Hoofdstuk 6 paragraaf 6.4

6.4 Is de schatkist goed gevuld?
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

6.4 Is de schatkist goed gevuld?

Slide 1 - Slide

🧠Waarom moeten we belasting betalen aan de overheid?
A
omdat we dan korting krijgen in de winkel
B
zodat de overheid scholen en wegen kan betalen
C
zodat mensen meer kunnen sparen
D
omdat winkel dat verplicht zijn

Slide 2 - Quiz

🧠wat is accijns?
A
Een soort korting die je krijgt in de winkel
B
Geld dat je terugkrijgt van de belastingdienst
C
Een extra belasting op producten zoals sigaretten en benzine
D
De naam van het geld dat je verdient met werken

Slide 3 - Quiz

🧠Wat is een voorbeeld van subsidie?
A
Een toeslag op dure producten
B
Geld dat je aan de overheid moet betalen
C
Extra belasting op alcohol
D
Geld dat de overheid geeft om iets goedkoper te maken, zoals zonnepanelen

Slide 4 - Quiz

🧠Welke van de volgende situaties laat zien hoe de overheid geld verdient én geld uitgeeft?
A
Je koopt frisdrank en betaalt accijns; de overheid gebruikt dit geld voor het aanleggen van fietspaden
B
Je koopt een T-shirt in de winkel zonder belasting; de winkel geeft het geld aan de overheid
C
Je krijgt geld van de overheid om boodschappen te doen; je hoeft geen belasting te betalen
D
Je spaart voor een nieuwe fiets; de overheid helpt je daarbij

Slide 5 - Quiz

In deze presentatie leer je:

- wat de rijksbegroting is
- hoe je kunt rekenen met miljoenen en miljarden
- het verschil tussen een begrotingstekort en een begrotingsoverschot
              - KADER  wat de miljoenennota is

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

🧠Wat gebeurt er op Prinsjesdag?
A
De koning viert zijn verjaardag
B
De koning leest de troonrede voor met plannen van de regering
C
De minister-president geeft een persconferentie
D
Er worden verkiezingen gehouden

Slide 8 - Quiz

🧠Wat staat er in de rijksbegroting?
A
De vakantiedagen van de ministers
B
De kosten van het koningshuis
C
De verwachte inkomsten en uitgaven van de regering voor het komende jaar
D
De namen van alle Tweede Kamerleden

Slide 9 - Quiz

van miljarden naar miljoenen
📌 1 miljard = 1.000 miljoen
 

🔢 Hoe reken je dat uit?
Je doet het aantal miljarden × 1.000
Bijvoorbeeld: 18,5 miljard = 18,5 × 1.000 = 18.500 miljoen euro

✂️ Rekensom uit het voorbeeld:
Vorig jaar: 18,5 miljard = 18.500 miljoen euro
Dit jaar: 170 miljoen minder
→ 18.500 - 170 = 18.330 miljoen euro

💡 Ezelsbruggetje:
Wil je van miljard naar miljoen? Doe × 1.000!



Slide 10 - Slide

🧠 Hoeveel is 2 miljard euro in miljoenen?
A
2.000.000 miljoen euro
B
200 miljoen euro
C
2.000 miljoen euro
D
20 miljoen euro

Slide 11 - Quiz


Collectieve sector =

overheid en sociale zekerheidinstellingen

  • geen winstdoel


Particuliere sector =

bedrijven en burgers

  • winstdoel


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

keuzes maken

Slide 14 - Slide

🧠 Wat staat er in de miljoenennota?
A
Een lijst met alle wetten van Nederland
B
Uitleg van de rijksbegroting en waar het geld naartoe gaat
C
Een overzicht van alle ministers
D
De namen van mensen die belasting moeten betalen

Slide 15 - Quiz

🧠 Wat is een begrotingstekort?
A
Als de overheid precies genoeg geld heeft
B
Als de overheid meer geld binnenkrijgt dan ze uitgeeft
C
. Als de overheid geld moet lenen omdat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten
D
Als de overheid stopt met belasting innen

Slide 16 - Quiz

🧠 Wat is een begrotingsoverschot?
A
Als de overheid te veel uitgeeft
B
. Als de inkomsten hoger zijn dan de uitgaven
C
Als de overheid geld leent bij andere landen
D
.Als de overheid geen plannen meer heeft

Slide 17 - Quiz

De sociale zekerheid wordt betaald van de ...
A
belastinginkomsten en sociale premies.
B
sociale premies.
C
belastinginkomsten.
D
btw.

Slide 18 - Quiz





6.4 is het huiswerk!

Slide 19 - Slide