4.3 - Samenvatting

4.3. - Herhaling
T2a
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4.3. - Herhaling
T2a

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 4.3 Lesdoelen

- weet wat de hoofdgedachte van een tekst is en hoe je die kunt opschrijven
- signaalwoorden herkennen voor een reden of een conclusie 
- tekstdoelen en tekstsoorten herkennen
- de kernzin en de toelichting van een alinea aanwijzen
- weet wat leespubliek is en hoe je ziet voor welk leespubliek de tekst geschikt is
- Je weet wat beeld en opmaak is en hoe je die kunt benoemen








Toets - H. 4.3. - Lezen
woensdag 19 maart

Slide 2 - Slide

Mening   (stelling)
Uitspraak waarmee je het eens of oneens kunt zijn
Argument 
De REDEN waarom je iets vindt. 
Voorbeeld: 
Ik vind als docent dat de schooldagen langer moeten worden,  <= mening/stelling>
Voorbeeld: 
WANT, ik heb nog zoveel meer te vertellen over Nederlands.  <= REDEN (argument)>

Slide 3 - Slide

Voorbeelden:
- We gaan niet zwemmen, WANT het is erg druk bij het zwembad.
- We gaan niet naar de bios, OMDAT de film uitverkocht is.
- Hij is thuis gebleven. Hij heeft NAMELIJK geen zin.
Signaalwoorden reden (argument)
Argumenten herken je aan deze signaalwoorden!

Slide 4 - Slide

Conclusie = eindoordeel
Meestal herhaalt de schrijver zijn mening
PLUS: korte samenvatting van alle informatie

Conclusie is vaak mening
Je kunt er eens/oneens mee zijn.

Slide 5 - Slide

Voorbeelden:
KORTOM, het is goed nog eens naar hem te luisteren.
- We kunnen DUS altijd nog met de sneltrein gaan.
- Ze kijken DAN OOK terug op een fijn weekend.
Signaalwoorden CONCLUSIE
Een conclusie herken je aan deze signaalwoorden!

Slide 6 - Slide

Hoofdgedachte    
Herken je de hoofdzaken?
Dan kun je nu de hoofdgedachte benoemen!
De hoofdgedachte is het belangrijkste
wat de schrijver OVER het ONDERWERP zegt.

Slide 7 - Slide

De hoofdgedachte vind je in...

Slide 8 - Slide

Verschil onderwerp <=> hoofdgedachte
   Verschil
     zit in 
        Onderwerp
    Hoofdgedachte
WAT je antwoordt
Waar gaat de tekst over?
Belangrijkste boodschap van de schrijver over het onderwerp
En HOE je antwoordt
Paar losse woorden
Complete, kloppende zin inclusief hoofdletter en punt.

Slide 9 - Slide

NIEUW - TekstSOORTEN
I

Slide 10 - Slide

TEKSTVERBANDEN

Slide 11 - Slide

Beeld en opmaak
   Let op de LAY-OUT van een tekst:
1) De verdeling van de tekst over de
   bladzijde of website
2) de soort letter en grootte van de letter
3) het gebruik van de kleuren
4) de plaatjes bij de tekst
NIET DE INHOUD
NIET: alinea-indeling, of WAT er staat (in de titel / tussenkopje)

Slide 12 - Slide

Lesdoelen
- je herhaalt de lesstof voor de toets van morgen
- je maakt in voorbereiding op de toets van morgen Test Jezelf - H. 4.3.


Slide 13 - Slide