Poëzie 1

1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Stelling
  • Poëzie moet altijd rijmen.

Slide 2 - Tekstslide

Stelling
Poëzie heeft als enige doel emotioneren 

Slide 3 - Tekstslide

Stelling
Poëzie moet inhoudelijk complex zijn.

Slide 4 - Tekstslide

Stelling
  • Poëzie kan alleen geschreven worden door een poëet. 

Slide 5 - Tekstslide

Poëzie ja/nee?

Slide 6 - Tekstslide

Is dit poëzie?

Slide 7 - Tekstslide

Poëzie?

Slide 8 - Tekstslide

Is dit poëzie?

Slide 9 - Tekstslide

Poëzie of niet?

Slide 10 - Tekstslide

Vier kenmerken poëzie

1. een gedicht heeft een eigen uiterlijke vorm
2. in een gedicht spelen (rijm)klanken, maat en/of ritme een rol; 
3. een gedicht heeft een of meer versregels met een speciale (soms ongrammaticale) zinsbouw
4. in een gedicht wordt gespeeld met betekenissen van woorden.

Slide 11 - Tekstslide

Vorm

Ondanks dat we deze tekst niet kunnen lezen, zie je toch direct dat het een gedicht is. 
Hoe komt dat? 

Slide 12 - Tekstslide

 Poëzie: vorm en inhoud

Bij poëzie gaat het zowel om de inhoud als om de vorm. Vaak is er een relatie tussen vorm en inhoud en brengt de vorm je dichter bij de inhoud. 


Slide 13 - Tekstslide

Ellen Deckwitz
Schreef een 'cursus genieten van poëzie' met de titel 
Olijven moet je leren lezen



Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

Uit: Olijven moet je leren lezen

"Sommige jongeren hebben nogal griezelige opvattingen over poëzie. Dat een gedicht bijvoorbeeld alles mag betekenen wat je maar wil. Dat songteksten altijd poëzie zijn, hoewel de meeste een slappe herkauwing van common sense zijn." 

Slide 17 - Tekstslide

Uit: Olijven moet je leren lezen
"En dat terwijl poëzie zo fantastisch is. Ze kan tegelijkertijd grappig én schrijnend zijn, ontroerend én ontluisterend. Acht regels kunnen de impact hebben van een natuurdocumentaire en actiefilm in één. Regels als alles van waarde is weerloos of niet het snijden doet zo'n pijn, maar het afgesneden zijn zingen mee met iedere stap die ik zet." 

Slide 18 - Tekstslide

"Een kleine waarschuwing is hier wel op haar plaats. Poëzie is niet ongevaarlijk. Ze kan je vrolijk maken, maar ook somber. Verdrietig. Opeens zie je gevoelens verwoord die je eerder niet kon uitdrukken en dus ook niet verwerken." 

Slide 19 - Tekstslide

Analyse van de vorm - rijm
Lees blz. 29 - 31  
syllabus Verhaal- en poëzieanalyse
timer
0:05

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

lezen van enjambementen
Je moet bij enjambementen in een gedicht doorlezen, ook al eindigt de regel. Als je dat niet doet, staat er onzin en wordt het gedicht onbegrijpelijk.
Dus: als er een rijmwoord aan het einde van een regel staat, wil dat niet zeggen dat de zin daar afgelopen is.

Slide 22 - Tekstslide

Enjambement
De zin loopt door terwijl de versregel eindigt. 
Bij een enjambement wordt de versregel afgebroken op een plaats waar geen vanzelfsprekend einde van de zin is.  
Het gevolg is dat de woorden voor en na het enjambement nadruk krijgen en dat roept extra betekenis op. 

Slide 23 - Tekstslide

Strofe uit 'Foto' van H. de Coninck
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.

Slide 24 - Tekstslide

Uit: Olijven moet je leren lezen
"Op poëziefestivals zijn er twee vragen die dichters altijd worden gesteld. De eerste vraag is of je misschien iets minder wilt drinken. De tweede vraag komt pas tegen het einde van de avond aan bod, en wordt vaak gesteld door een bezoeker die door zijn partner is meegesleept en een beetje ineengekrompen naar al die poëten heeft geluisterd." 

