WK 12 - taal

VH1 - Nederlands
Taal
Mevrouw Giesen
timer
10:00
1 / 32
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

Cette leçon contient 32 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

VH1 - Nederlands
Taal
Mevrouw Giesen
timer
10:00

Slide 1 - Diapositive

Agenda 
  • Inventarisatie boekopdrachten
  • Leerdoelen
  • De tussenweek - de stof en hoe te leren
  • Taal - bouwstenen
  • Zelfstandig werken
  • De laatste vragen/Afsluiting

Slide 2 - Diapositive

Inventarisatie boekopdrachten
Wie heeft nog niet ingeleverd?

Slide 3 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik weet wat ik moet kennen voor de tussenweek.
  • Ik weet hoe ik moet leren voor de tussenweek.
  • Ik weet wat de bouwstenen van een taal zijn.

Slide 4 - Diapositive

De tussenweek - wat
Proefwerk op woensdag 2 april om 10.00 uur.
Wat leer je?
  • Grammatica zinsdelen: Paragraaf 1, 3, 5, 7, 9 en 11
  • Spelling: Paragraaf 3, 4 en 11

Let op: de paragrafen van Taal zijn geen stof voor de tussenweek!

Slide 5 - Diapositive

De tussenweek - hoe
  • Maak een samenvatting/mindmap van de theorie zodat jij alle stof begrijpt.
  • Ga oefenen met de samenvatting erbij, snap je wat je moet doen? Train via de methode of oefen op www.jufmelis.nl of www.cambiumned.nl de onderdelen die je moet kennen.
  • Snap je alle theorie en kun je deze toepassen? Maak dan via de methode de oefentoetsen voor de verschillende paragrafen.

Slide 6 - Diapositive

Taal - bouwstenen
Twee belangrijke begrippen:
  • Schrift = letters en tekens die je gebruikt om te schrijven bij een taal.
  • Karakter = teken dat een klank of begrip weergeeft 

Slide 7 - Diapositive

Zelfstandig aan de slag
  • Ga via Magister ->  Nieuw Nederlands online
  • Er staat een geplande taak voor je klaar!

Slide 8 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik weet wat ik moet kennen voor de tussenweek.
  • Ik weet hoe ik moet leren voor de tussenweek.
  • Ik weet wat de bouwstenen van een taal zijn.

Slide 9 - Diapositive

De laatste vragen
Zijn er nog vragen?

Slide 10 - Diapositive

VH1 - Nederlands
Bedankt voor jullie aandacht vandaag!

Slide 11 - Diapositive

VH1 - Nederlands
Mevrouw Giesen
Taal


timer
10:00

Slide 12 - Diapositive

Agenda
  • Terugblik vorige les
  • Leerdoelen
  • Vergelijkingen - uitleg
  • Opdracht vergelijkingen
  • Zelfstandig werken
  • Afsluiting

Slide 13 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik weet wat een vergelijking,  vaste vergelijking en cliché zijn.
  • Ik kan een vergelijking, vaste vergelijking en cliché herkennen in een tekst of in een zin.

Slide 14 - Diapositive

Wat is een vergelijking?
 Definitie: figuurlijk taalgebruik waarbij je wat er echt is (object) vergelijkt met iets anders wat erop lijkt (het beeld). Object en beeld worden verbonden door woorden zoals: als een..., lijkt wel een...., is net....

Voorbeeld: Het water lijkt wel een spiegel!

Slide 15 - Diapositive

Wat is een vaste vergelijking?
Dit is een vergelijking met 'zo....als.....'. Het eerste deel van de vergelijking heeft een vast vervolg.

Voorbeelden:
  • Zo groen als gras
  • Zo sterk als een paard
  • Zo vast als een huis

Slide 16 - Diapositive

Wat is een cliché?
Een uitdrukking die we te veel hebben gebruikt, waardoor de betekenis verzwakt is.

Slide 17 - Diapositive

Opdracht vergelijkingen

Slide 18 - Diapositive

Zelfstandig werken
Ga via Magister -> Nieuw Nederlands
Werk rustig verder aan de weektaak

Slide 19 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik weet wat een vergelijking, vaste vergelijking en cliché zijn.
  • Ik kan een vergelijking, vaste vergelijking en cliché herkennen in een tekst of in een zin.

Slide 20 - Diapositive

De laatste vragen
Schrijf een vergelijking op die je deze les hebt geleerd of bent tegengekomen. 

Slide 21 - Diapositive

VH1 - Nederlands
Bedankt voor jullie aandacht vandaag!

Slide 22 - Diapositive

VH1 - Nederlands
Herhaling tussenweek
Mevrouw Giesen
timer
10:00

Slide 23 - Diapositive

Agenda 
  • Terugblik vorige les
  • Leerdoelen
  • Herhaling werkwoordsvormen en -tijden
  • Quiz/Spel
  • Zelfstandig werken
  • De laatste vragen/Afsluiting

Slide 24 - Diapositive

Terugblik vorige les
Taal - vergelijkingen

Slide 25 - Diapositive

Leerdoelen
  • Ik kan onderscheid maken tussen een persoonsvorm, infinitief, voltooid deelwoord en onvoltooid deelwoord.
  • Ik kan aangeven in welke werkwoordstijd een zin staat.


Slide 26 - Diapositive

Werkwoordsvormen
  • infinitief (inf): fietsen;
  • persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt): (ik) fiets, (jij/hij/zij) fietst, (wij/jullie/zij) fietsen;
  • persoonsvorm verleden tijd (pvvt): fietste, fietsten;
  • voltooid deelwoord (vd): gefietst;
  • onvoltooid deelwoord (od): fietsend.

Slide 27 - Diapositive

Werkwoordsvormen
  • infinitief (inf): fietsen;
  • persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt): (ik) fiets, (jij/hij/zij) fietst, (wij/jullie/zij) fietsen;
  • persoonsvorm verleden tijd (pvvt): fietste, fietsten;
  • voltooid deelwoord (vd): gefietst;
  • onvoltooid deelwoord (od): fietsend.

Slide 28 - Diapositive

Werkwoordstijden

Slide 29 - Diapositive

Slide 30 - Lien

Slide 31 - Lien

Leerdoelen
  • Ik kan onderscheid maken tussen een persoonsvorm, infinitief, voltooid deelwoord en onvoltooid deelwoord.
  • Ik kan aangeven in welke werkwoordstijd een zin staat.

Slide 32 - Diapositive