Een pers. vnw duidt een persoon of ding aan: Ik ben verliefd, ze zijn erg mooi, die vriendin van jou.
Een bez. vnw geeft aan van wie iets is. Het staat altijd vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Mijn jas, onze fietsen, haar bekendste liedje.
Slide 7 - Slide
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijke voornaamwoord
Slide 8 - Slide
???WAAROM????
Jij pakt jouw tas, die tas is de jouwe en niet de mijne, maar in mijn tas zitten jouw boeken. Die geef ik dus aan je.
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
De tandarts is vandaag afwezig, want is ziek.
Nina vindt John leuk. Ze is verliefd op
Wanneer gaan verhuizen?
Hoeveel boterhammen eet per dag?
hij
jij
ik
hem
zij
Slide 11 - Drag question
Persoonlijk of bezittelijk?
Sommige woordsoorten (je, haar , ons, jullie, hun) kunnen zowel persoonlijk als bezittelijk voornaamwoord zijn. Je kunt dan het volgende trucje toepassen: - Een pers. vnw kun je vervangen door hijof hem. - Een bez. vnw kun je vervangen door zijn.
1. Is die kat van jullie ziek? --> Is die kat van hem ziek? jullie = pers vnw. 2. Dat is ons huis. --> Dat is zijn huis. ons = bez. vnw
Slide 12 - Slide
Wat is het pers. vnw?
Ik kijk televisie met mijn broertje.
Slide 13 - Open question
Wat is het pers. vnw?
Zij geeft mij altijd complimentjes.
A
zij
B
mij
C
zij en mij
D
Er zit geen pers. vnw. in.
Slide 14 - Quiz
Zij kijkt ons doordringend aan.
ONS:
A
persoonlijk vnw
B
bezittelijk vnw
Slide 15 - Quiz
Ons idee is om een taart te bakken.
ONS:
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 16 - Quiz
Benoem het persoonlijk voornaamwoord. Hebben jullie je boek al terug?
Het persoonlijk voornaamwoord geeft een persoon of ding aan. Je kunt het vervangen door hij of hem. Het staat soms achter een zelfstandig naamwoord. Ze zijn erg lief.
Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is. Het staat altijd voor een zelfstandig naamwoord. Je kunt het vervangen door zijn. Het is onze dag.
Slide 22 - Slide
Maak een zin waarbij 'jullie' persoonlijk voornaamwoord is.
Slide 23 - Open question
Maak een zin waarbij 'jullie' bezittelijk voornaamwoord is.
Slide 24 - Open question
Vertel me eens op welke camping jullie je vakantie hebben doorgebracht.
me =
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 25 - Quiz
Vertel me eens op welke camping jullie je vakantie hebben doorgebracht.
Jullie
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 26 - Quiz
Volgens jou wil jullie vriend uit Urk jouw zeilbootje dus graag kopen.
jou =
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 27 - Quiz
't Is fijn dat ik 'm nog even gesproken heb voor z'n vertrek naar Amerika.
't =
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 28 - Quiz
't Is fijn dat ik 'm nog even gesproken heb voor z'n vertrek naar Amerika.
ik =
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord
Slide 29 - Quiz
Ik weet wat het verschil is tussen taal- en redekundig ontleden
😒🙁😐🙂😃
Slide 30 - Poll
Ik weet wat een persoonlijk voornaamwoord is en kan het herkennen.
😒🙁😐🙂😃
Slide 31 - Poll
Ik weet wat een persoonlijk voornaamwoord is en kan het herkennen.
😒🙁😐🙂😃
Slide 32 - Poll
Aaaaaaaaan de slag
Maken: zie bord.
Tijd: zie bord.
Overleg? Zie bord.
Klaar? Zie bord. (nee grapje, haal een woordzoeker op)