De motivatie voor bepaald gedrag is bij die specifieke prikkel hoger dan bij een prikkel die een bepaald kenmerk mist
Slide 12 - Slide
Opdracht 12
Wat is de prikkel voor pikken?
Verschillen in pikfrequentie?
Wat voor conclusies?
Hoe moet je de modellen aanpassen als je wilt weten wat de invloed is van de kleur van de snavel?
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Video
Supernormale prikkels
Bij supranormale of supernormale prikkels wordt met behulp van een kunstmatige prikkel ditzelfde gedrag versterkt opgeroepen. Deze prikkel is dus effectiever dan de normale sleutelprikkel, zoals te zien is in het vorige filmpje en te zien is in het diagram van de zilvermeeuw
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
1.2 Prikkels
Je kan het verschil tussen inwendige en uitwendige prikkels uitleggen
Je kan uitleggen wat de invloed is van motivatie op prikkels en gedrag
Je weet wat een sleutelprikkel en supernormale prikkels is
Je kan het verschil uitleggen tussen aangeleerd en aangeboren gedrag
Slide 17 - Slide
Conflict gedrag
Komt voor als twee gedragssystemen in conflict komen.
Dit gebeurt wanneer tegenstrijdige prikkels tegelijk tegenstrijdige gedragssystemen oproepen.
Gaat om een INTERN conflict.
Slide 18 - Slide
Conflict gedrag
Drie vormen:
Ambivalent gedrag
Omgericht gedrag
Overspronggedrag
Slide 19 - Slide
Ambivalent gedrag
Het dier vertoont afwisselend gedragselementen uit beide gedragssystemen
Slide 20 - Slide
Omgericht gedrag
Het gedrag wordt gericht op een ander doel/object
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Video
Overspronggedrag
Ongepast gedrag voor de situatie
Slide 23 - Slide
ambivalent gedrag
oversprong-
gedrag
Omgericht gedrag
Je moeder is boos omdat je slechte examenresultaten behaalde. Ze maakt geen ruzie met je maar gaat de was doen.
Je hebt net je rijexamen afgelegd, waarvoor je heel zenuwachtig was. Je krijgt je resultaat terug en je bent geslaagd. Je huilt van blijdschap.
Met je pas verkregen rijbewijs rijd je de auto van je pa in de prak. Wanneer je hem het nieuws vertelt slaat hij met zijn vuist op tafel.
Slide 24 - Drag question
Gedrag wordt veroorzaakt door?
A
inwendige prikkels
B
uitwendige prikkels
C
zowel inwendige als uitwendige prikkels
Slide 25 - Quiz
Er zijn haaiensoorten die altijd agressief gedrag vertonen als ze bloed in het water waarnemen. Wat is bloed voor deze haaien op dat moment?
A
een inwendige prikkel
B
een respons
C
een sleutelprikkel
D
een supranormale prikkel
Slide 26 - Quiz
Wanneer jonge pimpelmezen een wormpje zien sperren ze gelijk hun bekjes open. Wat voor prikkel is dit?
A
Inwendige prikkel
B
Uitwendige prikkel
C
Sleutelprikkel
D
Reflex
Slide 27 - Quiz
Om gedrag uit te voeren heeft een dier prikkels nodig. Dit kunnen inwendige prikkels zijn of uitwendige. Wat is een INWENDIGE prikkel?
A
Nest maken voor jongen op komst
B
Een muis ziet een kat
Slide 28 - Quiz
Wanneer wordt bepaald gedrag getoond?
A
Als prikkels boven de drempelwaarde uit komen
B
Bij een sterkte discipline
C
Bij gebrek aan motivatie
D
Als prikkels onder de drempelwaarde blijven
Slide 29 - Quiz
Lichtreceptoren in je oog kunnen ook impulsen versturen bij druk. Druk maar eens op je oog. Is de drempelwaardevoor niet-adequate prikkels hoger of lager?
A
Hoger
B
Lager
Slide 30 - Quiz
Wat is 'motivatie'?
A
Dat een bepaalde prikkel binnenkomt
B
Bereidheid om te reageren op een prikkel
Slide 31 - Quiz
Wanneer een kip liever op een groot kalkei gaat zitten en haar eigen eieren koud laat worden, is het grote kalkei een...