Les 7 §3 tekstdoelen en -soorten les 3



Lesplanning

* stillezen in je leesboek
* oefentoets maken
* zelfstandig werken


Lesdoel

Aan het einde
van de les:
- kan je het doel van een tekst bepalen.
- weet je welke soort teksten gebruikt worden bij de verschillende tekstdoelen.



timer
10:00
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson



Lesplanning

* stillezen in je leesboek
* oefentoets maken
* zelfstandig werken


Lesdoel

Aan het einde
van de les:
- kan je het doel van een tekst bepalen.
- weet je welke soort teksten gebruikt worden bij de verschillende tekstdoelen.



timer
10:00

Slide 1 - Slide

ZELFSTANDIG WERKEN
Wat:
Maak de oefentoets
Hoe:
In je schrift
Je mag niet overleggen.
Hulp:
Je eigen geheugen en kennis
Tijd:
30 minuten

Klaar:
Schrijf 3 korte (!) teksten over hetzelfde onderwerp. Gebruik voor elke tekst minimaal 30 woorden. De teksten moeten elk een ander doel hebben.
Kies uit de volgende onderwerpen: gladheid, handen wassen, mobiele telefoons of spruitjes.
Gebruik Word op je laptop hiervoor.
timer
30:00

Slide 2 - Slide

Huiswerk
Vr 24-01:
C1 §3 opdr. 7 en 8

30/31-01:
Toets leesvaardigheid (C1 §1 t/m §3)

Boekdoos inleveren in de eerste les van week 10
(3 - 7 maart)


Slide 3 - Slide

Wat is het onderwerp van deze tekst?

In het schooljaar 2019-2020 gingen de centrale examens niet door vanwege Corona. Veel leerlingen vonden dit erg jammer. Ze hadden graag willen ervaren hoe het zou zijn om samen in een gymzaal de examens te moeten maken. Nu er geen examens zijn gemaakt, weten de leerlingen ook niet of ze ooit officieel geslaagd zouden zijn. Hopelijk gaan dit schooljaar de examens wel gewoon door.

Slide 4 - Open question

Waarom lees je oriënterend?
A
Om achter de titel van een tekst te komen.
B
Om achter het onderwerp van een tekst te komen.
C
Om de tekst te begrijpen.
D
Om de hoofdgedachte van een tekst te vinden.

Slide 5 - Quiz

Hoe noteer je het onderwerp?
A
In een hele zin.
B
Hier is geen regel voor.
C
In 1 of een paar woorden.
D
Het onderwerp is gelijk aan de titel.

Slide 6 - Quiz

Wat is de hoofdgedachte van een tekst?
A
een paar gedachten over het onderwerp
B
het belangrijkste van een tekst in één zin samengevat

Slide 7 - Quiz

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?
Het was een mooie vakantie. Met de auto zijn we naar een huisje in Spanje gereden. Dit huisje had een zwembad en stond tegenover het strand. We zaten dicht bij een stad en het was heel warm en zonnig weer. We hebben ook veel gezwommen en ijsjes gegeten. Het was heel erg leuk.

Slide 8 - Open question

Ik kan het doel van een tekst bepalen.
0 = echt (nog) niet / 10 = absoluut wel
010

Slide 9 - Poll

Hoe vind je zelf dat je gewerkt hebt?
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll