de cursisten
de stoel - drie stoelen
het woord - twintig woorden 
de punt - twee punten 

Slide 11 - Slide

Het meervoud van mensen en dingen
Veel woorden hebben in het meervoud -en.

Kijk goed:
Klassen, lessen, zinnen, bossen, kussen: 
twee medeklinkers na a, e, i, o, u in een kort woord.

Slide 12 - Slide

Woord met twee medeklinkers na a, e, i, o, u in een woord.

Slide 13 - Mind map

aa, ee, oo, uu gevolgd door één medeklinker wordt in het meervoud a, e, o, u. 

het raam - de ramen
het been - de benen
het brood - de broden
de muur - de muren 


Slide 14 - Slide

Voorbeeld meervoud met aa, ee, oo, uu

Slide 15 - Mind map

Let op!
De kaart - de kaarten
het paard - de paarden

Twee medeklinkers na de a!

Slide 16 - Slide

Let op!
De brief - de brieven

het huis - de huizen 

de f word in het meervoud een v
de z wordt in het meervoud een z

Slide 17 - Slide

enkelvoud naar meervoud:
de kast -

Slide 18 - Open question

enkelvoud naar meervoud:
de stoel -

Slide 19 - Open question

enkelvoud naar meervoud:
de vloer -

Slide 20 - Open question

enkelvoud naar meervoud:
de bal -

Slide 21 - Open question

enkelvoud naar meervoud:
het huis -

Slide 22 - Open question

enkelvoud naar meervoud:
de baas -

Slide 23 - Open question

Doen!/huiswerk
Maak oefening 14, 15, 16 en 17 op pagina 28 en 29.

Klaar? Leer de theorie van les 1 tot en met 5. 

Slide 24 - Slide