PW alsnog bespreken - in de les doen LO 1 - thema 5 afronden (1h/v)

Alleen een markeerstift op tafel
  • Kijk zelf na of er goed is nagekeken.
  • Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had. 
  • het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord. 
1 / 49
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Alleen een markeerstift op tafel
  • Kijk zelf na of er goed is nagekeken.
  • Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had. 
  • het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord. 

Slide 1 - Slide

Planning
  • PW thema 2 bespreken
  • HW-controle en lezen
  • leren onderzoeken 1 in de les doen
  • oefenvragen thema 5 online
  • tip voor het leren 
  • aan de slag met TEST JEZELF

Slide 2 - Slide

1 = Lees blz. 147
2 = maak opdracht 1 + 2 in je werkboek
timer
10:00

Slide 3 - Slide

1a.
 Wat is de onderzoeksvraag van Lars?

Is voedselpikken bij kippen erfelijk gedrag of aangeleerd gedrag?
1b. 
Wat denk jij dat het antwoord is op deze onderzoeksvraag?

Er zijn twee hypothesen mogelijk:
• Voedselpikken is erfelijk gedrag.
• Voedselpikken is aangeleerd gedrag.


Slide 4 - Slide

1c. 
Leg in één of twee zinnen uit waarom je dit denkt.

Bijvoorbeeld: voedselpikken is erfelijk, omdat kuikens vanaf hun geboorte al moeten kunnen voedselpikken. Of: voedselpikken is aangeleerd, omdat ze van hun moeder leren hoe ze moeten voedselpikken.

1d.
Welke conclusie kan Lars trekken?

Voedselpikken bij kippen is erfelijk gedrag.



Slide 5 - Slide

2a.
Wat is de onderzoeksvraag van Thorpe?

Is vinkenzang erfelijk, aangeleerd of deels erfelijk en deels aangeleerd?
2b.
Formuleer een hypothese bij deze onderzoeksvraag. Leg in één of twee zinnen uit waarom je denkt dat dit het antwoord is op de onderzoeksvraag.

Bijvoorbeeld: Vinkenzang is deels erfelijk en deels aangeleerd. Dat denk ik, omdat er zowel overeenkomsten als verschillen zijn in de zang van vogels uit verschillende gebieden.

Slide 6 - Slide

2c.
Bestudeer de resultaten en noteer je conclusie.

Het zanggedrag van een vink is voor een deel erfelijk en voor een deel aangeleerd.

Slide 7 - Slide

Boek dicht en 
Log in op deze lessonup

Slide 8 - Slide

Leerdoel vandaag
  1. Ik weet welke leerdoelen ik al helemaal begrijp en kan toepassen bij toetsvragen. 
  2. Ik weet dan ook welke leerdoelen ik nog moet gaan leren!

Slide 9 - Slide

vragen thema 5 - 
Waarneming, regeling en gedrag

Slide 10 - Slide

juist/onjuist vragen

Slide 11 - Slide

Een zintuig is een orgaan dat impulsen opvangt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

De hoornlaag beschermt je huid tegen uitdroging.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

De oogspieren zitten vast aan het harde oogvlies
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

Een mens heeft meer veel meer reukzintuigcellen dan smaakzintuigcellen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quiz

Annette pakt haar pen op.
Zij voelt haar pen, doordat in de tastzintuigen impulsen ontstaan.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

De hoornlaag bestaat uit dode cellen.
Deze cellen zijn ontstaan in de lederhuid.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quiz

Barbara heeft bruine ogen.
Dat komt doordat haar pupillen bruingekleurd zijn.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz

Het ruggenmerg is geen onderdeel van het centrale zenuwstelsel.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quiz

De buis van Eustachius verbindt de trommelholte met de keelholte.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quiz

Meerkeuzevragen

Slide 21 - Slide

Als je minder eet dan nodig is, wordt er reservevoedsel (vet) gebruikt.
Waar zit dat vet in je lichaam?

A
In de hoornlaag
B
In de kiemlaag
C
In de lederhuid
D
In het onderhuidse bindweefsel

Slide 22 - Quiz

Henk neemt een tatoeage.
In welke laag van de huid moet de tatoeage aangebracht worden om te blijven zitten?
A
In de hoornlaag
B
In de kiemlaag
C
In de lederhuid
D
In het onderhuidse bindweefsel

Slide 23 - Quiz

In een oor kunnen geluidstrillingen door onder andere de gehoorbeentjes, de gehoorgang en het trommelvlies gaan.
Wat is de juiste volgorde van deze delen, van buiten het oor naar binnen?
A
Gehoorbeentjes – gehoorgang – trommelvlies
B
Gehoorgang – gehoorbeentjes – trommelvlies
C
Gehoorgang – trommelvlies – gehoorbeentjes
D
Trommelvlies – gehoorgang – gehoorbeentjes

Slide 24 - Quiz

Welk deel van het oog zorgt ervoor dat er impulsen naar de hersenen worden gestuurd, zodat je kunt zien?
A
Het hoornvlies
B
De iris
C
Het netvlies
D
Het vaatvlies

Slide 25 - Quiz

In de afbeelding is een doorsnede van een deel van het hoofd schematisch getekend.
Bevinden zich in orgaan P koudezintuigen?
En pijnpunten?

