2TL - H8 Hoeken en Kaarten §4 Oppervlakte en inhoud vergroten

bord
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

bord

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Welkom!
Leg klaar:

Je laptop (dicht)
Ruitjesschrift
Etui
Rekenmachine

Slide 3 - Tekstslide

f

4.5+4.6 -> Oppervlakte en inhoud vergroten

Slide 4 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
Terugblik - huiswerk

Slide 5 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
Terugblik - huiswerk

Slide 6 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
4.5+4.6 -> Oppervlakte en inhoud vergroten
Oppervlakte (2D)

origineel x 42 = beeld
Inhoud (3D)

origineel x 23 = beeld

Slide 7 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
4.5+4.6 -> Oppervlakte en inhoud vergroten
De vijver op de tekening is 8 cm2 de echte vijver is 30 keer zo groot. 
Wat is de oppervlakte van de echte vijver?

Slide 8 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
4.5+4.6 -> Oppervlakte en inhoud vergroten
De inhoud van de kleine waterfles is 500 mL. 
De grote fles is 1,2 keer zo groot 
Wat is de inhoud van de grote fles?

Slide 9 - Tekstslide

De kleine tekening heeft een oppervlakte van 3 cm2.
De vergrotingsfactor is 1,6.  
Sleep de juiste berekening naar het plaatje.
3 x 1,6 = 4,8 
3 x 1,62 = 7,68 
3 x 1,63 = 12,288 

Slide 10 - Sleepvraag

Het kleine vat heeft een inhoud van 4,5 dm3, de grote ton is 2 keer zo groot. 
Sleep de juiste berekening naar het plaatje.
4,5 x 2 = 9
4,5 x 22 = 18
4,5 x 23 = 36

Slide 11 - Sleepvraag

De oppervlakte van de kleine vorm is 1,8 cm2, de vergrotingsfactor is 2,4.
Sleep de juiste berekening naar het plaatje.
1,8 x 2,4 = 4,32
1,8 x 2,42 = 10,368
1,8 x 2,43 = 24,8832

Slide 12 - Sleepvraag

De inhoud van het grote kopje is 200 mL, de vergrotingsfactor is 0,4.
Sleep de juiste berekening naar het plaatje.
200 x 0,4 = 80
200 x 0,42 = 32
200 x 0,43 = 12,8

Slide 13 - Sleepvraag


Een foto heeft een oppervlakte van 15 cm2,
je vergroot de foto met vergrotingsfactor 
1,5. Bereken de oppervlakte van de vergroting. 

A
22,5
B
33,75
C
50,625

Slide 14 - Quizvraag


Een foto heeft een oppervlakte van 15 cm2,
je vergroot de foto met vergrotingsfactor 
2,1. Bereken de oppervlakte van de vergroting. 

A
31,5
B
22,05
C
46,305

Slide 15 - Quizvraag


Een fles heeft een inhoud van 250 mL,
je vergroot de afmetingen van de fles met 1,4. Bereken de inhoud van de vergroting. 

A
350
B
490
C
686

Slide 16 - Quizvraag


Een fles heeft een inhoud van 600 mL,
je vergroot de afmetingen van de fles met 1,5. Bereken de inhoud van de vergroting. 

A
900
B
1350
C
2025

Slide 17 - Quizvraag

Maken
Maken: 4.5+4.6 Oppervlakte en inhoud vergroten
                             
Klaar? 
-> §3 Rekenen met hoeken - door elkaar
-> §5 Windrichtingen en kaarten
-> D-toets hoofdstuk 7
timer
6:00

Slide 18 - Tekstslide