Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 2
This lesson contains 24 slides, with text slides.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Regels in de klas
Je hebt je spullen voor Nederlands bij je.
Je let op als ik iets vertel/uitleg.
Je bent geconcentreerd met je werk bezig.
Aan het einde van de les staat je tafel recht en is je stoel aangeschoven.
We gaan respectvol om met de docent en met elkaar.
Slide 1 - Slide
Als je je niet aan de regels houdt
Mondelinge waarschuwing.
Naam op het bord met het 1e streepje achter je naam.
2e streepje = nablijven of uitgestuurd.
Slide 2 - Slide
Programma 2F woensdag 19-03
Lezen
Terugblik
Uitleg debatteren
Mini-debat voeren in groepjes
Slide 3 - Slide
Lezen
Jana, Bram, Dex, Djoy en Fedor
mogen voor laten lezen op hun Chromebook.
Slide 4 - Slide
Weet je nog?
Welke 2 betekenissen van het woord motiveren ken je nog?
Slide 5 - Slide
Samenvatting
Motiveren kan 2 dingen betekenen:
Iemand aansporen iets te doen
Uitleggen waarom je iets vindt.
Slide 6 - Slide
Wat is een debat volgens jou?
Slide 7 - Slide
Laten we kijken naar een debat ...
Slide 8 - Slide
docent.blink.nl
Slide 9 - Link
Wat viel je op?
Wat gebeurt er tijdens een debat?
Slide 10 - Slide
Een debat
Een debat is een speciale soort discussie met regels.
Er zijn twee groepen: één is voor en één is tegen.
Elke groep heeft een mening over het onderwerp > standpunt.
Je gebruikt goede redenen (argumenten) om jouw mening te onderbouwen.
Het is niet de bedoeling dat het ruzie wordt!
Slide 11 - Slide
In de Tweede Kamer wordt elke dag gedebatteerd. Maar ook jij hebt deze vaardigheden vaker nodig dan je misschien denkt...
Slide 12 - Slide
Welke situatie kun je bedenken waarin je moet kunnen debatteren?
Slide 13 - Slide
Situaties waarin je debatteert
Ouders overtuigen – Bijvoorbeeld als je later thuis wilt komen of een nieuwe telefoon wilt. Je moet goede redenen geven om je ouders te overtuigen.
Vrienden overtuigen – Bijvoorbeeld als je wil bepalen welke film jullie kijken of waar jullie naartoe gaan. Je moet uitleggen waarom jouw idee het beste is.
Sport of hobby's – Bijvoorbeeld als je in een team zit en je het niet eens bent met een beslissing, moet je uitleggen waarom jouw idee beter is.
Slide 14 - Slide
Wat we vandaag gaan doen
Je maakt kennis met debatteren.
Je gaat in groepjes een mini-debat voeren.
Slide 15 - Slide
Basisregels voor een goed debat
Stellingen > Je kunt het ermee eens zijn of niet.
Argumenten > goede argumenten zijn goed uitgelegd en kloppen. Er worden feiten gebruikt om de ander te overtuigen.
Spreekbeurten > Laat de ander uitpraten.
Respect > Geen geschreeuw of beledigingen.
Slide 16 - Slide
Mini debat in groepjes
We maken groepjes van 4 > met SOM2day. 1 iemand is de voorzitter.
Er komt een stelling op het bord. Bedenk of jij voor of tegen de stelling bent en bedenk een goed argument.
Om de beurt mag je zeggen of je het eens bent met de stelling of niet. We reageren nog niet op elkaar.
Als iedereen geweest is, mag je op elkaar reageren.
Slide 17 - Slide
Stelling 1: Je moet zelf je kamer opruimen. Dat is niet de taak van je ouders.
timer
5:00
Slide 18 - Slide
Hoe ging dit?
Is iedereen aan het woord gekomen?
Lukte het om rustig te blijven en te blijven luisteren naar de ander?
Werden jullie het eens?
Moet je het überhaupt altijd eens worden?
Slide 19 - Slide
Ronde 2
We wisselen de groepjes.
Slide 20 - Slide
Stelling 2: social media maakt vriendschappen sterker
timer
5:00
Slide 21 - Slide
Ronde 3
We wisselen de groepjes.
Slide 22 - Slide
Stelling 3: Iedereen zou een bijbaantje moeten hebben vanaf 14 jaar.