A
Zowel koudezintuigen als pijnpunten.
B
Alleen koudezintuigen.
C
Alleen pijnpunten.
D
Geen koudezintuigen en geen pijnpunten.

Slide 26 - Quiz

In de afbeelding zie je Paul van Loon met zijn welbekende bril.
Hoe zien zijn pupillen eruit?
A
Groter dan zonder zonnebril
B
Even klein als zonder zonnebril
C
Kleiner dan zonder zonnebril

Slide 27 - Quiz

Jane en Cilly gaan samen naar het circus. Daar zijn veel spectaculaire acts. Vooral de trapeze vallen bij de meiden in de smaak.
Bij de trapeze gaan drie artiesten hoog in de lucht allerlei moeilijke acrobatische toeren uitvoeren (zie afbeelding).
Welke zintuigen zijn erg belangrijk bij de artiesten op de trapeze?

A
Gehoorzintuig
B
Gezichtszintuig
C
Reukzintuig
D
Tastzintuig

Slide 28 - Quiz

Vier leerlingen doen een uitspraak over de afbeelding.
Anja zegt dat in die afbeelding een deel van de tong is getekend.
Boris zegt dat in die afbeelding een deel van de huid is getekend.
Casper zegt dat P een smaakknopje aangeeft.
Diane zegt dat P een tastknopje aangeeft.

Welke leerlingen hebben gelijk?
A
Anja en Diana
B
Boris en Casper
C
Anja en Casper
D
Boris en Diane

Slide 29 - Quiz

Welk nummer is geen deel van het centrale zenuwstelsel?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 30 - Quiz

Welk deel van het oog of het gezicht kunnen het netvlies beschermen tegen te fel licht?
A
Hoornvlies
B
Lens
C
Wenkbrauwen
D
Wimpers

Slide 31 - Quiz

Zet in de juiste volgorde.
1.
2.
3.
4.
Een impuls gaat naar de hersenen.
Een lage temperatuur bereikt de koudezintuigen.
Het meisje merkt dat het water koud is.
Koudezintuigen zetten prikkels om in impulsen

Slide 32 - Drag question

Wat regelen de hormonen uit de alvleesklier?
A
Adrenaline in je bloed
B
Hoeveelheid suiker in je bloed
C
Geven hormonen af
D
Zorgen voor verbranding

Slide 33 - Quiz

Een kitten wat zich direct na de geboorte kan voeden door te zuigen aan de tepel van de moeder is aangeleerd gedrag.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 34 - Quiz

Wat is gedrag?
A
Alles wat mensen doen
B
Alles wat dieren doen
C
Alles wat mens en dier doet
D
Alles wat planten, dieren en mensen doen

Slide 35 - Quiz

Een gedragsketen bestaat uit handelingen die met elkaar samenhangen en samen een doel hebben.
A
waar
B
niet waar

Slide 36 - Quiz

Hoe wordt de bloedsuikerspiegel geregeld in het lichaam?
A
Door het zenuwstelsel
B
Door honger en dorst
C
Door middel van hormonen
D
Door glucose

Slide 37 - Quiz

Na het eten gaat de bloedsuikerspiegel....
A
omhoog
B
omlaag

Slide 38 - Quiz

Door glucagon wordt de bloedsuikerspiegel....
A
Hoger
B
Lager

Slide 39 - Quiz

Als de bloedsuikerspiegel in je bloed te laag is, wordt er....
A
minder glucagon afgegeven
B
meer glucagon afgegeven
C
meer insuline afgegeven
D
minder insuline afgegeven

Slide 40 - Quiz

Open vragen

Slide 41 - Slide

Hoe heet onderdeel 12?

Slide 42 - Open question

Hoe heet onderdeel 6?

Slide 43 - Open question

Een roofvogel heeft een extra grote gele vlek.
Wat is het voordeel daarvan?

Slide 44 - Open question

In de afbeelding is een doorsnede van de huid en van het onderhuidse bindweefsel schematisch getekend.
Met welk nummer is een zweetklier aangegeven?

Slide 45 - Open question

Iemand heeft snel last van vet haar.
Welke stof wordt bij deze persoon veel geproduceerd door de hoofdhuid?

Slide 46 - Open question

Isabella is geboren met een oogafwijking, waarbij de spiertjes in haar iris niet goed werken.
Hierdoor kan zij bijna niet zien in het donker.
Leg uit waarom zij in het donker niet goed kan zien.

Slide 47 - Open question

Tip voor het leren:
  • het lezen van de tekst in je boek
  • het maken van opdrachten in je boek (nakijken via online antwoorden)
  • het maken van de TEST JEZELFs 
  • het maken van de DIAGNOSTISCHE TOETS
  • het maken van de AFSLUITING
  • het maken van een begrippenlijst (online staat ook de hele begrippenlijst)
  • online kijken en maken van vragen op biologiepagina.nl 
  • maak zelf een samenvatting van de tekst 
  • teken de afbeeldingen over/na die je moet leren

Slide 48 - Slide

Ga ONLINE aan de slag met het maken van de TEST JEZELFs van 5. 1 t/m 5.6 

Slide 49 - Slide