RECAP: Goederenstroom: Bestellen & Beheren Hele periode

Goederenstroom
Bestellen & Beheren
Herhaling les 1 t/m 5
1 / 40
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Goederenstroom
Bestellen & Beheren
Herhaling les 1 t/m 5

Slide 1 - Slide

Moment van de dag dat je moet bestellen (cut-of-time)
A
Bestelfrequentie
B
Besteleenheid
C
Bestelmoment
D
MOQ

Slide 2 - Quiz

Bestelfrequentie =
A
Hoeveel keer per dag je besteld
B
Hoeveel keer per jaar/maand je besteld
C
Hoeveel keer je in totaal besteld
D
Personeelskosten verbonden aan bestellen

Slide 3 - Quiz

Bestelkosten bestaan uit de volgende kosten:
A
Frequentiekosten
B
Verzendkosten, frequentiekosten, personeelskosten
C
Administratiekosten, Verzendkosten
D
Verzendkosten, Personeelskosten, Administratiekosten

Slide 4 - Quiz

Waar hangt je bestelhoeveel
NIET van af?
A
Houdbaarheid van de waren
B
Ruimte in je winkel/magazijn
C
Levertijd
D
Verloningskosten

Slide 5 - Quiz

Wanneer de voorraadkosten & bestelkosten zo in balans zijn dat je opgeteld de laatste kosten hebt:
A
Kostenminimum
B
Optimale bestelgrootte
C
Bestelmoment
D
Optimale kosten

Slide 6 - Quiz

Wat zijn de 3-R's van voorraad kosten?
A
Rente, Rendement, Risico
B
Rente, Ruimte, Risico
C
Research, Rendement, Return
D
Rente, Ruimte, Return

Slide 7 - Quiz

Wat zijn de kosten van bestellen?
A
Verzendkosten, Personeelskosten, Administratiekosten
B
Verzendkosten, Administratiekosten
C
Verzendkosten, verwerkingskosten
D
Aankomstkosten, inventarisatiekosten, overige kosten

Slide 8 - Quiz

Optimale
bestelgrootte in
deze grafiek
A
5000
B
3200
C
2500
D
1000

Slide 9 - Quiz

Vaste bestelgrootte en
Vaste bestelmomenten hebben als voordeel?
A
Bestellen neemt minder tijd (personeelskosten)
B
Geen voordelen
C
Meer mogelijkheden
D
Bestellen gaat preciezer

Slide 10 - Quiz

Wat is het voordeel van bestellen vanuit je eigen systeem (ten opzichte van handmatig)
A
Meer flexibiliteit
B
Minder flexibiliteit
C
Minder administratieve handelingen
D
Meer mogelijkheden

Slide 11 - Quiz

wat is GEEN voordeel van bestellen in de webshop van de leverancier (ten opzichte van telefonisch)
A
Niet afhankelijk van openingstijden
B
Minder foutgevoelig
C
Meer keuze
D
Sneller bestellen

Slide 12 - Quiz

In de basis is minimumvoorraad bedoeld om:
A
Levertijd te overbruggen
B
Ordergrootte te beheren
C
Studenten te irriteren
D
Bestellen makkelijker te maken

Slide 13 - Quiz

Bij een minder betrouwbare leverancier verhoog je de minimale voorraad
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

(afzet x levertijd) + ..... = Minimumvoorraad
wat is .....?
A
Bestelmoment
B
Levertijd
C
Bestelgrootte
D
Veiligheidsvoorraad

Slide 15 - Quiz

Hoeveel van de artikelen beschikbaar zijn op een bepaald moment noem je de
A
Beschikbaarheidsgraad
B
TOTAL STOCK QUANITY
C
Servicegraad
D
Artikelgroep percentage

Slide 16 - Quiz

wat is NIET belangrijk bij het aansturen van het bestelproces
A
Werk zoveel mogelijk volgens standaard afspraken
B
Vertrouw je onderbuik
C
houdt goed onderscheid tussen stuks en VPE's (dozen)
D
Ken je bestelsysteem goed

Slide 17 - Quiz

RI & E staat voor
A
Return investment & Equity
B
Risico-Inventarisatie & Evaluatie
C
Risico Ingrijpen & Evaluatie
D
Risico Ingrijpen & Executie

Slide 18 - Quiz

Welke 3 type risico's zijn er op de werkvloer?
A
Gezondheid, Veiligheid, Welzijn
B
Fysieke, Externe, onzichtbare
C
1e graad, 2e graad, 3e graad
D
Brand, Criminaliteit, Ziekte

Slide 19 - Quiz

Lang staan & Zwaar tillen

Ongewenst gedrag, onregelmatige werktijden

Kou/Hitte, Harde geluiden, gevaarlijke stoffen
Sleep de juiste belasting naar de omschrijving
Psychosociale Belasting
Fysische Belasting
Fysieke Belasting
Inkomens afhankelijke Belasting
Secundaire Belasting

