Capítulo 5: Gramática + los números 1 -1000

¡Bienvenidos a la clase de español!
Capítulo 5: Ir de tiendas a Madrid
1 / 53
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos a la clase de español!
Capítulo 5: Ir de tiendas a Madrid

Slide 1 - Slide

La clase de hoy: De les van vandaag
La meta de la clase: Het doel van de les
Maak de opdrachten, met deze opdrachten kan je jezelf toetsen om te kijken waar je nog op moet letten of aan moet werken.

- TB. blz.45 bron D de bezittelijke vnw.
- TB. blz.48 bron J de toekomende tijd ir a + ww 
- TB. blz.32 bron J de bijvoeglijke nw.

Slide 2 - Slide

Nu volgen er vragen over de getallen

Slide 3 - Slide

Welke nummers hoor je hier?

Slide 4 - Open question

Schrijf in het spaans: 14

Slide 5 - Open question

Schrijf de getallen hieronder voluit in je schrift.
A. 4 ____________________________________________
B. 44 ____________________________________________
C. 444 ____________________________________________
D. 1200 ____________________________________________

Slide 6 - Open question

Schrijf uit in het Spaans:
556 euros

Slide 7 - Open question

33

Slide 8 - Open question

467

Slide 9 - Open question

381

Slide 10 - Open question

9

Slide 11 - Open question

Schrijf in getallen: setecientos veintinueve

Slide 12 - Open question

Schrijf in getallen: ciento sesenta

Slide 13 - Open question

Schrijf in getallen: dos mil veintiuno

Slide 14 - Open question

Welke nummers hoor je hier?

Slide 15 - Open question

Welke nummers hoor je hier?

Slide 16 - Open question

Welke nummers hoor je hier?

Slide 17 - Open question

Welke nummers hoor je hier

Slide 18 - Open question

Welke nummers hoor je hier

Slide 19 - Open question

Welke nummers hoor je hier?

Slide 20 - Open question

Zet de nummers op volgorde van klein naar groot
ocho
once
quince
trece
cuatro
nueve
veinte
dieciocho

Slide 21 - Drag question

Schrijf in het spaans: 14

Slide 22 - Open question

Schrijf in het spaans: 15

Slide 23 - Open question

Nu volgen er vragen over het bijvoeglijk naamwoord

Slide 24 - Slide

1. Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
--> een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

Een knappe man.
Un hombre guapo.

Slide 25 - Slide

Meervoud van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een klinker krijgen in het meervoud een -s.
vb: el chico inteligente --> los chicos inteligentes
        la casa grande          --> las casas grandes

  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker krijgen in het meervoud -es.
vb: el profesor genial --> los profesores geniales
       la situación difícil --> las situaciones difíciles
VERGEET NIET HET LIDWOORD OOK IN HET MEERVOUD TE ZETTEN!!!

Slide 26 - Slide

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

el jugador... [pequeño = klein]
timer
0:30
A
pequeño
B
pequeña
C
pequeños

Slide 27 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

los pantalones... [azul = blauw]
timer
0:30
A
azul
B
azules
C
azulos

Slide 28 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

los ojos... [bruin = marrón]
timer
0:30
A
marrón
B
marrones
C
marronas

Slide 29 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

el vestido... [kort = corto]
timer
0:30
A
corta
B
corto
C
cortos

Slide 30 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

las gafas... [barato = goedkoop]
timer
0:30
A
barato
B
baratas
C
barata

Slide 31 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

la ropa... [ sportief = deportivo]
timer
0:30
A
deportiva
B
deportivo
C
deportivas

Slide 32 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

Tengo ... ropa deportiva [ sportief = deportivo]
timer
0:30
A
mucho
B
mucha
C
muchas

Slide 33 - Quiz

Kies de juiste bijvoeglijke naamwoord voor:

Tengo ... kilo de bananas
timer
0:30
A
medio
B
media
C
medias
D
medios

Slide 34 - Quiz

Kies het juiste bijvoeglijke naamwoord dat in de zin past:
Mi compañera de clase es ___ (rubio).
A
rubia
B
rubio
C
rubios
D
rubias

Slide 35 - Quiz

Kies het juiste bijvoeglijke naamwoord dat in de zin past:
Tengo unas primas ___ (simpático)
A
simpático
B
simpáticos
C
simpáticas
D
simpática

Slide 36 - Quiz

Zet het bijvoeglijke naamwoord in de juiste vorm:

Alemán es una asignatura muy ___ (aburrido).

Slide 37 - Open question

Nu volgen er vragen over "ir a"

Slide 38 - Slide

Werkwoord  ir (gaan naar)
ik ga
voy a
jij gaat
vas a
hij/zij gaat
va a
wij gaan
vamos a
jullie gaan
vais a
zij gaan
van a

Slide 39 - Slide

Vul de juiste vorm in van het werkwoord ir a (gaan naar).
1. Celeste y yo ___________ comer algo antes de ir a la cama.
2. Rogier y Stan_________ ir de excursión a Toledo.
3. ¿(Tú) ________ bailar todos los días a la discoteca?
4. Yo __________ estudiar todos los días hasta el examen.
5. ¿Christina y Demi _________a asistir al concierto?
6. Larissa _________ a correr en el maratón de febrero.

Slide 40 - Open question

Yo __________ un cigarro.
A
va a fumar
B
voy fumar a
C
voy a fumo
D
voy a fumar

Slide 41 - Quiz

Tú _________ con el jefe.
A
vas hablar a
B
a van hablas
C
vas a hablar
D
van a hablar

Slide 42 - Quiz

Él _________ para el examen.
A
va a estudiar
B
vais a estudiar
C
a estudiar va
D
van a estudia

Slide 43 - Quiz

Paula y yo _________ comprar el pan.

Slide 44 - Open question

Tú y tu familia ____ escuchar la radio.

Slide 45 - Open question

Mis hermanas y Juana _____ preguntar la hora.

Slide 46 - Open question

Nu volgen er vragen over het bezittelijk naamwoord

Slide 47 - Slide

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes naar het Spaans.

(Jouw)........ zapatos son bonitos.

Slide 48 - Open question

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes naar het Spaans.

(haar)........ número de teléfono es 0612345678.

Slide 49 - Open question

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes naar het Spaans.

(mijn)....... hijos son muy guapos.

Slide 50 - Open question

Vertaal het bezittelijk voornaamwoord tussen haakjes naar het Spaans.

(Zijn)......... ropa es muy bonita.

Slide 51 - Open question

Wat is je gevoel over de gemaakte oefentoets?
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

Fin, gracias por tu atención

Slide 53 - Slide