Aaneenschrijven/samenstellingen

1 / 19
next
Slide 1: Video
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

Aaneenschrijven of niet?
A
spoorweg overgang
B
spoorwegovergang

Slide 2 - Quiz

Los of aaneenschrijven?
Tweedehands + fietsen + winkel
A
tweedehands fietsenwinkel
B
tweedehandsfietsenwinkel
C
tweedehands fietsen winkel

Slide 3 - Quiz

Los of aaneenschrijven?
Stille + Oceaan + gebied
A
Stille Oceaangebied
B
Stille-Oceaan gebied
C
Stille-Oceaangebied

Slide 4 - Quiz

Er (hier, daar, waar) + voorzetsel
  • ernaar, daardoor, hierlangs: -->in principe aan elkaar 
  • MAAR: los schrijven als voorzetsel (denk aan de 'kast') deel is van een splitsbaar werkwoord, bijv: 
  • voorlezen => wie leest er voor
  • EN OOK: los schrijven als het voorzetsel bij een ander zinsdeel hoort, bijv:
  • Hij zat achter in de auto. ('in' hoort bij 'in de auto')
  • Hij zat achterin. ('in' hoort niet bij een ander zinsdeel)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Leg het boek maar (boven + op)
A
bovenop
B
boven op

Slide 7 - Quiz

Spring maar (achter + op) de fiets.
A
achterop
B
achter op

Slide 8 - Quiz

Ik denk (hier + over + na).
A
hierover na
B
hieroverna
C
hier overna

Slide 9 - Quiz

Leg het boek maar (boven + op) de stapel.
A
bovenop
B
boven op

Slide 10 - Quiz

Ik loop (er + achter + aan).
A
erachter aan
B
erachteraan
C
er achteraan

Slide 11 - Quiz

Samenstellingen met tussen-n en tussen-s
  • Tussen-s als je 'm hoort:  'dorpsplein'  dus ook 'dorpsstraat'
  • Tussen-n als het eerste deel van de samenstelling een zn is met meervoud op -en: fietsenrek, boekenkast
  • Geen tussen-n: 
  • als het eerste woord geen meervoud heeft: tarwegras, gerstebier
  • als het eerste woord een mv heeft op -s of op -en én s: gedachte => gedachtes of gedachten => dus: gedachtesprong ziekte=> ziekten of ziektes => dus: ziektekiem

Slide 12 - Slide

Samenstellingen met tussen-n en tussen-s (2)

  • Geen tussen-n: 
  • als het eerste woord een bijv.nw is met versterkende functie: beregezellig, boordevol
  • als het eerste deel géén zelfst.nw is: spinnewiel, blindedarm
  • als het iets unieks betreft: zonnestraal (we zien maar één zon)
  • als het een 'versteende samenstelling' is (een samenstelling waarin we de betekenis van de losse onderdelen niet meer herkennen): bakkebaard, bolleboos, dageraad

Slide 13 - Slide

omgang + regeling
A
omgangregeling
B
omgangsregeling

Slide 14 - Quiz

beroep + speler
A
beroepspeler
B
beroepsspeler

Slide 15 - Quiz

protest + stem
A
proteststem
B
protestsstem

Slide 16 - Quiz

tarwe + brood
A
tarwebrood
B
tarwenbrood

Slide 17 - Quiz

Aap + rots
A
apenrots
B
aperots

Slide 18 - Quiz

Aap + trots
A
apetrots
B
apentrots

Slide 19 - Quiz