Observatiemethoden

Ontwikkelingsstimulering
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Methodiek 2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Ontwikkelingsstimulering

Slide 1 - Slide

Welke informatie valt er NIET onder het verzamelen van ''oude informatie'' ?
A
Dossieronderzoek
B
Gesprekken voeren
C
Observeren
D
Observatieverslagen inkijken

Slide 2 - Quiz

Wat is het doel van het verzamelen van bestaande en nieuwe informatie van het kind ?
A
Het kind beter leren kennen en begrijpen
B
Om de juiste begeleiding te kunnen geven aan het kind passend bij de behoeften en wensen van het kind.
C
Deze informatie heb je nodig voor het maken van het leeractiviteitenplan
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 3 - Quiz

Welke uitspraak is juist ?
A
Opvangen van prikkels uit de omgeving
B
We nemen selectief waar
C
Doe je met al je zintuigen
D
Onze waarneming is beïnvloedbaar door allerlei factoren

Slide 4 - Quiz

Waardoor kan je waarneming
beïnvloed worden ?

Slide 5 - Mind map

Welke waarnemingsfouten zijn er ?
A
Onvolledig waarnemen
B
Onjuist waarnemen
C
Verschillend waarnemen
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 6 - Quiz

Wat betekent objectief?

Slide 7 - Mind map

Wat betekent interpreteren ?
A
Betekenis geven aan wat je gezien hebt.
B
Betekenis geven aan wat je gehoord hebt.
C
Betekenis geven aan wat je hebt waargenomen
D
Betekenis geven aan wat je gevoeld hebt.

Slide 8 - Quiz

Geef 2 voorbeelden
van een subjectieve
waarneming

Slide 9 - Mind map

Welke uitspraak is juist ?
A
Observeren is doelgericht en doelbewust waarnemen
B
Observeren is systematisch waarnemen
C
Observeren doe je met alle zintuigen
D
Als je een observatie uitvoert doe je dat op een methodische wijze.

Slide 10 - Quiz

Wat is geen functie van observeren ?
A
Opvangen van prikkels
B
Een persoon beter leren kennen
C
Opvangen van signalen
D
Rapporteren over een persoon

Slide 11 - Quiz

''Pieter is een sociaal kind en kan leuk spelen met andere kinderen ''.
A
Dit is een interpretatie
B
Dit is een conclusie uit een observatie/ waarneming
C
Dit is subjectief
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 12 - Quiz

Welke uitspraak is onjuist ?
A
Bij een gestructureerde observatie weet je precies wat je gaat observeren
B
Bij een ongestructureerde observatie ligt het niet vast hoe je gaat observeren
C
Bij een gestructureerde observatie weet je nog niet welke methode je gaat hanteren bij het observeren
D
Bij een ongestructureerde observatie maak je van je aantekeningen later een verslag

Slide 13 - Quiz

Welke vorm van observeren
zie je in de afbeelding
hiernaast?
A
Participerend
B
Niet-participerend

Slide 14 - Quiz

Welke vorm van
observeren zie je in
de afbeelding hiernaast?
A
Niet-participerend
B
Participerend

Slide 15 - Quiz

Welke observatiedoel is onjuist geformuleerd ?
A
Waarom raakt kind A. afgeleid tijdens de les ?
B
Tijdens welk moment van de rekenles raakt kind A. afgeleid ?
C
Hoe communiceert kind A. met zijn klasgenoten ?
D
Hoe ontwikkelt het sociaal gedrag van kind A ?

Slide 16 - Quiz

Op welke manieren kun je een observatie vastleggen ?
A
Beschrijvend, codeersysteem, observatieschema & beoordelingslijst
B
Beschrijvend, codeersysteem, observatieschema & beoordelingsschaal.
C
Verslaglegging, codeersysteem, observatieschema & beoordelingsschaal.
D
Beschrijvend, codeersysteem, digitale observatie & beoordelingsschaal.

Slide 17 - Quiz

Plaatje 1 

Slide 18 - Slide

Plaatje 1 is een voorbeeld van een:
A
Observatieschema
B
Beschrijvende observatie
C
Codeersysteem
D
Beoordelingsschaal

Slide 19 - Quiz

Plaatje 2

Slide 20 - Slide

Plaatje 2 is een voorbeeld van een:
A
Observatieschema
B
Beschrijvende observatie
C
Codeersysteem
D
Beoordelingsschaal

Slide 21 - Quiz

Welke hulpmiddelen kun je
gebruiken tijdens het observeren?

Slide 22 - Mind map

Hulpmiddelen 
  • ​Pen en papier​
  • Camera​
  • Spel/speelgoed​
  • Klok/timerstopwatch
  • Onewayscreen – spiegel glas

Slide 23 - Slide

Welke hulpvraag is onjuist geformuleerd ?
A
Geef mij de begeleiding die past bij mijn beperking
B
Leer mij om rustig te communiceren met anderen
C
Begeleid mij tijdens de uitvoering van mijn dagtaken.
D
Ik wil graag de tafels van 1 tot en met 10 leren.

Slide 24 - Quiz

In een conclusie beschrijf je
A
Het antwoord op je vraagstelling
B
Beide antwoorden zijn juist
C
Opvallendheden die gesignaleerd zijn

Slide 25 - Quiz