28. Hoofdstuk 4 + kahoots

DEZE LES
1.  Herhaling theorie verwijswoorden
2.  Herhaling theorie samenhang
3.  Kahoots
4.  De opgaven die je moet maken voor de toets
LESDOELEN
Je weet dat een signaalwoord voorafgegaan wordt door een komma; je (her)kent de signalen; je weet met welk verwijswoord je moet verwijzen; je weet wat een ingesloten lidwoord is en gebruikt die standaard. 
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

DEZE LES
1.  Herhaling theorie verwijswoorden
2.  Herhaling theorie samenhang
3.  Kahoots
4.  De opgaven die je moet maken voor de toets
LESDOELEN
Je weet dat een signaalwoord voorafgegaan wordt door een komma; je (her)kent de signalen; je weet met welk verwijswoord je moet verwijzen; je weet wat een ingesloten lidwoord is en gebruikt die standaard. 

Slide 1 - Slide

1. VERWIJSWOORDEN

  •  Met dit en deze verwijs je naar iemand of iets dichtbij.
Dit hier; deze twee hier

  • met dat en die verwijs je naar iemand of iets ver weg.
Dat daar; die drie daar

Slide 2 - Slide

WAAR VERWIJS JE NAAR? 
Het geld dat wij hebben verdiend.
De jongen die een jongere broer heeft.
De plannen die Henk had gemaakt.
Het zusje dat we zagen. 

Kijk naar het ingesloten lidwoord van het zelfstandige naamwoord waar je naar verwijst. Kortom, herhaal het zelfst.nw en je weet of het een de- of het-woord is. 

Slide 3 - Slide

INGESLOTEN LIDWOORD
Het-woorden (enkelvoud)         De-woorden (enkelvoud of                krijgen:                                            meervoud) krijgen: 
Dat                                             Die

Slide 4 - Slide

2. TEKSTVERBANDEN

Er zijn verschillende tekstverbanden met eigen signaalwoorden. Weet je nog? 

  • de tegenstelling [ maar, hoewel, daarentegen ]  
  • de opsomming [ bovendien, ten eerste, ten tweede, ook, eerst...toen ] 
  • de toelichting [ zo, bijvoorbeeld, zoals, op deze manier ] 
  • de tijd en de volgorde daarin [ gisteren, vervolgens, vroeger, nu, toen, daarna ]  
                     

Slide 5 - Slide

TEKSTVERBANDEN
  • de voorwaarde [ als, indien, in het geval dat ]  
  • de reden vanuit mijzelf [ want, omdat, daarom, daardoor ]
  • de reden vanuit iets of iemand anders [ doordat, dankzij, als gevolg van, dat komt door, waardoor, zodat ]
  • de conclusie [ dus, concluderend, kortom, dat houdt in ]
  • het doel-middel of middel-doel [ om te, opdat, door middel van, daarmee, met de bedoeling ]
                     

Slide 6 - Slide

3. OEFENEN

Op de volgende slide drie Kahoots over signaalwoorden

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Slide 9 - Link

Slide 10 - Link

4. 2F Thema | Bouwstenen H4
Leesleer 4.1 en maak de opdrachten 1c; 3b; 4. De eindopdracht hoef je niet te doen. 
► 4.2 Lezen → alle opdrachten maken, behalve 9; 11b; 23 
► 4.3 Schrijven → alle opdrachten maken, behalve 3; 4; 6; 8c; 9; 10
► 4.4 Luisteren → alle opdrachten maken, behalve 2a; 6a; 7b; 8a; 9a; 10a; 15a; 
16 t/m 19; 21; 23;
► 4.8 Samengevat → leren, inclusief de woordtrainer.

Niet
Ik heb deze opdracht uitgevoerd mag je laten schieten. Wil je meer oefenen, dan is Versterk jezelf een goede optie (bij 4.8).

Slide 11 - Slide

WANNEER IS DE TOETS?
Die staat in Magister. Reken op de maand maart voor H4, dus dat je de toets dinsdag 1 april maakt, MITS je alle vereiste opdrachten afhebt. 

Slide 12 - Slide

3. NA HET SCHRIJFDOSSIER
Hoofdstuk 04 ► Samenhang (signaalwoorden) [maart]
Grammatica 3.5; 3.6, 3.8 + eindtoets [april]
Hoofdstuk 05 ► Hoofd- en bijzaken [april]
Hoofdstuk 06 ► Feit en mening [mei]
Spelling 4.1, 4.4, test jezelf 4.1-4.5; 4.6, 4.7, 4.8, test jezelf 4.6-4.11, test jezelf 4.12-4.13 + eindtoets [juni]
Hoofdstuk 07 ► Evalueren 
Hoofdstuk 08 ► Samenvatten 
► eindtoets hoofdstuk 1 t/m 8 [juni]

* laatste weken verplicht gemiste onderdelen inhalen

Slide 13 - Slide

EINDE VAN DE LES

Slide 14 - Slide