1AH - bron H - c.3 ed.6.1 - 27/3

BONJOUR
tout le monde!!
                      LET OP
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden
1 / 33
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

BONJOUR
tout le monde!!
                      LET OP
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden

Slide 1 - Slide

Bonjour
Werk in duo's. Voer de volgende opdrachten uit.
Exercice 1 (opdracht): Bespreek in duo's hoe je een kloktijd maakt in het Frans. Wat is je basiszin en wat voeg je toe?

Exercice 2:  Oefen verschillende kloktijden.
Gebruik de klok en draai deze op een tijd.  Je klasgenoot zegt de tijd in het Frans. Let op: Alleen hele uren, kwart over, half en kwart voor.

Wees voorzichtig met de klok SVP.
timer
6:00

Slide 2 - Slide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
Aujourd'hui
Jeudi 27 mars
1. But                                   
2. Adjectief possessif                      
3. Travail individuel       
4. Evaluation                       
But:  Ik kan een bezittelijk voornaamwoord herkennen in de zin. 
Ik kan uitleggen wanneer ik de bezittelijke voornaamwoorden gebruik. Ik kan een aantal vormen toepassen.

Slide 3 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord
C'est mon billet!
Ce n'est pas ton billet!

Slide 4 - Slide

Het bezittelijk voornaamwoord
Pak je schrift.  Beantwoord de volgende vragen.
Exercice 1 (opdracht): In welke zin(nen) vind je een bezittelijk voornaamwoord.
1. Ik eet mijn appel op.
2. Onze auto is groot en groen.
3. Deze fiets is van zijn vriend.

Exercice 2:  Leg in eigen woorden uit wat een bezittelijk voornaamwoord is (in het Nederlands)

Exercice 3: Bedenk zelf nog 4 voorbeeld zinnen met daarin een bezittelijk voornaamwoord. (in het Nederlands)

timer
5:00

Slide 5 - Slide

Discuter
Bespreek je antwoorden met je buur. 
Exercice 1 (opdracht): In welke zin(nen) vind je een bezittelijk voornaamwoord.
1. Ik eet mijn appel op.
2. Onze auto is groot en groen.
3. Deze fiets is van zijn vriend.

Exercice 2:  Leg in eigen woorden uit wat een bezittelijk voornaamwoord is (in het Nederlands)

Exercice 3: Bedenk zelf nog 4 voorbeeld zinnen met daarin een bezittelijk voornaamwoord. (in het Nederlands)

timer
1:30

Slide 6 - Slide

In welke zin staat een bezittelijk voornaamwoord?
A
Ik heb een grote hond.
B
Ik heet Jan.
C
Dat zijn mijn ouders.
D
Heb jij een nieuwe fiets?

Slide 7 - Quiz

Wat is het bezittelijk
voornaamwoord op
het plaatje?

Slide 8 - Open question

Bezittelijk voornaamwoord
JOUW hond
JULLIE huis
ONZE vrienden
HAAR auto
etc.

Slide 9 - Slide

En in het Frans?
"Mijn" heeft 3 betekenissen:



voor mannelijke woorden (le)
voor vrouwelijke woorden (la)
voor meervoudswoorden (les)
MON
MA
MES
le stylo
la maison
les parents
C'est mon stylo.
C'est ma maison.
Ce sont mes parents.

Slide 10 - Slide

Vertaal "Het is MIJN rugtas."

C'est ___ sac à dos.
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 11 - Quiz

Vertaal: "Dat zijn MIJN boeken."

Ce sont ___ livres.
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 12 - Quiz

Vertaal: "Sophie is MIJN zus."

Sophie est ___ soeur.
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 13 - Quiz

Andere vormen....

Slide 14 - Slide

En de andere personen?
Julian is jouw broer


Slide 15 - Slide

Jullie vader is aardig.

____ père est sympa.
A
votre
B
notre
C
vos
D
nos

Slide 16 - Quiz

Hun vrienden zijn Frans.

____ amis sont français.
A
nos
B
leur
C
leurs
D
notre

Slide 17 - Quiz

(Haar)___ père travaille comme prof.
A
Son
B
Sa
C
S'
D
Ses

Slide 18 - Quiz

C'est (zijn) ___ tante.
A
son
B
sa
C
ses
D
ta

Slide 19 - Quiz

c'est (onze) .............. chien
A
nos
B
notre
C
vos
D
votre

Slide 20 - Quiz

c'est (hun)________ ami
A
leurs
B
votre
C
leur
D
nos

Slide 21 - Quiz

voilà (uw)................vêtements
A
vos
B
nos
C
votre
D
tes

Slide 22 - Quiz

Mijn vriendin spreekt Engels.
___ copine parle anglais.

Slide 23 - Open question

Haar oma is oud.
___ grand-mère est vieille.

Slide 24 - Open question

Uw huis is duur.
____ maison est chère.

Slide 25 - Open question

Travail individuel
Quoi
Havo: ex 30cd, 31abcd
vwo: ex. 30cde, 31abc
Comment
In je boek vanaf p.126
Aide
aantekening bez. vnw./ blz. 126/ 4 B's
Prêt?
1.  havo/ vwo: maak ex. 32ab 
2.  Kijk je werk na met de             LessonUp 'corriger'
Klaar?
3.  - werkwoord être oefenen
     - woordjes E oefenen
     - kloktijden oefenen

Slide 26 - Slide

Evaluation
But:  
Ik kan een bezittelijk voornaamwoord herkennen in de zin.

Ik kan uitleggen wanneer ik de bezittelijke voornaamwoorden gebruik. 

Ik kan een aantal vormen toepassen.

Slide 27 - Slide

In welke zin(nen) staat een bezittelijk voornaamwoord?
A
Il parle avec son prof.
B
Nous habitons dans une maison.
C
Elles sont à l'école.
D
Je n'aime pas ses idées.

Slide 28 - Quiz

In welke zin(nen) staat een bezittelijk voornaamwoord?
A
Valentin est son frère.
B
Tu as fait tes devoirs?
C
Elle aime la pizza.
D
Paula déteste les frites.

Slide 29 - Quiz

Wat is het juiste bezittelijk voornaamwoord? Kies uit mon, ma, mes.
C'est (mijn) sac à dos.

Slide 30 - Open question

Wat is het juiste bezittelijk voornaamwoord? Kies uit son, sa, ses.
C'est (zijn) parents.

Slide 31 - Open question

Ik kan het bezittelijk voornaamwoord in het Frans toepassen.
Ja
Nee
Een beetje

Slide 32 - Poll

Au  revoir

Slide 33 - Slide