Lessonup grammatica 3 en 4 Blink

Grammatica 3 en 4
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Grammatica 3 en 4

Slide 1 - Tekstslide

Grammatica 3
- meewerkend voorwerp;
- bijwoordelijke bepaling;
- naamwoordelijk gezegde.

Wat je al moet kennen/kunnen:
- werkwoordelijk gezegde;
- onderwerp;
 - lijdend voorwerp.
Grammatica 4
- samengestelde zinnen en voegwoorden;
- bedrijvende en lijdende vorm;
- bezittelijk vnw.;
- persoonlijk vnw.;
- vragend vnw.:
- aanwijzend vnw.

Slide 2 - Tekstslide

Het naamwoordelijk gezegde
Check:
1. staat er een koppelwerkwoord in de zin? zijn, worden, blijven schijnen, lijken, blijken (heten, dunken en voorkomen);
2. Gaat het in de zin om een toestand of eigenschap?
3. Wordt er in de zin iets gezegd over het onderwerp?

3x ja? Dan is het een nwg.

Slide 3 - Tekstslide

Benoem wwg of nwg.
Die beslissing lijkt me niet eerlijk.

Slide 4 - Open vraag

Benoem wwg of nwg.
Volgende week zal het zonnetje weer schijnen.

Slide 5 - Open vraag

Benoem wwg of nwg.
Brian is altijd een goede vriend gebleven.

Slide 6 - Open vraag

Wat is het mv?
Jan-Hein en ik gaan onze moeder voor haar verjaardag volgende week een mooi boek geven.

Slide 7 - Open vraag

Benoem de bwb uit de volgende zin.
Ik pakte gisteren snel de bal uit de garage.

Slide 8 - Open vraag

Enkelvoudig, samengestelde zinnen en voegwoorden.
In een enkelvoudige zin staat één persoonsvorm. In een samengestelde zin staan twee of meer persoonsvormen.
Deze samengestelde zinnen worden "aan elkaar geplakt" door voegwoorden.
Voorbeelden van deze voegwoorden zijn:
en, of, maar, want, dus, terwijl, zodat, doordat etc.
Ik fiets morgen niet naar huis.
Ik fiets morgen niet naar huis, omdat het regent.

Slide 9 - Tekstslide

Enkelvoudige of samengestelde zin?
De jongens op de scooter gaven gas en reden weg.
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 10 - Quizvraag

Enkelvoudige of samengestelde zin?
Er is een staking bij het openbaar vervoer, want de bussen rijden niet.
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 11 - Quizvraag

Enkelvoudige of samengestelde zin?
De weerman heeft voor vandaag heel goed weer aangekondigd.

A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 12 - Quizvraag

Aan de slag 
Grammatica hoofdstuk 4; les 1 maken 
samengestelde zinnen en voegwoorden. 
Eerder klaar? dan ga je dan de slag met werkwoordspell- app 

Slide 13 - Tekstslide