Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
5.4: adverbs and adjectives
Friday April 4th / week 14
HW was...not in Magister
Test unit 5 in week 19: Friday May 9th
Week 15: 1 class (Friday CKV)
Week 16: 1 class
Week 17&18: no classes
Week 19: 1 class
1 / 24
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
In deze les zitten
24 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
1 video
.
Lesduur is:
45 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Friday April 4th / week 14
HW was...not in Magister
Test unit 5 in week 19: Friday May 9th
Week 15: 1 class (Friday CKV)
Week 16: 1 class
Week 17&18: no classes
Week 19: 1 class
Slide 1 - Tekstslide
Today 5.4
Learn new grammar:
Adverbs and adjectives
Goal:
After this lesson you will know how to use adverbs and adjectives
You will know what the difference is
You can use both forms in a sentence
Slide 2 - Tekstslide
Adjectives
What is the
Adverbs
difference?
Slide 3 - Tekstslide
adjective or adverb
Tijdens dit onderdeel ga jij kijken of je het juiste bijwoord of bijvoeglijk naamwoord weet te vinden.
Slide 4 - Tekstslide
Adjective - Bijvoeglijk naamwoord
England is beautiful.
A snail is very slow.
Henry is a bad boy.
Adverb - Bijwoord
You speak English beautifully.
Carmen writes slowly.
Paul speaks Spanish badly.
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Ask yourself 'how' or 'what/what kind of'...
Slide 9 - Tekstslide
Nigel drives a _____ car.
A
beautiful
B
beautifully
Slide 10 - Quizvraag
Dominique is a very _____ boy.
A
smart
B
smartly
Slide 11 - Quizvraag
Demi leaves the room _____.
A
quick
B
quickly
Slide 12 - Quizvraag
Ruben opens his books _____.
A
fast
B
fastly
Slide 13 - Quizvraag
Tom always wears _____ clothes.
A
nice
B
nicely
Slide 14 - Quizvraag
James lives in a _____ house.
A
big
B
bigly
Slide 15 - Quizvraag
Edwin has _____ eyes.
A
good
B
goodly
Slide 16 - Quizvraag
Jill eats her sandwich _____.
A
fast
B
fastly
Slide 17 - Quizvraag
David speaks English very _____.
A
good
B
well
Slide 18 - Quizvraag
Jim has a _____ bag.
A
pretty
B
prettily
Slide 19 - Quizvraag
Dave works very _____.
A
quick
B
quickly
Slide 20 - Quizvraag
Vincent is a very _____ boy.
A
smart
B
smartly
Slide 21 - Quizvraag
Meer uitleg?
Als je meer uitleg wil over het verschil tussen het bijvoegelijk naamwoord (adjective) en het bijwoord (adverb), bekijk dan
deze video
.
Succes!
(En onthoud: het gaat er vooral om dat je deze woorden goed kunt
toepassen
)
Slide 22 - Tekstslide
You:
5.4: 2, 4, 5, 6,7,8
p.
Test yourself
Slide 23 - Tekstslide
dashboard.blooket.com
Slide 24 - Link
Meer lessen zoals deze
3. Grammar: adjectives-adverbs
June 2023
- Les met
21 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
3. Grammar: adjectives-adverbs
May 2022
- Les met
20 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
3. Grammar: adjectives-adverbs
June 2022
- Les met
19 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
3. Grammar: adjectives-adverbs
January 2021
- Les met
21 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
3. Grammar: adjectives-adverbs
June 2024
- Les met
26 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
2D grammar
May 2023
- Les met
36 slides
Engels
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 2
3. Grammar: adjectives-adverbs
April 2024
- Les met
31 slides
Engels
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 2
Bijwoord of Bijvoeglijk naamwoord
October 2017
- Les met
15 slides
Engels
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 2