What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Het persoonlijk voornaamwoord LV en MV
Persoonlijke voornaamwoorden
1. als onderwerp: je, tu, il etc..
2. als vervanging van lijdend voorwerp: le, la, l', les
3. als vervanging van meewerkend voorwerp: lui of leur
1 / 38
next
Slide 1:
Slide
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
This lesson contains
38 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
30 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Persoonlijke voornaamwoorden
1. als onderwerp: je, tu, il etc..
2. als vervanging van lijdend voorwerp: le, la, l', les
3. als vervanging van meewerkend voorwerp: lui of leur
Slide 1 - Slide
Persoonlijke voornaamwoorden
Stappen:
1. herkennen
2. vervangen
3. plaatsen
Slide 2 - Slide
Herkennen
Meewerkend voorwerp begint met een à woord (à, à la, à l',aux)
Je téléphone
à mon père
.
Il a parlé
aux profs
.
Anders is het lijdend voorwerp...
Meestal vind je LV/MV na een werkwoord!
Slide 3 - Slide
Vervangen
Meewerkend voorwerp begint met een à woord (à, à la, à l',aux)
Je téléphone
à mon père
.
Il a parlé
aux profs
.
à mon père is enkelvoud dus vervangen door lui
aux profs is meervoud dus vervangen door leur
Slide 4 - Slide
Vervangen
Je mange
une pomme
.
Il a acheté
un livre
.
une pomme is vrouwelijk enkelvoud dus vervangen door la
un livre is mannelijk enkelvoud dus vervangen door le
les bij meervoud
l' als het begint met een klinker of h ENK!
Slide 5 - Slide
Plaatsen
Je mange
une pomme
.
Il a acheté
un livre
.
Il va acheter
un livre
.
Heel werkwoord in de zin? Ja, dan vóór het hele werkwoord (ook bij MV)
Heel werkwoord in de zin? Nee, dan vóór de persoonsvorm (ook bij MV)
Je
la
mange.
Il
l'
a acheté.
Il va
l'
acheter.
Heel werkwoord eindigt meestal op -er, -ir, -re
Slide 6 - Slide
Kijk eerst naar deze video
uitleg over persoonlijke voornaamwoorden als vervanging van een lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp
Slide 7 - Slide
Het persooonlijk voornaamwoord als vervanging van een lijdend voorwerp
Slide 8 - Slide
Noem de persoonlijke voornaamwoorden als vervanging van een lijdend voorwerp.
Slide 9 - Mind map
Wat is de plaats van het persoonlijk voornaamwoord als er een heel werkwoord is?
A
voor de persoonsvorm
B
voor het hele werkwoord
C
na de persoonsvorm
D
na het hele werkwoord
Slide 10 - Quiz
Wat is de plaats van het persoonlijk voornaamwoord in de zin als er geen heel werkwoord is?
A
voor de persoonsvorm
B
na de persoonsvorm
Slide 11 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Nous voulons voir son dernier concert.
A
le
B
la
C
l'
D
les
Slide 12 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Tu veux regarder ce film français ?
A
le
B
la
C
l'
D
les
Slide 13 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
J'écoute ma chanson préférée.
A
la
B
le
C
l'
D
les
Slide 14 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
J'ai vu tous ses concerts.
A
le
B
la
C
l'
D
les
Slide 15 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Vous aimez les posters de M.Pokora ?
A
le
B
la
C
l'
D
les
Slide 16 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Je connais cette chanteuse.
A
le
B
la
C
l'
D
les
Slide 17 - Quiz
De plaats van het persoonlijk voornaamwoord (lijdend voorwerp)
Tu veux regarder ce film français.
A
Tu veux regarder le.
B
Tu veux le regarder.
C
Tu le veux regarder.
D
Tu veux le regarder le film français.
Slide 18 - Quiz
Vervang het lijdend voorwerp door een persoonlijk voornaamwoord en zet het op de juiste plek in de zin.
Vous avez vu l'actrice dans un magasin?
A
Vous l'avez vu?
B
Vous avez vu la?
C
Vous la avez vu?
D
Vous avez la vu?
Slide 19 - Quiz
vervang het lijdend voorwerp door een persoonlijk voornaamwoord.
