2F 24-03 4e + 8e uur

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Regels in de klas
  1.  Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
  2. Je let op als ik iets vertel/uitleg.
  3. Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
  4. Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
  5. We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.


Slide 1 - Slide

Als je je niet aan de regels houdt
  1.  Mondelinge waarschuwing.
  2. Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
  3. 2e streepje = nablijven of uitgestuurd.

Slide 2 - Slide

Programma 2F maandag 24-03
  • Lezen
  • Terugblik
  • Video van een debat
  • Mini-debat voeren in groepjes

Slide 3 - Slide

Lezen


Jana, Bram, Dex, Djoy en Fedor
 mogen voor laten lezen op hun Chromebook.




Slide 4 - Slide

Wat weet je nog van een debat?

Slide 5 - Slide

Een debat
  • Een debat is een speciale soort discussie met regels.
  • Er zijn twee groepen: één is voor en één is tegen.
  • Elke groep heeft een mening over het onderwerp > standpunt.
  • Je gebruikt goede redenen (argumenten) om jouw mening te onderbouwen.
  • Het is niet de bedoeling dat het ruzie wordt!

Slide 6 - Slide

Wat moet je goed kunnen om te kunnen debatteren?

Slide 7 - Slide

Je moet in een debat goed je mening kunnen geven en deze uitleggen met argumenten. Je wilt de ander overtuigen van jouw standpunt.

Slide 8 - Slide

In de Tweede Kamer wordt elke dag gedebatteerd. Maar ook jij moet weleens iemand overtuigen van jouw mening. Dan gebruik je de vaardigheden die je ook in een debat gebruikt.

Welke situatie kun je bedenken waarin je iemand moet overtuigen?

Slide 9 - Slide

Situaties waarin je debatteert
  1. Ouders overtuigen – Bijvoorbeeld als je later thuis wilt komen of een nieuwe telefoon wilt. Je moet goede redenen geven om je ouders te overtuigen.
  2. Vrienden overtuigen – Bijvoorbeeld als je wil bepalen welke film jullie kijken of waar jullie naartoe gaan. Je moet uitleggen waarom jouw idee het beste is.
  3. Sport of hobby's – Bijvoorbeeld als je in een team zit en je het niet eens bent met een beslissing, moet je uitleggen waarom jouw idee beter is.

Slide 10 - Slide

Wat we vandaag gaan doen
  • Je maakt kennis met debatteren.
  • Je gaat in groepjes een mini-debat voeren.

Slide 11 - Slide

Nu eerst een voorbeeld van een debat...

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Wat vind jij van de stelling?
Stelling: Er moet een nieuw Nederlands volkslied komen.

Dit ga je doen:
  1. Bedenk of je het eens bent met de stelling of niet.
  2. Bedenk zoveel mogelijk argumenten voor je mening en schrijf deze op.

Slide 14 - Slide

Programma 2F 8e uur
Mini-debat voeren.
Video kijken.
Debatteren over de video.

Slide 15 - Slide

Mini debat in groepjes
  • We maken groepjes van 4 > met SOM2day. 
  • Er komt een stelling op het bord. Bedenk of jij voor of tegen de stelling bent en bedenk een goed argument.
  • Om de beurt mag je zeggen of je het eens bent met de stelling of niet. We reageren nog niet op elkaar.
  • Als iedereen geweest is, mag je op elkaar reageren.
Probeer elkaar te overtuigen.

Slide 16 - Slide

Stelling : Er moet een nieuw Nederlands volkslied komen.
timer
7:00

Slide 17 - Slide

Hoe ging dit?
  1. Is iedereen aan het woord gekomen?
  2. Lukte het om rustig te blijven en te blijven luisteren naar de ander?
  3. Werden jullie het eens?
  4. Moet je het überhaupt altijd eens worden?

Slide 18 - Slide

Ronde 2
We gaan eerst een video kijken. Daarna gaan we erover in debat.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Debat 2: Wat zou jij doen als je in deze situatie was?
timer
7:00

Slide 21 - Slide

Spel uit de beweegpot

Slide 22 - Slide

Stelling 3: Iedereen zou een bijbaantje moeten hebben vanaf 14 jaar.
timer
5:00

Slide 23 - Slide

Terugkijken
  1. Wat vond je goed gaan?
  2. Wat was lastig?
  3. Wat heb je geleerd?
  4. Welk cijfer zou je jezelf geven en waarom?

Slide 24 - Slide