Training mens en gezondheid

Mens en gezondheid
Training.

1 / 34
suivant
Slide 1: Diapositive
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

Cette leçon contient 34 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 5 vidéos.

Éléments de cette leçon

Mens en gezondheid
Training.

Slide 1 - Diapositive

Doelen:
De leerling bereid zich voor op het examen.
De leerling oefent met facet: Z&W blauw BB 2023 opdracht AF.

Slide 2 - Diapositive

Opdracht:
Uitgeversgroep, boek mens en gezondheid.
Test je kennis.
Oefenen de toets de klaar staat.
Minimaal 5 begrippen op je blaadje schrijven die je niet begrijpt.

Slide 3 - Diapositive

Opdracht:
Oefenen  facet: Z&W blauw BB 2023 opdracht AF.

Slide 4 - Diapositive

Leefstijl:
Wat is dat?
Wat is belangrijk?

Slide 5 - Diapositive

Voedingsstoffen:
Wat zijn voedingsstoffen.
Microvoedingsstoffen: vitamine en mineralen.
Macrovoedingsstoffen: eiwitten, koolhydraten en vetten..

Slide 6 - Diapositive

Taken voedingsstoffen:
Opbouw van het lichaam.
Regelen lichaamsprocessen.
Energie geven.

Slide 7 - Diapositive

Frisdrank en thee bevatten veel water. Is water een voedingsstof of een voedingsmiddel?
A
Voedingsmiddel
B
Voedingsstof

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Vidéo

Schijf van 5:
Doel van de schijf van 5.
Vakken verschillende grootte.
Elke dag uit elk vak eten, afhankelijk van je geslacht en leeftijd.

Slide 10 - Diapositive

Alle ingrediënten die in een product zitten, moeten op het etiket vermeld worden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Voedingsgewoonten:
Wat is het?
Vegetariërs, veganisten, biologische voeding.

Slide 12 - Diapositive

Dieëten:
Voedingstofbeperkend: natriumarm, energiebeperkt en voedingsstofvrij.
Voedingsstofverrijkend.

Slide 13 - Diapositive

Slide 14 - Vidéo

Allergie:
Voedselallergie of voedselintolerantie.

Slide 15 - Diapositive

Gezondheidsdeterminanten zijn factoren die de gezondheid beïnvloeden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Gezondheidsdeterminanten beïnvloeden de gezondheid. In welke categorie valt opvoeding?
A
Biologische factoren
B
Leefstijl
C
Omgevingsfactoren
D
Voorzieningen gezondheidszorg

Slide 17 - Quiz

Genotsmiddelen:
Kan jij 4 genotsmiddelen noemen?

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Vidéo

Duurzaam is....
A
Betekent dat je niet goed voor het milieu zorgt.
B
Betekent dat iets voor eeuwig en altijd is.
C
Betekent milieuvriendelijk of het besparen op grondstoffen.
D
Duurzaam zijn producten die heel duur zijn in de winkel.

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Vidéo

Wat is voedselverspilling?
A
Je eet je bord niet leeg
B
Je kookt teveel
C
Je gooit eten wat over de datum is weg
D
Alle 3 zijn goed

Slide 22 - Quiz

Wat is een voorbeeld van convenience food?
A
voorgesneden groente
B
aardappels
C
patat van de snackbar
D
thuisbezorgd

Slide 23 - Quiz

Kruiden en specerijen:
Wat is het verschil?

Slide 24 - Diapositive

Slide 25 - Vidéo

Bereidingstechnieken:
Koken, bakken, braden, bakken in de oven.
Met de leerlingen naar keuze bereidingstechnieken bekijken.

Slide 26 - Diapositive

Gerechten presenteren:
Waar let je op bij het opdienen van eten:
de kleur, vorm, textuur.
Garneren.

Slide 27 - Diapositive

Hygiëne:
HACCP: regels van de overheid.
Hygiëne thuis in de keuken.
Hygiëne in de professionele keuken.
Controle HACCP.

Slide 28 - Diapositive

Gebruik van snijplanken

  • Wit – Brood.
  • Groen – groenten/fruit.
  • Blauw – vis.
  • Geel – kip/gevogelte.
  • Rood – rauw vlees.
  • Bruin – gaar vlees.





Slide 29 - Diapositive

Wat betekent de afkorting THT?
A
tenminste houdbaar tot
B
tenminste houden tot
C
tenminste heet tot
D
tenminste hebben tot

Slide 30 - Quiz

TGT betekent.....
A
te goed tot
B
te graag terug
C
tenminste houdbaar tot
D
te gebruiken tot

Slide 31 - Quiz


Wat is desinfecteren?
A
Met water afspoelen van je werkoppervlak
B
Weghalen van zichtbaar vuil
C
Doden van schadelijke micro-organismen

Slide 32 - Quiz

Wat wordt bedoeld met de basis van de hygiëne in de keuken is de persoonlijke hygiëne?
A
voorkomt dat bacteriën in eten en drinken terecht komen drinkenterechtkomen
B
Je moet er leuk en aantrekkelijk uitzien
C
voordat je keuken ingaat haren kammen
D
Je moet voordat je de keuken ingaat douchen

Slide 33 - Quiz

Afsluiting:
Lesevaluatie.
Vooruitblik volgende les.
Huiswerk.

Slide 34 - Diapositive