Maandag 1 februari: rekenen, spelling en taal

c die klinkt als k
1 / 21
volgende
Slide 1: Woordweb
TaalBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

c die klinkt als k

Slide 1 - Woordweb

c die klinkt als s

Slide 2 - Woordweb

Dictee 1:

Slide 3 - Open vraag

Dictee 2:

Slide 4 - Open vraag

Dictee 3:

Slide 5 - Open vraag

Dictee 4:

Slide 6 - Open vraag

Dictee 5:

Slide 7 - Open vraag

Wat is het onderwerp in de volgende zin: De kat heeft de jongen gekrabd.
Typ het antwoord zonder hoofdletter!

Slide 8 - Open vraag

Wat is het gezegde in de volgende zin:
De jongens zijn in het water gevallen.

Slide 9 - Open vraag

Wat is de bepaling van plaats in de volgende zin: Het meisje is in het park gevonden.

Slide 10 - Open vraag

De man gooide een steen door het raam bij de juwelier. Wat is het gezegde?

Slide 11 - Open vraag

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin: De plant verliest zijn bladeren in de herfst.

Slide 12 - Open vraag

Wat is de bepaling van tijd in de volgende zin: De jongen was de beste speler in de finale.

Slide 13 - Open vraag

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin: De jongens trekken het beeld naar beneden.

Slide 14 - Open vraag

De ober serveerde het eten aan zijn gasten. Wat is het onderwerp?

Slide 15 - Open vraag

2,3 kilogram = hoeveel gram? (Vul alleen het getal in)

Slide 16 - Open vraag

1,62 decagram is hoeveel decigram? Vul alleen het getal in.

Slide 17 - Open vraag

0,15 gram is hoeveel milligram? Vul alleen het getal in.

Slide 18 - Open vraag

25 centigram is hoeveel gram? Vul alleen het getal in.

Slide 19 - Open vraag

Vul alleen het getal in: 0,2 hectogram is hoeveel gram?

Slide 20 - Open vraag

Wat is de bepaling van tijd in de volgende zin: De jongen was in de finale de beste speler.

Slide 21 - Open vraag