Didactiek P3: Differentiëren en BHU model

Bewegingsvormen deel:
Differentiëren
en BHU model
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
DidactiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bewegingsvormen deel:
Differentiëren
en BHU model

Slide 1 - Tekstslide

Waar zou je ooit eens op vakantie heen willen als geld geen rol speelt?

Slide 2 - Open vraag

Wat is betekenis differentiëren?

Slide 3 - Open vraag

Differentiëren is:
Een oefening  makkelijker of moeilijker maken voor een klein deel van je groep.
Om ervoor te zorgen dat iedereen zich op eigen niveau  kan verbeteren.

Slide 4 - Tekstslide

Differentiatie
A
Rekening houden met de weersomstandigheden
B
Rekening houden met de individuele verschillen in de groep
C
Rekening houden met je lichaamstaal

Slide 5 - Quizvraag

Voorbeeld van differentiëren is
A
De hele groep een moeilijkere oefening laten doen
B
De hele groep een makkelijkere oefening laten doen
C
Oefening makkelijker maken voor 3 van groep
D
Oefening moeilijker maken voor 2 van groep

Slide 6 - Quizvraag

2 manieren van differentiëren
De organisatie(arrangement) aan passen (organisatorisch differentiatie)
 Andere bal
Pionnen verder of dichter bij elkaar
Trampoline gebruiken i.p.v. een reuterplank

Bewegingsvormen aan te passen (inhoudelijk differentiatie)
Achteruit lopen op de balk bij turnen i.p.v. vooruit
Dubbele kong i.p.v. enkele kong

Slide 7 - Tekstslide

inhoudelijke differentiatie
Een ander "leervoorstel"
Een andere opdracht geven zonder dat je organisatie aanpast.
  • Sneller overgooien voor aantal
  • Salto MET schroef voor aantal
  • Meer keer proberen hoog te houden

Slide 8 - Tekstslide

Verandering in organisatie
Je veranderd iets in opstelling
( Als je een drown erboven laat vliegen met camera zie je dat er iets veranderd in opstelling.)
  • afstand vergroten tussen 2 studenten met frisbee
  • een muurtje erbij bij vrije trap
  • De lat hoger voor aantal studenten
  • Verhoogd valk weghalen voor de salto

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Voor 1 deelnemer die heel goed is de snelheid van handelen vergroten.
A
Organisatorische differentiatie
B
Inhoudelijke Differentiatie

Slide 12 - Quizvraag

Wat past niet bij een open les.
A
Deelnemers hebben inbreng in lesinhoud
B
Kinderen mogen kiezen in zaal waar ze gaan klimmen
C
Trainer gaat klassikaal werken
D
De trainer heeft strakke lesvoorbereiding.

Slide 13 - Quizvraag

Differentiëren hoe?
  • Basisoefening voor 80 % van deelnemers die dit net aankunnen
  • Makkelijker maken (zodat iedereen het kan) 
  • Moeilijker maken (voor meer uitdaging) 

Slide 14 - Tekstslide

BHU model differentieren
B = Basisoefening voor 80 % van deelnemers die dit net aankunnen
H= Herhalingsoefening , een makkelijkere oefening uit de methodiek, een stapje terug ( 10 % van deelnemers)
U= Uitbreidingsvorm, een moeilijker oefening voor deelnemers die basisoefening te makkelijk vinden.

Slide 15 - Tekstslide

Waar gebruik je BHU model voor
A
Voor methodische opbouw
B
Om te kunnen differentiëren

Slide 16 - Quizvraag

Basisoefening is geschikt voor
A
10 % van groep
B
50 % van groep
C
80 % van groep

Slide 17 - Quizvraag

Wat is verschil tussen methodiek en Differentiëren?

Slide 18 - Woordweb

Methodische principes
1. Van hoofdonderdelen naar gedetailleerde onderdelen
2. Van laag naar hoog vlak.
3. Met veel rust naar weinig rust ( hersteltijd).
4. Van langzaam uitvoeren naar snel uitvoeren.
5. Van weinig spelregels naar veel.

Slide 19 - Tekstslide

Voorbeeld van differentiëren is
A
De hele groep een moeilijkere oefening laten doen
B
De hele groep een makkelijkere oefening laten doen
C
Oefening makkelijker maken voor 3 van groep
D
Oefening moeilijker maken voor 2 van groep

Slide 20 - Quizvraag

2 vormen van differentiëren zijn
A
Motorisch Cognitief
B
Inhoudelijke Organisatorische
C
Deel Totaal

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Is hier sprake van een ander leervoorstel of andere organisatie
Leervoorstel
Organisatie

Slide 23 - Poll

Voor 1 groep de afstand vergroten bij het schieten op doel is een...
A
Organisatorische differentiatie
B
Inhoudelijke Differentiatie

Slide 24 - Quizvraag

Een paar studenten sneller laten overgooien
A
Inhoudelijke Differentiatie
B
Organisatorische Differentiatie

Slide 25 - Quizvraag

2 van 20 deelnemers mogen bal aannemen, de rest gaat wel al kaatsen
A
Organisatorische Differentiatie
B
Inhoudelijke Differentiatie

Slide 26 - Quizvraag

Is arrangement ander woord voor organisatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 27 - Quizvraag

Is leervoorstel ander woord voor Inhoudelijk ?
A
Ja
B
Nee

Slide 28 - Quizvraag

Welke deelnemers kunnen er een moeilijker oefening doen?
A
De deelnemers die basis al beheersen
B
Deelnemers die het nut niet van de oefening zien
C
Deelnemers die een andere oefening willen doen

Slide 29 - Quizvraag

En nu?
Afmaken van je 3e LVB
Deze lever je ook in voor je toets didactiek periode 3 !

Slide 30 - Tekstslide

Data
Dinsdag 18 Maart: Wintertriatlon 
Dinsdag 8 april 10;00-12:00 : Keuzedeelmarkt
Woensdag 2 april: extra stage of S en E
Donderdag 3 april: extra stage of S en E
Vrijdag 18 april : Goede vrijdag ( en Hark jarig !)
Maandag 21 april: 2e paasdag
Vrijdag 25 april: ochtend Dijk en Duin

Slide 31 - Tekstslide