sterke werkwoorden

Het voltooid deelwoord
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Het voltooid deelwoord

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Waar denk je aan bij het voltooid deelwoord?

Slide 3 - Mind map

Een voltooid deelwoord is altijd een werkwoord.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Bij een voltooid deelwoord hoort altijd het werkwoord "hebben".
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Een voltooid deelwoord begint altijd met "ge-".
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Wat is het voltooid deelwoord?
Ik heb de wedstrijd op de televisie gezien.
A
heb
B
de wedstrijd
C
gezien
D
Er staat geen voltooid deelwoord in deze zin.

Slide 7 - Quiz

Voltooid deelwoord
Welke zin is juist?
A
Zij heeft haar verjaardag gevierd.
B
Zij gevierd haar verjaardag heeft.
C
Zij heeft haar verjaardag vieren.

Slide 8 - Quiz

Wat is het goede voltooid deelwoord van werken?
A
Ik heb gisteren gewerken.
B
Ik heb gisteren gewerkd.
C
Ik heb gisteren gewerkt.

Slide 9 - Quiz

Voltooid deelwoord
Welke zin is juist?
A
Wij gespeeld hebben een wedstrijd.
B
Wij hebben een wedstrijd gespeeld.
C
Wij hebben een wedstrijd spelen.

Slide 10 - Quiz

Wat is het goede voltooid deelwoord van koken?
A
Ik heb gisteren de pasta gekookt.
B
Ik heb gisteren de pasta gekookd.

Slide 11 - Quiz

Voltooid deelwoord
Welke zin is juist?
A
Louis heeft een uur wandelen.
B
Louis gewandeld een uur heeft.
C
Louis heeft een uur gewandeld.

Slide 12 - Quiz

Voltooid deelwoord
Welke zin is juist?
A
Eva heeft €50,- gepind.
B
Eva gepind heeft €50,-
C
Eva heeft €50,- gepint.
D
Eva pinde €50,-

Slide 13 - Quiz