4H 5.6 Spieren en beweging

1 / 20
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Thema 5 Regeling
5.1 Homeostase en regelkringen 
5.2 Het hormoonstelsel
5.3 Het zenuwstelsel 
5.4 Reflexen en het autonome zenuwstelsel
5.5 Impulsgeleiding
5.6 Spieren en beweging

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Programma
  • Leerdoelen 5.6
  • Uitleg basisstof 5.6 Spieren en beweging
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting 



Slide 4 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt de bouw en functie van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel beschrijven.
  • Je kunt de bouw en werking van spieren beschrijven.
  • Je kunt de effecten van training, revalidatie en dopinggebruik uitleggen.

Slide 5 - Slide

Glad spierweefsel
  • Langwerpige spiercellen
  • 1 celkern per cel
  • Samentrekking verloopt trager dan bij dwarsgestreept spierweefsel, maar raken niet snel vermoeid
  • Aangestuurd door autonome zenuwstelsel
  • Komt voor in: huid, darmkanaal, longen, bloedvaten, iris, (buisvormige/holle organen

Slide 6 - Slide

Dwarsgestreept spierweefsel
  • Bestaat uit spiervezels
  • Ontstaat door versmelting van veel spiercellen (meerdere celkernen per spiervezel)
  • Aangestuurd door animale zenuwstelsel
  • Snelle samentrekking maar snel vermoeid
  • Zitten vast aan botten/huid.

Slide 7 - Slide

Skeletspieren
  • Skeletspieren zitten vast aan het skelet met een pees.
  • Spierfibrillen bestaat uit eiwitdraden/filamenten.
  • De uiteinden van een axon van een bewegingszenuwcel is aangesloten op een spier via  motorische eindplaatjes




Van groot naar klein:
Spier -> spierbundels -> spiervezels -> spierfibrillen -> spiercellen 
(binas 90C)

Slide 8 - Slide

Spierfibrillen
Spierfibrillen zijn opgebouwd uit 2 eiwitten:
  1. Myosine (donkere band)
  2. Actine (lichte band)

Deze eiwitten vormen filamenten = grote eiwitdraden.





Slide 9 - Slide

Spierfibrillen
Tussen spierfibrillen bevinden zich:
  • Glycogeenkorrels (opgeslagen glycogeen)
  • Mitochondriën (nodig voor verbranding)



Slide 10 - Slide

Samentrekken van spieren (Binas 90C)
  1. Een bewegingszenuwcel geeft impuls door via een motorische eindplaatje. 
  2. Neurotransmitters binden aan receptoren van spiervezels
  3. De myosine- en actinefilamenten schuiven in elkaar (De spier wordt korter)

Slide 11 - Slide

Antagonisten
  • Spieren kunnen alleen samentrekken maar niet uit zichzelf ontspannen.
  • Om een spier te ontspannen moet een andere spier samentrekken die de tegenovergestelde beweging veroorzaakt.

Slide 12 - Slide

Antagonisten
  • Spieren die een tegenovergestelde beweging veroorzaken noemen we antagonisten
  • Voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en triceps. Biceps buigt je arm, triceps strekken de arm

Slide 13 - Slide

Spiervezels
Skeletspieren 2 typen vezels: 
  1. Snelle spiervezels --> minder doorbloed, minder mitochondriën, sneller vermoeid.
  2. Langzame spiervezels --> goed doorbloed, veel mitochondriën, niet snel vermoeid.


Sommige mensen hebben meer snelle of meer langzame spiervezels

Slide 14 - Slide

Training
  • Krachttraining: het kweken van meer spiercellen. Resultaat = meer filamenten in de spierfibrillen = meer kracht.
  • Duurtraining: betere doorbloeding van de spieren = meer zuurstof aanvoer en afvoer afvalstoffen = minder snelle verzuring. Spieren worden niet zwaarder. 

Slide 15 - Slide

Training
  • Warming-up: Stimulatie bloedsomloop voor betere doorbloeding tijdens de training. Snelle aanvoer zuurstof, snellere afvoer afvalstoffen. Betere impulsgeleiding voor betere coördinatie. 

  • Coolingdown: rustige afname hartslag, rekken en strekken en douchen voor betere afvoer afvalstoffen. Minder afvalstoffen = minder spierpijn.


Slide 16 - Slide

Doping
Anabole steroïden:
Nabootsen effect van testosteron

Effecten:
Meer spierweefsel &
aanmaak rode bloedcellen (dit vergroot het uithouignsvermogen)

Medische risico's

Slide 17 - Slide

Anabole steroïden 
Bijwerkingen mannen:
  • Vrouwelijke kenmerken (borstvorming)
  • Lagere libido
  • Impotentie
  • Krimpen teelballen

Bijwerkingen vrouwen:
  • Lagere stem
  • Verstoord menstruatiecyclus
  • Puistjes door vette huid
  • Striae


Slide 18 - Slide

Bloeddoping
  •  Meer rode bloedcellen door meer bloed.
  • Het hormoon epo (erytropoëtine) toedienen --> stimuleert aanmaak van rode bloedcellen. 

Medische risico's 

Slide 19 - Slide

Huiswerk

Lezen 5.6 
Maken opdracht 64 t/m 71





Slide 20 - Slide