Slide 25 - Tekstslide

Welke rijmvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 26 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 27 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 28 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 29 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 30 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 31 - Quizvraag

Welke dichtvorm is dit?
A
enjambement
B
eindrijm
C
alliteratie
D
vormgedicht

Slide 32 - Quizvraag

Wat voor soort rijm herken je?
A
eindrijm
B
assonantie
C
alliteratie
D
er is geen rijm

Slide 33 - Quizvraag

Welke rijmschema heeft dit gedicht?
A
aabb
B
abab
C
abba
D
abcb

Slide 34 - Quizvraag

Wat is het rijmschema?
A
aabb
B
abba
C
abab
D
baba

Slide 35 - Quizvraag

Valentijn is fijn
maar elke dag
bij het zien van je glimlach
is gelukkig zijn
Valentijn is fijn
ik wil elke dag
gelukkig zijn
bij het zien van je glimlach

Valentijn is fijn
is gelukkig zijn
bij het zien van je glimlach
elke dag
abba
aabb
abab
gekruist rijm
omarmend rijm
gepaard rijm

Slide 36 - Sleepvraag

Analyse van de vorm - metrum
Lees blz. 31-32  
syllabus Verhaal- en poëzieanalyse
timer
0:05

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Beklemde lettergrepen krijgen het teken
A
_
B
U
C
arsis
D
thesis

Slide 39 - Quizvraag

metrum
een lettergreep die beklemtoond is geven we een - (liggend streepje, arsis)

een onbeklemtoonde lettergreep krijgt een v (een thesis)


Slide 40 - Tekstslide

oefenen
Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindenlaan


Slide 41 - Tekstslide

Liesje leerde Lotje lopen langs de lange Lindenlaan
  - U - U - U - U - U - U - U -

Slide 42 - Tekstslide

soorten metrum 
1. v   -   v   -   v   - : jambe  (pom POM pom POM pom POM)
2. -   v   -    v  -   v: trochee (POM pom POM pom POM pom)
3. v  v  -  : anapest (pom pom POM pom pom POM)
4. - v v  - v v : dactylus (POM pom pom POM pom pom)
5. v - v  v - v : amfibrachys (pom POM pom pom POM pom)
6. -  -  v : spondee (POM POM pom POM POM pom)

Slide 43 - Tekstslide

metrum?
 Ik verscheurde je foto, 
    heb je brieven verbrand
    In mijn hart moet ik huilen
    Maar ik doe nonchalant.

Slide 44 - Tekstslide

anapest
 Ik verscheurde je foto,
 v   v           -       v   v    -  v 
heb je brieven verbrand
   v      v    -      v      v       -
 In mijn hart moet ik huilen
  v     v         -        v      v    -     v
 Maar ik doe nonchalant.
   v       v    -       v     v      -

Slide 45 - Tekstslide

Paar tips bij de oefening
  • Het draait bij het metrum om lettergrepen, niet om woorden.
  • Je blijft binnen de regel met het metrum en begint elke regel opnieuw.
  • Een versvoet hoeft niet afgemaakt te worden, elke nieuwe regel begint  met het begin van de versvoet.
  • Begin met de langere woorden om daarin de klemtoon te bepalen.
  •  Zelfstandige naamwoorden van één lettergreep zijn beklemtoond.
  • Op een 'e' die klinkt als 'u' valt nooit een klemtoon. 
  •  Onbeklemtoonde lettergrepen kunnen wegvallen: d'ogen. --> elisie

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Link

Uit: Olijven moet je leren lezen
"Het is een goede vraag, die raakt aan een van de pijnlijkste aspecten van poëzie: dat ze je het geoel kan geven dat je dom bent." (...) Hoe vaag een gedicht ook kan lijken (en geloof me, er zijn gedichten waar de gehele literatuurwetenschap geen raad mee weet), het wil altijd iets overbrengen. Anders had er in plaats van De oude meepse barg rust nimmermeer in drab net zo goed PLOxq*355' kunnen staan." 

Slide 48 - Tekstslide

Wat zou de tweede vraag zijn die dichters altijd worden gesteld op poëziefestivals?

Slide 49 - Open vraag

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Video

Uit: Olijven moet je leren lezen
"Hoe prachtig is zwemmen opeens als je gelooft dat Snoek het meent, dat zwemmen liefhebben met iedere porie is? Al kan je niet precies uitleggen waarom zwemmen met armen en benen oude geheimen vertellen is, toch heb je een idee wat Snoek hiermee bedoelt. Beginnen met het lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen." 

Slide 52 - Tekstslide

Uit: Olijven moet je leren lezen
"Waarom zegt Snoek niet gewoon dat hij van zwemmen houdt? Omdat hij niet gewoon van zwemmen houdt. Hij zegt niet gewoon wat hij bedoelt, hij zegt precies wat hij bedoelt. Iedereen die begint met het lezen van poëzie mag ervan uitgaan dat het gedicht iets wil zeggen. Het is deel van de conversatie-etiquette tussen tekst en lezer en de eerste les in het leren lezen van gedichten." 

Slide 53 - Tekstslide

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/gedicht-ingmar-heytze-ik-ben-net-zo-bang-als-jij-net-zo-bezorgd-voor-iedereen/

Slide 54 - Tekstslide