Blok 1 Spreken, kijken en luisteren

Blok 1 Spreken, kijken en luisteren
Boek blz. 51-56
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Blok 1 Spreken, kijken en luisteren
Boek blz. 51-56

Slide 1 - Slide

lesdoelen
aan het einde van deze les:
kun je spreekdoel, publiek, taalgebruik en stemgebruik van een gesproken tekst aangeven.
Kun je lichaamstaal van een spreker herkennen.

Slide 2 - Slide

over lichaamstaal geproken....
mimiek

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

lezen ..... luisteren..... overeenkomsten
Net zoals bij het lezen van een tekst, volg je bij het luisteren een aantal stappen:
  1. vooraf bedenk je wat je al weet.
  2. tijdens het luisteren let je goed op of je alles begrijpt wat je hoort en ziet.
  3. na het luisteren verwerk je de informatie. (heb je alles begrpen, waar ging het over? heb je het goede luisterdoel gekozen?

Vergelijk de informatie op blz. 297 en 298 maar eens.

Slide 5 - Slide

even oefenen:
Bekijk het volgende filmpje:
Let  op:
spreekdoel
(deel)onderwerp
publiek
 taalgebruik
 intonatie

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

Het doel van het filmpje:
A
uitleggen
B
overhalen
C
informeren
D
amuseren

Slide 8 - Quiz

Leg uit waarom het een amuserend filmpje is.

Slide 9 - Open question

Wat is het onderwerp van het filmpje?

Slide 10 - Open question

Het eerste deelonderwerp van dit filmpje is:
A
ontdekt worden als straatmuzikant
B
rijk worden door het kopen van een lot

Slide 11 - Quiz

Je hebt net in opdracht 3 het onderwerp bepaald van een filmpje.
Welke luistermanier gebruik je daarvoor?

A
globaal
B
grondig
C
kritisch
D
precies

Slide 12 - Quiz

Voor welk publiek is het filmpje gemaakt? Schat in voor welke leeftijd.

Slide 13 - Open question

Het taalgebruik is:
A
formeel
B
informeel

Slide 14 - Quiz

Geef twee redenen waarom er sprake is van informeel taalgebruik.

Slide 15 - Open question

stemgebruik en intonatie zijn:
A
zacht en enthousiast
B
zacht en eentonig
C
vrij sterk en enthousiast
D
vrij sterk en eentonig

Slide 16 - Quiz

theorie
Mensen communiceren niet alleen via taal.Ook lichaamstaal is erg belangrijk.
Let op:
- hoe is de lichaamshouding van de spreker?  = hoe zit / staat de spreker erbij? gebruikt hij zijn handen?
- hoe is de gezichtsuitdrukking van de spreker? = hoe kijkt de spreker: vriendelijk, geïnteresseerd, boos etc?
- maakt de spreker oogcontact? kijkt de spreker zijn gesprekspartner aan?

 

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

wat vind je van de lichaamshouding van Lieke van Lexmond?

Slide 19 - Open question

Wat vind je van de gezichtsuitdrukking van Lieke van Lexmond?

Slide 20 - Open question

Wat vind je van het oogcontact?

Slide 21 - Open question