Tu rêves de rencontrer ta star préférée dans la rue.
A
Tu la rêves de rencontrer dans la rue.
B
Tu rêves de la rencontrer dans la rue.
C
Tu rêves de la rencontrer préférée dans la rue.
D
Tu rêves de rencontrer la dans la rue .
Slide 20 - Quiz
vervang het lijdend voorwerp door een persoonlijk
voornaamwoord in je antwoord.
Tu as rencontré Juliette au supermarché hier matin?
Non, .....
A
je n'ai pas la rencontré Juliette au supermarché hier matin
B
Tu ne l'as pas rencontré au supermarché hier matin
C
je ne l'ai pas rencontré au supermarché hier matin
D
Tu as ne la rencontré pas au supermarché hier matin
Slide 21 - Quiz
Het persoonlijk voornaamwoord als vervanging van een meewerkend voorwerp
Slide 22 - Slide
Noem de persoonlijke voornaamwoorden als vervanging van een meewerkend voorwerp.
Slide 23 - Mind map
Een meewerkend voorwerp begint met een...
A
à woord
B
de woord
C
een werkwoord
D
een onderwerp
Slide 24 - Quiz
Heeft deze zin een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp?
Tu parles aux profs?
A
MV
B
LV
Slide 25 - Quiz
Heeft deze zin een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp?
Vous regardez la télé?
A
MV
B
LV
Slide 26 - Quiz
Heeft deze zin een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp?
Nous avons acheté des fleurs?
A
MV
B
LV
Slide 27 - Quiz
Heeft deze zin een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp?
Je vais télephoner à mon ami?
A
MV
B
LV
Slide 28 - Quiz
Heeft deze zin een lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp?
Il a envoyé une lettre à sa mère?
A
MV
B
LV
Slide 29 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Vous répondez à la dame ?
A
lui
B
leur
Slide 30 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Tu envoyes des fleurs à tes parents ?
A
lui
B
leur
Slide 31 - Quiz
Wat is de plaats van het persoonlijk voornaamwoord in de zin bij meewerkend voorwerp?
A
achter het werkwoord
B
voor het persoonsvorm
C
voor het infinitief
D
achter in de zin
Slide 32 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Il parle à sa soeur.
A
lui
B
leur
Slide 33 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Elles répondent à Maria.
A
lui
B
leur
Slide 34 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp voorwerp met een persoonlijk voornaamwoord
Tu envoyes des fleurs à tes parents ?
A
lui
B
leur
Slide 35 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp door een persoonlijk voornaamwoord en zet het op de juiste plek in de zin.
Vous avez parlé au prof?
A
Vous lui avez parlé?
B
Vous avez lui parlé?
C
Vous avez parlé lui?
D
Vous l´avez parlé?
Slide 36 - Quiz
Vervang het meewerkend voorwerp door een persoonlijk voornaamwoord en zet het op de juiste plek in de zin. Schrijf de nieuwe zin helemaal op.
Je vais téléphoner à ma mamie.
A
Je vais leur téléphoner.
B
Je vais lui téléphoner.
C
Je leur vais téléphoner.
D
Je lui vais téléphoner.
Slide 37 - Quiz
Maintenant
Oefenen met PV: https://quizizz.com/join?gc=20506968
woordjes oefenen
ander huiswerk
andere vraag?
Slide 38 - Slide
More lessons like this
Het persoonlijk voornaamwoord LV en MV
14 days ago
- Lesson with
16 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Het persoonlijk voornaamwoord LV en MV
9 days ago
- Lesson with
16 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Het persoonlijk voornaamwoord LV en MV
29 days ago
- Lesson with
38 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Het persoonlijk voornaamwoord
March 2021
- Lesson with
30 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2,3
Het persoonlijk voornaamwoord - kennis toetsen
March 2023
- Lesson with
29 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 2,3
Het persoonlijk voornaamwoord MV + ww être in imp en futur
December 2024
- Lesson with
26 slides
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
3pA VWO 11/1/23
January 2023
- Lesson with
36 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3
Les klas 3 - meewerkend voorwerp
February 2025
- Lesson with
38 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 3