meervoud

Lesoverzicht
- Wie is er wel en wie niet?
- Hoe gaat het met je?
- Verwachtingen
- Wat gaan we doen?
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Lesoverzicht
- Wie is er wel en wie niet?
- Hoe gaat het met je?
- Verwachtingen
- Wat gaan we doen?

Slide 1 - Slide

Verwachtingen
Tijdens de les:
- luister je naar de instructie. Je praat niet door de leerkracht heen.

- doe je actief mee.

- Je let op jezelf.

- Je hebt je spullen bij je.

Slide 2 - Slide

WELKOM!


Nederlands 


- Jas aan de kapstok
- Telefoon in de bak
- Kauwgom in de prullenbak

Ga lekker zitten!

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen?

- samen lezen het Pungelhuis 
- herhalen d of t
- instructie meervoud



Slide 4 - Slide

Het pungelhuis

Slide 5 - Slide

d of t?
Sommige woorden eindigen op een t-klank
>Soms schrijf je een d
> Soms schrijf je een t

Gebruik de verlengproef

Slide 6 - Slide

De verlengproef:
Maak het woord langer door er e, en of eren achter te zetten.
Wat hoor je?
olifant
korte
paard
kind

Slide 7 - Slide

d of t

Slide 8 - Slide

meervoud
Zo maak je een meervoud
Een meervoud maak je meestal door -en of -s achter het woord te zetten:
vriend → vrienden
 krant → kranten; 
tafel → tafels; 
wielrenner → wielrenners
-
- gans → ganzen; paleis → paleizen
de laatste letter (medeklinker) verdubbelen
- jas → jassen; pit → pitten
een a, e, o of u (klinker) weghalen
- muur → muren; heer → heren

Slide 9 - Slide

f/v   s/z
een -f in een -v veranderen
brief → brieven
duif → duiven

een -s in een -z veranderen
 gans → ganzen
paleis → paleizen


Slide 10 - Slide

de laatste letter (medeklinker)  verdubbelen
jas → jassen
pit → pitten

een a, e, o of u (klinker) weghalen
muur → muren
 heer → heren

Slide 11 - Slide

Oefenen

Slide 12 - Slide