4H 5.6 Spieren en beweging

1 / 19
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Thema 5 Regeling
5.1 Homeostase en regelkringen 
5.2 Het hormoonstelsel
5.3 Het zenuwstelsel 
5.4 Reflexen en het autonome zenuwstelsel
5.5 Impulsgeleiding
5.6 Spieren en beweging

Slide 2 - Slide

Programma
  • Leerdoelen 5.6
  • Uitleg basisstof 5.6 Spieren en beweging
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting 



Slide 3 - Slide

Leerdoelen 
  • Je kunt de bouw en functie van glad spierweefsel en dwarsgestreept spierweefsel beschrijven.
  • Je kunt de bouw en werking van spieren beschrijven.
  • Je kunt de effecten van training, revalidatie en dopinggebruik uitleggen.

Slide 4 - Slide

Dwarsgestreept spierweefsel
  • Bestaat uit spiervezels
  • Ontstaat door versmelting van veel spiercellen (meerdere celkernen per spiervezel)
  • Aangestuurd door animale zenuwstelsel
  • Snelle samentrekking maar snel vermoeid
  • Zitten vast aan botten/huid.

Slide 5 - Slide

Glad spierweefsel
  • Langwerpige spiercellen
  • 1 celkern per cel
  • Samentrekking verloopt trager dan bij dwarsgestreept spierweefsel, maar raken niet snel vermoeid
  • Aangestuurd door autonome zenuwstelsel

Komt voor in: huid, darmkanaal, longen, bloedvaten, iris, 

Slide 6 - Slide

Skeletspieren
Skeletspieren zitten vast aan het skelet met een pees.

De uiteinden van een axon van een bewegingszenuwcel is aangesloten op een spier via  motorische eindplaatjes




Van groot naar klein:
Spier -> spierbundels -> spiervezels -> spierfibrillen -> spiercellen 
(binas 90C)

Slide 7 - Slide

Spierfibrillen
Spierfibrillen zijn opgebouwd uit 2 eiwitten:
  1. Myosine (donkere band)
  2. Actine (lichte band)

Deze eiwitten vormen filamenten = grote eiwitdraden.





Slide 8 - Slide

Spierfibrillen
Tussen spierfibrillen bevinden zich:
  • Glycogeenkorrels (opgeslagen glycogeen)
  • Mitochondriën (nodig voor verbranding)



Slide 9 - Slide

Samentrekken van spieren (Binas 90C)
  1. Een bewegingszenuwcel geeft impuls door via een motorische eindplaatje
  2. De spierfibrillen gekoppeld aan het motorisch eindplaatje trekken samen.
  3. De myosine- en actinefilamenten schuiven in elkaar (De spier wordt korter)

Slide 10 - Slide

Antagonisten
  • Spieren kunnen alleen samentrekken maar niet uit zichzelf ontspannen.
  • Om een spier te ontspannen moet een andere spier samentrekken die de tegenovergestelde beweging veroorzaakt.

Slide 11 - Slide

Antagonisten
  • Spieren die een tegenovergestelde beweging veroorzaken noemen we antagonisten
  • Voorbeeld van antagonisten zijn de biceps en triceps. Biceps buigt je arm, triceps strekken de arm

Slide 12 - Slide

Spiervezels
Skeletspieren 2 typen vezels: 
  1. Snelle spiervezels --> minder doorbloed, minder mitochondriën, sneller vermoeid.
  2. Langzame spiervezels --> goed doorbloed, veel mitochondriën, niet snel vermoeid.


Sommige mensen hebben meer snelle of meer langzame spiervezels

Slide 13 - Slide

Training
  • Krachttraining: het kweken van meer spiercellen. Resultaat = meer filamenten in de spierfibrillen = meer kracht.
  • Duurtraining: betere doorbloeding van de spieren = meer zuurstof aanvoer en afvoer afvalstoffen = minder snelle verzuring. Spieren worden niet zwaarder. 

Slide 14 - Slide

Training
  • Warming-up: Stimulatie bloedsomloop voor betere doorbloeding tijdens de training. Snelle aanvoer zuurstof, snellere afvoer afvalstoffen. Betere impulsgeleiding voor betere coördinatie. 

  • Coolingdown: rustige afname hartslag, rekken en strekken en douchen voor betere afvoer afvalstoffen. Minder afvalstoffen = minder spierpijn.


Slide 15 - Slide

Doping
Anabole steroïden:
Nabootsen effect van testosteron

Effecten:
Meer spierweefsel &
aanmaak rode bloedcellen (dit vergroot het uithouignsvermogen)

Medische risico's

Slide 16 - Slide

Anabole steroïden 
Bijwerkingen mannen:
  • Vrouwelijke kenmerken (borstvorming)
  • Lagere libido
  • Impotentie
  • Krimpen teelballen

Bijwerkingen vrouwen:
  • Lagere stem
  • Verstoord menstruatiecyclus
  • Puistjes door vette huid
  • Striae


Slide 17 - Slide

Bloeddoping
  •  Meer rode bloedcellen door meer bloed.
  • Het hormoon epo (erytropoëtine) toedienen --> stimuleert aanmaak van rode bloedcellen. 

Medische risico's 

Slide 18 - Slide

Huiswerk

Lezen 5.6 
Maken opdracht 64 t/m 71





Slide 19 - Slide