Herhalingsles Hoofdstuk 3

Herhalingsles Hoofdstuk 3
Huiswerk nakijken
Oefenvragen voor het proefwerk
  • Pak je laptop erbij
  • Ga naar LessonUp.app
1 / 23
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhalingsles Hoofdstuk 3
Huiswerk nakijken
Oefenvragen voor het proefwerk
  • Pak je laptop erbij
  • Ga naar LessonUp.app

Slide 1 - Slide

Een werkgever is iemand die werkt onder een arbeidsovereenkomst
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quiz

Een staafdiagram wordt gebruikt om gegevens met elkaar te vergelijken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Een arbeidsovereenkomst bevat afspraken over loon, werktijden en vakantiedagen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quiz

Een proeftijd mag in Nederland maximaal één jaar duren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Een cao is alleen geldig voor werknemers die in dienst zijn bij de overheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Het nettoloon is altijd hoger dan het brutoloon.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Bij een tijdelijke baan is er een vast contract voor onbepaalde tijd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

De drie productiesectoren zijn de primaire, secundaire en tertiaire sector.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

De primaire sector bestaat vooral uit industrie en bouw.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Arbeidsverdeling betekent dat werk wordt opgesplitst in kleinere taken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Door arbeidsverdeling kan de productiviteit stijgen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

Het minimumloon geldt voor alle werknemers in Nederland, ongeacht hun leeftijd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

De Wet op de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) beschermt werknemers.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) zorgt voor veilige werkomstandigheden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

Technologische ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat sommige beroepen verdwijnen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 16 - Quiz

Scholing is alleen nodig voor mensen die werkloos zijn
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quiz

Ontslag op staande voet betekent dat je direct wordt ontslagen zonder opzegtermijn
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Je wordt als werkloos meegeteld als je geen werk hebt, actief zoekt en beschikbaar bent.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Een lijndiagram wordt vaak gebruikt om een trend over tijd te laten zien
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

Het UWV helpt alleen werkgevers en niet werkzoekenden
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

Als je ontslagen wordt, heb je altijd automatisch recht op een werkloosheidsuitkering
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Een opzegtermijn betekent dat er een periode is tussen de aankondiging van ontslag en het daadwerkelijke einde van het dienstverband.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quiz