Slide 20 - Drag question

hoeveel mag je maximaal tillen voor een gezond werkklimaat?
A
10kg per keer, 20kg als piek
B
12kg per keer, 23kg als piek
C
15kg per keer, 25kg als piek
D
20kg per keer, 30kg als piek

Slide 21 - Quiz

Een goede zithouding kenmerkt zich o.a. door:
A
Juiste hulpmiddelen
B
Iets gebogen rug, knieën op 85 graden
C
Rug recht, Knieën 90 graden
D
vooral veel afwisseling

Slide 22 - Quiz

een goede sta-houding is onder andere:
A
Stevige schoenen, geen hoge hakken, voeten 60 cm uit elkaar
B
Steun vooral op links
C
Steun vooral op rechts
D
Stevige schoenen, afwisselend steunen op links & rechts.

Slide 23 - Quiz

Inhoud van de risico inventarisatie & evaluatie (RI&E): (kies 2)
A
Inrichting werkplek, Stress, Gevaarlijke omstandigheden
B
Brand, ongevallen & Calamiteiten + Overige risico's
C
RAAK principe
D
Arbeidstijdenwet, EHBO & BPV

Slide 24 - Quiz

RAAK staat voor
A
Raak 'm goed!
B
Registreren, Activeren, Aangeven, Kijken
C
Registreren, Aanvaarden, Aangeven, Kijken
D
Rustig blijven, Aanvaarden, Afgeven, Kijken

Slide 25 - Quiz

Nadat je een RI&E gemaakt hebt (of hebt laten maken) volgt een
A
Evaluatie
B
Controle
C
Archivering
D
Plan van Aanpak

Slide 26 - Quiz

Wanneer geld er meldingsplicht bij de arbeidsinspectie voor Arbeidsongevallen? (meerdere antwoorden goed)
A
Ziekenhuisopname
B
Bij kans op schadeclaim
C
Bij aanwijsbare schuld voor werkgever
D
Overlijden & Blijvend letsel

Slide 27 - Quiz

Sleep de bronaanpak van risico's naar de juiste categorie
Bronaanpak:

- Technische maatregelen

- Organisatorische maatregelen

- PBM's 

- Waarschuwingen
Helmen
Voorschriften
Gedragscode
Borden, rode linten
Rubber bij scherpe randen

Slide 28 - Drag question

Noem 2 maatregelen die de arbeidsinspectie kan nemen bij geconstateerde onregelmatigheden

Slide 29 - Open question

Wat is GEEN optie om een medewerker met een lastige thuissituatie te helpen
A
Helpen dit op te lossen
B
Taken geven die minder concentratie vergen
C
Gunstiger rooster geven
D
Minder taken geven

Slide 30 - Quiz

Wanneer is er sprake van derving?
A
als een product kapot gaat in de winkel
B
als een product over de datum gaat in de winkel
C
Als een product wordt gestolen uit de winkel
D
A , B en C samen

Slide 31 - Quiz

Geef een voorbeeld van hoe je Criminele Derving kunt voorkomen

Slide 32 - Open question

Aan welk van de volgende gedragingen herken je NIET een potentiële winkeldief?
A
Snel lopen
B
Zenuwachtig & afwijkend gedrag
C
Jas over de arm
D
Ongericht / ongefocust lijken

Slide 33 - Quiz

Wanneer een "klant" gedrag vertoont dat bij een winkeldief past (maar je geen diefstal hebt gezien) kan je:
(meerdere goede antwoorden)
A
Vragen om in de tas te kijken
B
De klant vriendelijk begroeten
C
In de zichtslijn gaan staan
D
Vragen of de klant alles kan vinden / hulp nodig heeft

Slide 34 - Quiz

Wat zijn risicomomenten voor Criminele derving?
(meerdere goed)
A
Winkelopening/Sluiting
B
Drukke piekmomenten
C
Bij het afrekenen
D
's Nachts

Slide 35 - Quiz

Stoom afblazen, Tot de orde roepen, Opnieuw beginnen & Passen bij herhaling bij agressieve klanten heet het:
A
Agressie mitigatie model
B
Agressie protocol
C
RAAK principe
D
STOP principe

Slide 36 - Quiz

Derving preventie les je vooraf vast in werkprocessen waarbij je vastlegt hoe mensen moeten handelen, dit noem je:
A
Afspraken
B
Procedures
C
Werkprocessen
D
Vastleggingen

Slide 37 - Quiz

Geef een voorbeeld van zo'n procedure om derving te voorkomen

Slide 38 - Open question

Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt in deze lessenserie?

Slide 39 - Open question

Slide 40 - Slide